Meest recent

    Roma in Europa krijgen eigen cultuurinstituut: "Eindelijk kunnen we zelf tonen wie we zijn"

    Met 8 tot 12 miljoen zijn ze in Europa, maar toch blijven ze vaak onzichtbaar: de Roma. Daar moet het gloednieuwe European Roma Institute for Arts and Culture voortaan verandering in brengen. Vorige week opende het centrum zijn deuren in Berlijn. "Eindelijk zijn het niet anderen die een beeld van ons ophangen, maar kunnen we zelf laten zien wie we zijn."

    Met 8 tot 12 miljoen mensen is de Roma-bevolking de grootste minderheidsgroep in Europa. Ze leven verspreid over het continent, vooral in Midden-Europa en de Balkan, en lopen van oudsher een hoog risico op armoede, uitsluiting, racisme en discriminatie.

    Hun cultuur, geschiedenis, taal en kunst is zo goed als onbekend in de landen waar ze wonen. Wie "kunst" en "Roma", zegt, denkt hoogstens aan een huilend zigeunerinnetje op een kitscherig schilderij, of aan vioolmuziek: zeer stereotiepe beelden dus. 

    Het European Roma Institute for Arts and Culture dat donderdag is opengegaan in Berlijn, moet verandering in die situatie brengen. Het is het eerste cultuurinstituut waarin de culturele en artistieke identiteit van de Roma wordt getoond en gepromoot.

    Het instituut wordt geleid door Roma-kunstenaars, -activisten en -academici. "Honderden jaren lang hebben niet-Roma het populaire beeld van de Roma bepaald", zegt Timea Junghaus, de Hongaarse Roma die aan het hoofd staat van het instituut. "Het stereotiepe beeld van ons is dat van een geromantiseerd, geseksualiseerd, crimineel volk. Nu eisen we zelf het recht op om onszelf uit te drukken. Door zelfexpressie zullen we er hopelijk in slagen om vooroordelen opzij te zetten".

    Meeste Roma-kunst ligt stof te vergaren in museumdepots

    De curator wijst erop dat de culturele bijdrage van Roma aan de Europese samenleving compleet genegeerd is geweest. Alsof ze niet bestond. Van de naar schatting 10.000 kunstwerken van Roma die in Europese overheidsmusea worden bewaard, is er maar één dat permanent wordt tentoongesteld. De andere liggen stof te vergaren in museumdepots.

    Het European Roma Institute for Arts and Culture wordt gesteund door de Duitse regering, de Raad van Europa en de Stichting van George Soros, de Hongaars-Amerikaanse zakenman en filantroop die in zijn land van herkomst ook de prestigieuze Central European University opende, die onlangs door de nationalistische Hongaarse premier Orban onder vuur is genomen. 

    Berlijn wordt gezien als de geknipte locatie voor het instituut. In de eerste plaats wegens zijn ligging, centraal in Europa, en door de aantrekkingskracht die de stad uitoefent op jongeren en artiesten. Bovendien weegt ook de last van het verleden: de nazi's vervolgden niet alleen massaal joden, maar ook Roma. Naar schatting 400.000 Roma werden gedood bij de Porajmos, het Roma-equivalent van de Holocaust.