Meest recent

    Heeft Groot-Brittannië zijn eigen Macron nodig? - Ivan Ollevier

    Het moet een bittere pil zijn voor wereldleidster Theresa May. Vandaag reist ze naar Parijs, naar Emmanuel Macron, een andere - onverwachte - wereldleider. Ze gaat dus naar de grote overwinnaar terwijl ze zelf de grote verliezer is. Europa verandert snel.
    analyse
    Analyse

    Ivan Ollevier is UK-specialist van de VRT-nieuwsdienst.

    Zo snel zou het kunnen gaan. Denk even aan Frankrijk, één jaar geleden, en ook aan Groot-Brittannië, één jaar geleden.

    Frankrijk was het zieke broertje in Europa. De Britse economie daarentegen draaide op volle toeren. Dat is nog altijd zo, maar in Parijs waait met de nieuwe president Macron een frisse politieke wind.

    En als die politieke wind ook door de muffe economische structuren kan waaien, kunnen de rollen omkeren.

    De Britse politiek sputtert, nu eerste minister Theresa May en haar Conservatieve Partij hun meerderheid in het Lagerhuis zijn kwijtgespeeld.

    Plotseling lijkt Parijs het centrum van politieke vernieuwing en optimisme. In Londen regeren de oude vormen en gedachten.

    Vierenhalf jaar geleden trok ik naar Londen voor een reportage over jonge Fransen die er aan de kost kwamen als jonge ondernemer. Eva Lagarde was een Parisienne van vooraan in de dertig die enkele maanden voordien was verhuisd naar Chelsea, waar ze vanuit haar kamer een internet-communicatiebedrijf had opgezet.

    Op de Googlecampus in Old Street stelde ze me voor aan enkele van haar landgenoten en collega’s, die allemaal hetzelfde verhaal vertelden: dat Frankrijk, in tegenstelling tot Engeland, bijzonder ondernemingsonvriendelijk was. Het duurde er weken om een éénpersoonsbedrijfje op te zetten in Frankrijk, en de bedrijfsbelasting was er veel te hoog. De ambtenarij leek erop uit om elk initiatief doelbewust in de kiem te smoren.

    Maar in het Verenigd Koninkrijk was een regering aan de macht die er alles aan deed om ondernemende jongeren het leven makkelijk te maken. In Londen woonden toen naar schatting driehonderd- tot vierhonderdduizend Fransen.

    Veel is daar nog niet aan veranderd. Londen is nog altijd een hippe stad, de enige echte megastad van Europa die naam waardig. Volgens Ben Judah, de auteur van het opmerkelijke boek “This is London”, waarin hij de onderkant van de Londense samenleving verkent, maken de autochtone, blanke Britten nog maar vijfenveertig procent uit van de bevolking.

    En je merkt het als je er op straat rondloopt: je hoort in Londen voortdurend de meest uiteenlopende accenten. Iedereen wil ernaartoe. Maar als de Britten niet uitkijken, kan dat snel weer veranderen.

    De brexit

    Er is natuurlijk de brexit. Tot voor enkele weken kon de regering volhouden dat de economische gevolgen van de uitstap uit de Europese Unie minimaal waren. Integendeel zelfs. Alle pessimistische voorspellingen over een recessie bleken niet te kloppen.

    Alleen: het land was/is nog niet uit de EU gestapt. Van 23 juni vorig jaar, de dag van het brexitreferendum, tot nu, was er nog sprake van een drôle de guerre: de lage koers van het Britse pond zorgde zelfs voor een opmerkelijke stijging van de export. Schotse whisky, zalm, en de befaamde Brompton-vouwfietsen kenden een opvallende toename van hun succes.

    Pas recentelijk beginnen de Britten de gevolgen van die lage koers ook in hun portemonnee te voelen. Nu de zomervakantie nadert, moeten velen beslissen om die in eigen land door te brengen. Spanje, Zuid-Frankrijk, Kroatië zelfs, zijn te duur geworden.

    De lonen in de UK zijn nu lager dan tien jaar geleden, als je rekening houdt met de inflatie. Het land voert meer voedsel in dan het uitvoert. De populaire avocado is al tien procent duurder geworden. En de nijverheden waar het Verenigd Koninkrijk nog iets betekent, de auto-industrie, de vliegtuigbouw en medische installaties, betrekken alsmaar meer onderdelen vanuit het Europese vasteland. Ook die worden duurder. Het eindproduct dus ook.

    De Britten zien het zwart in. Van de euforie die er kort na het referendum heerste, is nog maar weinig te merken. In Londen was hoe dan ook weinig van enige euforie sprake, maar ook in het noorden, in de oude industriegebieden die een jaar geleden overtuigend “uit” hadden gestemd, is de patriottische stemming van weleer weggeëbd.

    “Misschien hebben wij ook wel een Macron nodig,” zei iemand me vorige week in Manchester. Hij maakte een grap. Maar het was ook half ernstig bedoeld.