Meest recent

    Wat moeten we onthouden van de veiligheidsaanbevelingen van de commissie aanslagen?

    Wat is er fout gelopen? Hadden de aanslagen vermeden kunnen worden? En vooral, hoe kan het in de toekomst beter? Die vragen vormden de rode draad doorheen het tweede luik van de commissie: de werking van politie, veiligheidsdiensten en gerecht werd onder de loep genomen. In concrete cijfers: in totaal werden 186 getuigen gehoord tijdens 107 hoorzittingen, goed voor in totaal 342 uren. Of zoals voorzitter Patrick Dewael (Open VLD) het uitdrukte: “We zijn niet over één nacht ijs gegaan”.

    32 doden en 324 gewonden. Dat was de trieste balans na de aanslagen van 22 maart in de luchthaven van Zaventem en het metrostation van Maalbeek. Meteen na de terreur overheerste de emotie, maar moest er ook ruimte gemaakt worden voor analyse. En die kwam er in de vorm van een onderzoekscommissie, die vandaag haar tweede luik rond veiligheid heeft voorgesteld. 

    Wat is er allemaal misgelopen?

    "België is geen failed state zoals na de aanslagen door sommigen werd verkondigd," zo begint de commissie haar formulering. "Maar er zit wel zand in de machine. Er zijn bepaalde disfuncties in de veiligheidsarchitectuur, die er toe hebben geleid dat er kansen gemist zijn om het bewuste terreurnetwerk tijdig te ontmantelen."

    De rode draad die zich ontplooide doorheen de aanbevelingen van de onderzoekscommissie was het probleem van de informatie-uitwisseling tussen diensten en overheden, niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal niveau. Denk bij dat laatste maar aan de hele heisa tussen de verbindingsofficier in Turkije, die volgens minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) geblunderd had in het doorspelen van informatie over Ibrahim El Bakraoui.

    In dezelfde lijn ligt wat Patrick Dewael verwoordde als "te veel eilandvorming" van de verschillende diensten. "Iedereen heeft een stuk van de puzzel, maar het geheel ontbreekt vaak." Die eilandjes moeten evolueren tot een veiligheidsketen.

    En - niet onlogisch - is er ook een capaciteitsprobleem, zowel van mensen als van middelen. Als we dat vertalen naar een concrete zaak, komen we al snel uit bij het dossier van de broers Abdeslam. Dat dossier belandde onderaan de stapel en raakte in de vergetelheid tussen honderden andere. De informatie dat ten minste één van de broers aan het radicaliseren was, wás er, maar werd geklasseerd als een rood dossier (een dossier zonder hoge prioriteit). Het gevolg was dat bepaalde gevraagde onderzoeksdaden niet of pas laat gebeurden. Er wordt in deze zaak niet met de vinger naar één persoon gewezen, maar de commissie is toch streng: "Door een gebrek aan onderzoekscapaciteit, onvoldoende informatiedeling, gebrekkige structuren en procedures en een onvoldoende krachtig optreden van leidinggevenden binnen de federale politie verloopt dit niet altijd goed."

    Als laatste haalt de commissie nog de inefficiënte procedures en regelgeving, beperkte internationale samenwerking en het ontbreken van een integrale aanpak aan.

    Hoe kan het beter in de toekomst?

    Nog belangrijker dan te focussen op fouten uit het verleden, is hoe we in de toekomst het risico op aanslagen kunnen verminderen. Verminderen, want een nulrisico bestaat niet, benadrukte voorzitter Patrick Dewael. "Het is niet zo dat als dit allemaal uitgevoerd wordt, er dan een kans is van nul procent op een aanslag. Maar we willen wel alles in het werk stellen zodat het risico zo klein mogelijk wordt."

    Hoe zien de concrete aanbevelingen van de commissie aanslagen er nu uit? We zetten de belangrijkste op een rijtje.

    1. Oprichting van Kruispuntbank

    De oprichting van een Kruispuntbank Veiligheid kadert opnieuw in het verbeteren van de informatiedoorstroming, meer bepaald de wildgroei aan databanken inperken. 

    Nu wordt informatie onderling onvoldoende gedeeld en sommige diensten worden overspoeld met ongefilterde informatie. "De Kruispuntbank is geen nieuwe databank, geen superdatabank, maar simpelweg een databank die andere databanken verbindt." Zo'n Kruispuntbank heeft zijn nut al meer dan bewezen onder meer in de sociale zekerheid.

    De bedoeling? Dat iedereen aan de juiste en relevante informatie geraakt. "Een cultuuromslag is nodig", benadrukt Servais Verherstraeten (CD&V). "Het need-to-know-principe moet omgeruild worden voor een need-to-share-principe."

    De databank zou ook volgens een flagging-systeem werken, waardoor iedereen weet welke dienst nieuwe informatie toegevoegd heeft.

    2. Betere samenwerking tussen inlichtingendiensten

    Een gemeenschappelijk platform tussen de burgerlijke inlichtingendienst (Staatsveiligheid, VSSE) en de militaire inlichtingendienst (Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid) zou de te zwakke informatiepositie van de twee inlichtingendiensten om terroristische plannen tijdig te detecteren en aanslagen te vermijden al grotendeels kunnen wegwerken. 

    Ook moet de Staatsveiligheid volgens de commissie ook zelf infiltratieopties kunnen opzetten en zelf kunnen optreden tegenover personen. Het zou dus niet langer een pure informatiegaringsdienst worden. "Wanneer een strafbaar feit is vastgesteld of wanneer in het kader van bijzondere inlichtingenmethoden een sterk vermoeden rijst, wordt een onderzoek vandaag onmiddellijk weggetrokken bij de VSSE richting gerechtelijke overheden. Ze geraken daardoor overbelast en moeten vaak een dossier seponeren bij gebrek aan elementen ten laste. Indien het noodzakelijk is, moet tijdelijk voorrang gegeven kunnen worden aan het onderzoek van de inlichtingendiensten en moet er terughoudendheid gevraagd kunnen worden van de gerechtelijke overheden."

    Ook hier dringt het vraagstuk van budget zich onvermijdelijk op en vindt de commissie dat de Staatsveiligheid meer middelen moet krijgen, zowel in de vorm van budget als in de vorm van personeel, opleiding en informatietechnologie.

    In diezelfde lijn van het informatievraagstuk ziet de commissie er ook heil in om het OCAD (het orgaan dat de dreigingsanalyse maakt) en het crisiscentrum onder één dak te huisvesten.

    3. Meer capaciteit voor de federale politie, meer macht voor de commissaris-generaal

    In het licht van de fouten van de federale politie waar de commissie op gewezen heeft, wil ze meer macht geven aan de commissaris-generaal, in deze Catherine De Bolle. 

    En ook het personeelskader binnen de federale politie moet volledig ingevuld worden. "Het kader is vastgesteld op 13.500 agenten, vandaag zijn er zo'n 11.000 aan het werk. Dat weegt op de werking."

    Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon heeft al gereageerd op deze aanbeveling. "We hebben deze legislatuur al één miljard vrijgemaakt, niet alleen voor de politie, ook voor justitie en staatsveiligheid. En die rekruteringen die noodzakelijk zijn, zijn volop bezig. Met de rekruteringsgolf die nu bezig is, zullen we de terrodepartementen nog meer hebben opgevuld dan de aanbeveling."

    Qua versterking van de veiligheidsdiensten moet er ook een rationalisering plaatsvinden, vertelt Peter De Roover (N-VA). "Ons land beschikt over meer politieagenten per capita dan de meeste Europese landen. De capaciteit moet eerst en vooral beter aangewend worden. Er moet ook een efficiëntieoefening gebeuren op het aantal politiezones in ons land." De commissie pleit voor grotere politiezones, maar wil dat niet verplichten.

    De positie van de wijkagent moet ook opgewaardeerd worden. "Zij zijn de ogen en oren van de politie", vertelt Stefaan Van Hecke (Groen). De wijkagent ziet met andere woorden snel als er iets dreigt mis te lopen, net omdat hij of zij dichter bij de mensen staat.

    4. Joint Decision Centres

    Het systeem van de "rode dossiers", waardoor de Abdeslams door de mazen van het net konden glippen, is onaanvaardbaar voor de commissie. Een verantwoord systeem van prioriteitenstelling dringt zich op in de vorm van Joint Decision Centres. Zij moeten bepalen op welk niveau een dossier behandeld moet worden en waar de prioriteiten moeten liggen. "Het is belangrijk om te weten wie welke beslissing neemt", benadrukt commissielid Meyrame Kitir (SP.A).

    5. Internationale samenwerking

    Op het internationale toneel was het vooral afwachten hoe het spanningsveld tussen de verbindingsofficier in Turkije en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zich zou ontplooien. 

    De commissie hield zich in deze nogal op de vlakte: "De verbindingsofficier heeft de regels gevolgd, maar had pro-actiever mogen/ moeten reageren." Toch wordt ook hier geen echte zwarte piet doorgeschoven, zoals Jambon dat indertijd wel gedaan had. 

    De positie van de verbindingsofficier werd ook nog toegelicht. "De Belgische verbindingsofficier van de federale politie in Turkije bekleedt een sleutelfunctie in het opsporen van Syriëstrijders. Het is cruciaal dat de samenwerking met de Turkse politiek verbetert. België kan dit samen met andere EU-lidstaten aankaarten."

    6. Verstrenging van de strafuitvoering

    En ook de strafuitvoering moet in het algemeen verstrengd worden. Deze maatregel komt er onder meer omdat Ibrahim El Bakraoui, een van de daders in Zaventem, voorwaardelijk vrijgelaten werd. 

    Nu zal het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank over een voorwaardelijke invrijheidstelling onder andere beter gemotiveerd moeten worden.