Meest recent

    En de woontorens in België? - Siegfried Evens

    De brand van de Innovation 50 jaar geleden heeft België geholpen om strengere veiligheidsmaatregelen te verplichten dan in Groot Brittannië. "Kan een ramp zoals in Londen daardoor in België sowieso nooit meer plaatsvinden? Ik vrees van niet.".
    opinie
    Opinie

    Siegfried Evens is historicus. Hij schreef het boek: De brand in de Innovation (Standaard boekhandel).

    Een vreselijke ramp in Londen. De Grenfell Tower die verandert in een gigantische toorts van vuur. Nu blijkt dat de bewoners van de toren al jarenlang wezen op het brandgevaar in hun woontoren. Het ziet ernaar uit dat er een stevig debat over brandveiligheid gaat losbarsten in het Verenigd Koninkrijk.

    Werden er wel genoeg maatregelen genomen om brand te voorkomen en om mensen tijdig te evacueren? Moet er meer wetgeving komen? Standaardvragen die volgen na elke ramp. België had zo’n debat 50 jaar geleden al. De aanleiding? De brand in de Innovation. De debatten hebben het Kanaal echter niet overgestoken.

    Bijna een maand geleden herdachten we de 50ste verjaardag van de ramp in de Innovation, de grootste brand die ons land ooit kende. De manier waarop wij vandaag met brand omgaan, is grotendeels bepaald door die vreselijke gebeurtenis in 1967.

    Woontorens

    Terwijl de Brusselaars nog nietsvermoedend aan het shoppen waren in de Inno, aan de vooravond van de tragedie, was zich al een ander gevaar aan het voltrekken. Tijdens de jaren zestig deed namelijk de woontoren zijn intrede. Een typisch product van de golden sixties.

    Na de Tweede Wereldoorlog wilde men goedkope huisvesting voor iedereen. En nee, niet in het centrum van de stad, maar iets erbuiten. In het groen, met veel ruimte en lucht die je in de oude, verzadigde stadscentra niet kon vinden.

    De torens torenden letterlijk boven het landschap uit. Langs de binnenkant een ongelooflijk zicht op de omgeving. Langs de buitenkant een symbool van moderniteit waar je niet naast kon kijken.

    Kijk vandaag in België rond en je ziet dat België vol staat met deze woontorens. Denk maar aan de woonblokken aan ‘het Kiel’ langs de Antwerpse ring, de modelwijk in Laken, de torens die boven het Gentse Rabot opduiken, etc.

    Er werden niet alleen torens gebouwd om te wonen, maar ook kantoren. Denk maar aan de Brusselse Noordwijk, de Zuidtoren, Madoutoren of het gedrocht dat het uitzicht van de De Keyzerlei domineert. De gebouwen waren liefst zo groot en hoog mogelijk. Ze moesten efficiënt zijn, maar vooral ook moderniteit en vooruitgang belichamen. Dezelfde evolutie zie je in het Verenigd Koninkrijk. Public housing for everyone.

    De brand in de Innovation was in 1967 de aanleiding om vragen te beginnen stellen over de wijze waarop deze torens gebouwd waren. Wat in de Inno kon gebeuren, een gebouw van 5 verdiepingen, kon even goed in een toren van 20 verdiepingen plaatsvinden. De gedachte alleen al deed huiveren. Sterker nog, er was al eerder bezorgdheid.

    In 1966 deden journalisten van Het Laatste Nieuws een onderzoek naar de veiligheid in de torens. Hun conclusie: ze hebben het potentieel in zich om “verbrandingsovens” te worden. Ook andere kranten mengden zich in het debat. Als er iets in die torens gebeurt, wordt het een ramp. De woorden klinken haast profetisch.

    Zo ging het debat naar de Kamer. Niet evident, want men wilde de bewoners van woonblokken of bedienden in kantoorgebouwen geen schrik aanjagen, ondanks het feit dat er wel degelijk reden tot bezorgdheid was. 

    Een kamerlid interpelleert: "We kennen allemaal het torengebouw van het Rogiercentrum, en de Madou-toren. Wanneer men zich daar begeeft, Mijnheer de Minister, hebt u dan ook niet de indruk dat men onmogelijk de uitgang kan vinden? Het is onmogelijk de enige trap die schijnt te bestaan te vermoeden en in geval van brand of andere panieken, zal men daar werkelijk voor zeer gevaarlijke toestanden komen te staan. (…) Weet hij dat op dit ogenblik nog bouwtoelatingen worden gegeven in de Brusselse agglomeratie voor flatgebouwen van negen verdiepingen en méér, waar één enkele trap is voorzien, een binnentrap met een breedte van 60 centimeter?”

    Ook de Londense toren, niet 9 maar 24 verdiepingen hoog, had maar één nooduitgang. In 2017.

    De regering Vanden Boeynants, zwaar onder druk, ontkende in alle toonaarden dat de gebouwen onveilig waren. In de loop van de jaren ’70 worden er in België dan toch maatregelen genomen. Een hele reglementering voor grote, publieke gebouwen wordt uitgewerkt en in 1972 komen er specifieke vereisten voor hoogbouw.

    Ook nadien wordt de wetgeving rond brandveiligheid in België nog meerdere malen aangescherpt. Gebouwen moeten gecompartimenteerd worden en voldoende vluchtwegen, langs buiten of via een brandwerende trapkoker, moeten beschikbaar zijn.

    In België?

    Kan een ramp zoals in Londen daardoor in België sowieso nooit meer plaatsvinden? Ik vrees van niet. De torengebouwen in België zijn wel een stuk strenger beveiligd dan in het Verenigd Koninkrijk. De reglementering voor gebouwen is daar een stuk vrijer. Maar risico’s op rampen zijn er natuurlijk altijd, ook bij ons.

    Het enige wat we kunnen doen, is die rampen die de mens zelf ook creëert zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Preventie heet dat. Als we dat uit het oog verliezen, zoals in de Grenfell Tower duidelijk is gebeurd, kunnen de gevolgen catastrofaal zijn.

    Laten we hopen dat het Verenigd Koninkrijk, en bij uitbreiding elk land, leert uit deze ramp. In ieder geval, moest het niet lukken, raad ik de regering-May (voor hoelang ze er misschien nog is) aan om er desnoods eens een Belgische krant of parlementaire handeling uit 1967 bij te nemen.

    Wat een halve eeuw geleden is gebeurd, kan immers vandaag nog steeds een leerrijke inspiratiebron zijn.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.