Meest recent

    Vindt Europa eindelijk een akkoord over sociale dumping? - Rob Heirbaut

    Eén van de redenen waarom veel kiezers zich afkeren van Europa, zo luidt de redenering, is het ongenoegen over het sociale beleid. Met als stokpaardje: sociale dumping. Vandaag bespreken de Europese landen een voorstel van commissaris Marianne Thysen over die zogenaamde "detachering". Blijven we elkaar beconcurreren of komt er een akkoord?
    analyse
    Analyse

    Rob Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de Europese instellingen en discussies.

    In de Europese Unie geldt het “vrij verkeer van diensten”. Dat wil zeggen dat bedrijven hun diensten zonder belemmering in een andere lidstaat moeten kunnen verkopen. Een Pools bouwbedrijf dat in België meewerkt aan de bouw van een nieuw huis of een groot kantoorgebouw, het is perfect legaal.

    Het Poolse bedrijf mag die “dienst” met zijn eigen personeel komen uitvoeren in België. De Poolse werknemers worden tijdelijk “gedetacheerd” naar België om het werk uit te voeren, maar blijven in dienst van de Poolse werkgever. 

    Wat is het probleem?

    Er bestaat een Europese wet uit 1996 die bepaalt dat gedetacheerde werknemers minstens het minimumloon moeten krijgen van het land waar ze tijdelijk gaan werken. De bedoeling daarvan was om te vermijden dat werknemers uit landen met hogere lonen weggeconcurreerd zouden worden door werknemers van bedrijven uit landen met lage lonen.

    De sociale zekerheidsbijdragen worden echter wél afgehouden in het land van oorsprong. Door de toetreding van landen uit Centraal- en Oost-Europa tot de Europese Unie, zijn de verschillen tussen de lidstaten inzake verloning en sociale zekerheidsbijdragen veel groter dan in 1996. In Polen liggen de sociale zekerheidsbijdragen veel lager dan bij ons.

    Daardoor is een gedetacheerde Poolse werknemer veel goedkoper dan een Belgische werknemer die hetzelfde werk doet.

    Als gevolg hiervan kunnen Poolse bedrijven (of bedrijven uit gelijkaardige landen) goedkoper werken dan Belgische, Duitse of Franse bedrijven.

    Van deze situatie wordt misbruik gemaakt. Er is sprake van “postbusbedrijven”, waarbij bedrijven officieel wel in Warschau gevestigd zijn, maar er de facto alleen maar een postbus hebben.

    Een ander probleem is dat gedetacheerde werknemers vaak slecht gehuisvest worden. Bovendien wordt vaak een deel van hun loon afgehouden om hiervoor te betalen.

    De Belgische sociale inspectie kan pas optreden tegen misbruiken, wanneer hun collega’s uit de landen waar de gedetacheerde werknemers vandaan komen meewerken. Die samenwerking loopt stroef.

    Enkele cijfers:

    Bij ons leidt dit tot klachten over sociale dumping in de bouwsector. Volgens de Europese Commissie werken in ons land (cijfers van 2015) 156.000 gedetacheerde werknemers. De helft in de bouwsector. 16 procent komt uit Polen.

    Opvallend: de meeste gedetacheerde werknemers in België komen uit Frankrijk (24%). Ook West-Europese bedrijven gebruiken immers de techniek van detachering om hoogopgeleid personeel opdrachten te laten uitvoeren in andere landen (bijvoorbeeld informatici). Belgische bedrijven detacheerden in 2015 82.000 werknemers naar andere EU-landen.

    Alleen in Duitsland en Frankrijk werken nog meer gedetacheerde werknemers dan in België, maar dat zijn natuurlijk veel grotere landen. In totaal zijn er in Europa zowat 1.5 miljoen gedetacheerde werknemers. Op het totale aantal mensen met een voltijdse baan, is dat amper 0.2%. Maar in sommige sectoren, zoals de bouwsector bij ons, ligt het percentage veel hoger.

    Wat stelde Thyssen voor?

    In maart 2016 lanceerde Europees Commissaris voor Werk en Sociale Zaken Marianne Thyssen een voorstel om de Europese wet, de zogenaamde“detacheringsrichtlijn” uit 1996 aan te passen. Thyssen wil dat gedetacheerde werknemers hetzelfde loon krijgen als de werknemers van het land waar ze tijdelijk werken.

    Niet slechts het minimumloon dus. Ze moeten ook dezelfde voordelen krijgen zoals zoals premies of een dertiende maand.

    Bovendien mag detachering in het voorstel van Thyssen niet langer dan 24 maanden duren. Wie langer in een ander land werkt als gedetacheerde werknemer, moet in het gastland sociale zekerheidsbijdragen betalen.

    Reacties?

    Op dit voorstel kwamen negatieve reacties uit Centraal- en Oost-Europa. 11 nationale parlementen maakten hun bezwaren kenbaar aan de Europese Commissie. Volgens hen probeert de Europese Commissie in te grijpen in loonvorming, en dat is een nationale bevoegdheid. Maar de Commissie schoof alle bezwaren aan de kant.

    Bij ons vinden velen het voorstel van Thyssen niet ver genoeg gaan: er wordt gepleit voor een maximumduur van 6 maanden, sommigen willen dat lidstaten de macht zouden krijgen om in bepaalde sectoren geen detachering toe te laten.

    Wat nu?

    Malta, dat tot eind juni voorzitter is van de Europese Unie, werkte de voorbije maanden aan een compromisvoorstel. Het zag er naar dat een akkoord in de maak was, ondanks het aanhoudende verzet van onder meer Polen, Tsjechië, Hongarije en Slovakije (de zogenaamde Visegrad-groep).

    De verkiezing van Emmanuel Macron en de aanstelling van de nieuwe Franse regering, zorgen echter voor vertraging: Frankrijk eist nu dat de maximumduur van detachering op 12 maanden wordt vastgelegd. Ze willen ook betere administratieve samenwerking om postbusbedrijven aan te pakken.

    Frankrijk zegt de steun te hebben van Duitsland. Het gevolg is echter dat er nu wellicht geen compromis mogelijk is, en dat het dossier opnieuw maanden vertraging dreigt op te lopen. Niet vergeten: zelfs wanneer de lidstaten het eens geraken, moet er ook nog onderhandeld worden met het Europees Parlement, waar ook een hevige discussie aan de gang is tussen parlementsleden uit Oost- en West-Europa.