Meest recent

    Socialisten in de bres vóór de oorlog

    Rusland is oorlogsmoe in de vroege zomer van 1917. Britten, Fransen en ook Belgen sturen daarom socialistische politici naar het land, om de kameraden te overtuigen de strijd verder te zetten. Maar een grote indruk maken ze niet.
    ©Jan Van de Vel

    Revolutionair Rusland is oorlogmoe in de late lente van 1917. De soldaten aan het front willen naar huis en Lenins bolsjewieken ageren via de Petrogradse sovjet van arbeiders en soldaten tegen de Voorlopige Regering en tegen de oorlog.

    Aleksandr Kerenski, socialist en minister van Oorlog in die regering, vindt dat Rusland de oorlog moet voortzetten. Hij wil een nieuw offensief voorbereiden aan het zuidwestelijke front in Galicië, nu westelijk Oekraïne.

    Dat is zeer naar de zin van de westerse bondgenoten, met name de Fransen en de Britten. Ze zijn als de dood dat Rusland een afzonderlijke vrede zal sluiten met Duitsland en Oostenrijk. Als dat gebeurt, kan het Duitse leger zijn troepen aan het Westerse front versterken.

    Ze sturen socialistische politici naar Rusland om er de voortzetting van de oorlog te gaan propageren.

    'Hoe vreedzamer de Russische beer wordt, hoe meer hij de schrik van de Britten wordt' ; karikatuur uit het Oostenrijkse weekblad Kikeriki (1-4-1917).

    Beginfoto: de Belgische socialistische voorman Emile Vandervelde (midden) op bezoek bij de Belgische ACM-eenheid aan het Russische front in Jezerna op 12 juni 1917.

    De Britten sturen Labour-leider Arthur Henderson naar Rusland, de Fransen de socialistische minister van bewapening Albert Thomas.

    De Belgische regering in Le Havre stuurt een trio uit: Emile Vandervelde, minister en tevens voorzitter van de Socialistische Internationale, en twee van zijn nauwe medewerkers: Hendrik De Man en Louis de Brouckère. Hun missie duurt van 6 mei tot 25 juni 1917.

    Vandervelde en De Man reizen via Londen en Stockholm. Vandaar gaat het verder naar de grens met Finland, toen een autonoom deel van Rusland. In Finland nemen ze de trein naar Petrograd.

    De Franse socialist Albert Thomas volgde zowat dezelfde route als de Belgen. Links staat hij (tweede van rechts) op de boot naar het Noorse Bergen, rechts steekt hij de houten brug over de rivier aan de grens tussen Zweden en Finland (BnF, Gallica)

    Op de trein ontmoeten de Belgen de Russische revolutionaire socialist Lev Trotski, die ook op weg is naar Petrograd (zoals Sint-Petersburg tijdens de oorlog heette), maar die heel andere opvattingen heeft over de oorlog dan zij.

    De Man zit in een treincoupé met Engelse officieren te praten als hij Trotski ziet voorbij wandelen. Hij roept hem en krijgt als antwoord: “Kom dan in de gang want ik wil niet dezelfde lucht inademen als Engelse huurlingen”.

    Tijdens het gesprek herinnert Trotski zich dat hij destijds als medewerker van Camille Huysmans bij het secretariaat van de Internationale met de kameraden kwam praten in het Volkshuis in Brussel. Maar dat was vroeger.

    Nu ziet Vandervelde dat Trotski tijdens de haltes van de trein soldaten gaat toespreken en in naam van het internationale proletariaat tegen de oorlog fulmineert.

    Lev Trotski spreekt de menigte toe als hij aankomt in Petrograd

    Trotski weigert tijdens de reis met Vandervelde te praten. Als de trein het station van de hoofdstad Petrograd binnenrijdt, staan Belgische diplomaten achteraan op het perron met een Belgisch vlaggetje Vandervelde op de wachten, terwijl vooraan een grote groep arbeiders met rode vlaggen, spandoeken en een fanfare Trotski verwelkomt.

    Bij het uitstappen draait Trotski zich om en zegt spottend in het Frans : “Ziet u, burger Vandervelde, deze grote manifestatie is er niet voor de ex-voorzitter van de Internationale, maar voor mij”. Er is zelfs niemand van de Russische Voorlopige Regering om de Belgische minister te verwelkomen.

    Een half jaar later zal dezelfde Trotski de bolsjewistische troepen leiden die de Voorlopige Regering afzetten.

    Albert Thomas spreekt de Russische troepen toe aan het front (uit Le Miroir, 8 juli 1917)

    Van midden mei tot begin juni 1917 zijn Vandervelde, De Man en de Brouckère in Petrograd,. Eind mei zijn ze in Moskou. Daar is de Russische schrijver Paustovski present als Albert Thomas en Vandervelde het volk toespreken.

    Thomas houdt een toespraak waar het Russisch publiek niet veel van begrijpt. De Fransman voert dan maar een klein drama op. Hij beeldt een brutale Pruis uit die een denkbeeldig Rusland dat niet meer vecht, wurgt en genadeloos vertrappelt.

    Als Thomas op zijn kromme benen heen en weer danst op het balkon, kijkt de verblufte menigte eerst geamuseerd toe en begint dan de clowneske vertoning uit te jouwen. Tot iemand achter Thomas opdoemt en hem voorzichtig van het balkon verwijdert.

    Louis de Brouckère  (de man met de hoed) op bezoek bij de Belgische ACM-eenheid (gepantserde wagens met mitrailleur of licht kanon) aan het Russische front in Jezerna op 12 juni 1917.

    In de plaats van Albert Thomas komt de Belg Vandervelde, volgens Paustovski ‘een man met een onuitstaanbaar schijnheilig gezicht in een van onder tot boven dichtgeknoopte pastoorsjas.’

    De toehoorders begrijpen niet veel van het geprevel van de Belg die oproept tot voortzetting van de oorlog: ‘Vandervelde stond nog een paar minuten wat te murmelen, dan legde hij zijn blaadjes met aantekeningen bij elkaar en liep langzaam weg waarbij zijn stijfopgerolde paraplu in een zijden foedraal hem tot wandelstok diende.’

    Op 5 juni vertrekt het Belgisch trio naar de Stavka, het legerhoofdkwartier in de Wit-Russische stad Mogilev. Ze ontmoeten er generaal de Ryckel, bij het uitbreken van de oorlog onderstafschef van het Belgisch leger, maar spoedig weggepromoveerd als Belgische militair gezant in Rusland. De Ryckel zal de Belgische socialisten begeleiden op hun tour langs het front in Galicië.

    ©Jan Van de Vel

    Soldatenmeeting in Tarnopol tijdens het bezoek van Vandervelde

    De 11de juni zijn de drie Belgische politici in Galicië (vandaag het westen van Oekraine)  . In Tarnopol spreekt Vandervelde vanop een balkon in het stadscentrum de menigte toe.

    De volgende dag bezoeken ze het Belgische ACM-pantserkorps in Jezerna. De Belgen zijn sinds eind 1915 in Rusland en vechten met hun pantserwagens, uitgerust met een mitrailleur of licht kanon, in dienst van het Russische leger.

    In een bevlogen toespraak heeft Vandervelde het over het korps van de Internationale, omdat het legerkorps in Jezerna niet enkel bestaat uit Russische troepen, maar ook beschikt over Franse vliegeniers, Tsjechische legionairs én over Britse en Belgische eenheden met pantserauto’s.

    Vandervelde oreert nog dat de vrijheid van Rusland van vitaal belang is voor de vrije volkeren van Europa en van de wereld en dat met hun hulp die vrijheid zal triomferen. Voor vele ACM-Belgen zijn het woorden in de wind, hevig toegejuicht en even later alweer weggewaaid.

    Twee foto's van het Russische front uit de Parijse krant Excelsior van 5 juni 1917: boven soldaten met de rode vlag van de revolutionairen die verder willen vechten tot de overwinning, onder soldaten met de zwarte vlag van de extremisten en anarchisten die niet verder willen vechten.

    De krant meldt dat die laatsten op veel plaatsen verbroederen met de Oostenrijkers en Duitsers.

     

    Na de meeting in Jezerna vertelt een Russische officier aan de drie politici hoe Russische soldaten reageerden op de toespraak van Vandervelde.

    De tolk die de Franse toespraak van Vandervelde beetje bij beetje vertaalde voor het Russisch soldatenvolk, was een Russische luitenant in dienst van het Franse leger en zijn opvallend blauw uniform met galons, chevrons en decoraties maakte veel indruk.

    De Russische officier die na de meeting sprak met de drie Belgische politici, hoorde een Russische soldaat tijdens de vertaalde toespraak vragen of die voorname militair in het blauw de ordonnans van de Belgische minister was.

    Nee hoor, werd geantwoord, dat is de Belgische koning. Waarop de eerste soldaat zei: ‘Dan is die Belgische koning een grote dwaas, want hij herhaalt alleen maar wat zijn minister al heeft gezegd.’

    Van links naar rechts: ACM-korpschef Semet, Emile Vandervelde, Hendrik De Man (ook in militair uniform) en Louis de Brouckère

    Vandervelde en zijn medereizigers ronden eind juni hun oorlogsmissie af aan het Roemeense front. In juli beginnen de Russen onder Kerenski nog aan het door de Geallieerden zo gewenste offensief. Maar dat wordt snel een totale mislukking en het begin van de ondergang van de democraten in het revolutionaire Rusland.

    Van het bezoek aan de Belgen van het ACM-korps in Jezerna is Vandervelde vooral het contact met één ACM-onderofficier uit Seraing bijgebleven, Julien Lahaut. Toen was Lahaut nog een medestander in de socialistische beweging maar later werd hij voorzitter van de Communistische Partij België en in 1950 het slachtoffer van een mysterieuze moordaanslag.

    Vandervelde heeft een foto bewaard van de drie Belgische politici met Lahaut in militair uniform en gedecoreerd met het Russisch Sint-Joris-kruis. Als Vandervelde na de oorlog ACM-veteraan én prominent communist Lahaut plaagt met zijn decoraties, zou die hebben gezegd dat hij ze niet onder het regime van de tsaar heeft gekregen, maar onder Kerenski.

    Waarop Vandervelde de bedenking maakt dat het toch raar is dat een Belgische communist zich beroept op de uit Rusland verdreven Kerenski om zich te verantwoorden voor het Kruis der Dapperen in dienst van de westerse geallieerden...