Meest recent

    Wat hebben brexit, aanslagen en een brand met elkaar te maken? - Katrien Vanderschoot

    De brexit, de aanslagen en de brand in de Londense woontoren wakkerden het wij-zij-denken aan én tegelijk waren ze een test voor de veerkracht en de samenhorigheid van de Britten. Dat spanningsveld speelt vandaag meer dan ooit.
    analyse
    Analyse

    Katrien Vanderschoot is buitenlandjournalist bij VRT Nieuws. Zij was de jongste maanden veel in Groot-Brittannië wegens de aanslagen en ze volgde de verkiezingen.

    De aanslag bij de moskee in Finsbury Park in Londen draagt de stempel van waanzin en haat. Dezelfde waanzin en haat als die bij de aanslagen in Manchester en London Bridge van begin deze maand. Een dader die zoveel mogelijk slachtoffers wilde maken van een gemeenschap die hij niet wil dulden, die hij minderwaardig acht of op z’n minst schuldig aan wat hemzelf zou zijn aangedaan.

    Zullen die wandaden de Britse samenleving uit elkaar spelen of net verbinden?

    Haat

    Een jaar geleden stond ik in de avondzon op Trafalgar Square te luisteren naar de Pakistaanse mensenrechtenactiviste Malala, tussen de Londenaars die het vermoorde Labourparlementslid Jo Cox kwamen herdenken. Die was op 16 juni, net voor het referendum over de brexit, vermoord door een man met nazisympathieën, die “Britain First” riep toen hij haar met verschillende messteken ombracht. Bij de Europese Unie willen blijven, het was toen al voldoende om gestoorde of gefrustreerde mensen door het lint te laten gaan.

    Tijdens de wake hing er een sfeer van verdriet, niet van haat. De rouwenden droegen affiches met “Hope not hate”, en uitspraken van Cox: “we zijn meer eensgezind en we hebben meer gemeen dat wat ons verdeelt”. Daarmee had ze zich laten opmerken bij haar ‘maidenspeech’ in het Lagerhuis.

    Het Verdeelde Koninkrijk

    De oproep tot eensgezindheid heeft toen niet geholpen. De uitslag van het brexitreferendum deed het Verenigd Koninkrijk uiteenspatten in twee blokken, de wonden zijn een jaar later nog niet geheeld.

    Vandaag beginnen de onderhandelingen over de brexit, en dat terwijl de conservatieve regering van premier May alle moeite heeft om overeind te blijven na haar teleurstellende resultaat bij de parlementsverkiezingen van 8 juni.

    Groot-Brittannië lijkt op een schip zonder kapitein, premier May kan geen woord uitbrengen of ze wordt bekritiseerd binnen en buiten haar partij. Maar de bevolking ligt vandaag minder wakker van de brexit dan van de drie aanslagen van de eerste helft van dit jaar en van de brand in de Grenfell Tower in Kensington. Nu komt daar ook nog eens de aanslag bij aan de moskee van Finsbury Park.

    Wij-zij-denken

    Ogenschijnlijk gaat het om drie verschillende maatschappelijke gebeurtenissen: een politieke, een religieuze en een sociale. Maar ze zijn verwant omdat ze alle drie een dubbel effect hadden.

    Ze wakkerden het wij-zij-denken aan én tegelijk waren ze een test voor de veerkracht en de samenhorigheid van de Britten. Dat spanningsveld speelt vandaag meer dan ooit.

    Ik kon het voelen in de emotie van een krantenverkoopster, haar absolute weerzin van de aanslag in Manchester die zoveel jonge mensen had weggerukt. “Wie haalt het in zijn hoofd om die kinderen te doden? Dat zijn geen mensen, mevrouw!”

    Of kijk nog eens naar de beelden van de radeloze en woedende menigte aan de Grenfell Tower. Ze schreeuwden hun frustratie uit over het sociale onrecht, over de onverschilligheid van de overheid: “Waarom werd er niet naar ons geluisterd? Waarom kon die gevelbekleding geen 2 pond meer kosten?”

    Wat de man bezielde die de voorbije nacht inreed op een groep moskeegangers weten we officieel nog niet. Hij riep dat hij alle moslims wilde doden. Waanzin en woede, wij tegen zij.

    Wie kan de gemoederen bedaren?

    De oppositie is er natuurlijk als de kippen bij om allerlei mistoestanden bij de overheid aan te klagen. Of het gaat om een gebrek aan agenten, of om betere brandveiligheid, Labourleider Corbyn speelt zijn rol, maar dat is dan ook dat.

    Medeleven met een dikke laag politiek en dus weinig oprecht op het eerste gezicht. Premier May zou de emotie van haar burgers op z’n minst moeten begrijpen en enige empathie tonen. Maar ze staat mijlenver af van de mensen die nu hun woede en verdriet ventileren.

    Pas twee dagen na de brand praten met nabestaanden en slachtoffers, dat is onvergeeflijk. May deed me de voorbije dagen denken aan de film "The Queen" met Helen Mirren.

    “Ik denk niet dat er iemand het Britse volk beter kent dan ikzelf”, zegt de koningin tegen de nieuwe premier Blair, die haar wijst op haar koele reactie op de dood van prinses Diana.

    “Ik denk wel dat het volk deze opgeklopte hysterie zal laten varen en in stilte en waardig zal rouwen, zoals wij dat altijd doen in dit land.“

    Staat May ook te ver van het volk? Is ze wereldvreemd?

    De bevolking zelf

    Bijna een jaar na de moord op Jo Cox, aan de vooravond van een nieuwe belangrijke stembusgang, stond ik opnieuw op een wake. Nu aan de andere kant van de Theems, in Potter’s Field.

    Het viel op hoe divers het publiek was dat de doden kwam eren van de aanslag op London Bridge. Geen naïeve massa. Als iemand van de vipsprekers ook maar één politiek geladen statement zou hebben gemaakt, zou het hem of haar slecht zijn bekomen bij de verkiezingen.

    Er waren buurtbewoners, studenten, moslims, joden, christenen, ouderen en jongeren. Hun enige doel: tonen dat de aanslagen de Londenaars niet zouden kapotmaken, dat de daders alleen staan in hun poging om de samenleving te breken.

    Ook na de brand in de Grenfell Tower viel op hoe die vreselijke gebeurtenis mensen samenbracht. In de toren zaten ouders, kinderen, vluchtelingen, bejaarden. Waar ze vandaan kwamen, dat maakte niet uit. Het leed was hetzelfde, de solidariteit ging over alle etnische en religieuze grenzen heen.

    Welke krachten het zullen halen in het Verenigd Koninkrijk is nog niet zeker. Maar het feit dat de herdenking voor Jo Cox dit jaar overal in het land vele duizenden mensen op de been heeft gebracht, doet vermoeden dat de Britten meer hunkeren naar wat hen bindt dan naar wat hen verdeelt.