Meest recent

    Griekenland helemaal in de oorlog betrokken

    In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, deze week 100 jaar geleden. Griekenland neemt nu helemaal deel aan de oorlog, de eerste Amerikaanse troepen komen aan in Europa, de Fransen veroveren het "Drakenhol", opnieuw executies in bezet België, .....

    De nieuwe Griekse koning Alexander heeft Eleutherios Venizelos opnieuw tot premier benoemd. De Griekse staatsman was een paar dagen daarvoor naar de hoofdstad Athene teruggekeerd.

    Venizelos heeft een regering gevormd die in feite dezelfde is als de tegenregering die hij voordien in de noordelijke stad Saloniki leidde.

    De nieuwe regering heeft meteen de diplomatieke betrekkingen verbroken met Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en Turkije. De tegenregering in Saloniki had die landen al de oorlog verklaard. Nu geldt de staat van oorlog voor het heel Griekenland en vecht het land ook officieel aan de kant van de Entente.

    Een sloep van de Franse marine brengt Venizelos aan land in Piraeus, de haven van Athene, in de achtergrond bootjes met bewonderaars van de premier. Rechts is hij in gesprek met onder andere de Franse bevelhebber in Athene (Excelsior 13 juli 1917)

    Geallieerde troepen zijn intussen ook in Athene aangekomen. Vrijwel het hele land staat nu onder Geallieerde controle.

    Daarmee komt na negen maanden een einde aan het “nationaal schisma”, de verdeling van het land tussen de aanhangers van Venizelos en die van koning Constantijn.

    De verdreven Griekse koning Constantijn is intussen in de Zwitserse stad Lugano gearriveerd. Daar verblijven nogal wat vooraanstaande Duitsers. Zijn schoonbroer keizer Willem II heeft hem laten weten dat Duitsland alles zal doen om hem in zijn macht te herstellen.

    Japanse matrozen gaan aan land in Piraeus.Vier Japanse oorlogsschepen zijn sinds het voorjaar van 1917 actief in de Middellandse Zee en escorteren er vooral troepentransporten van de Geallieerden.

    Links: Franse troepen in het Parthenon.

    Rechts: een grote groep, vooraanstaande Duitsgezinde Grieken is door de nieuwe regering gedwongen om het land te verlaten en in ballingschap te gaan ( Le Miroir, juli 1917, BnF Gallica).

     

    Eerste Amerikaanse troepen in Europa

    Op 25 juni zijn de eerste Amerikaanse troepen in Europa aan land gegaan.

    In de Franse haven van Saint-Nazaire ontscheepten 14 750 infanteristen. De landingsplaats was geheim gehouden vanwege het gevaar van Duitse onderzeeërs.

    Een enthousiaste menigte verwelkomde de ‘Sammies’, zoals ze – naar Uncle Sam - genoemd worden.

    De komst van Amerikaanse troepen is een werk op lange termijn. In anderhalf jaar zou er twee miljoen man moeten overkomen !

    De manschappen die nu ontschepen zijn nog helemaal “groen”. Hun opleiding zal gebeuren in een kamp nabij Saint-Nazaire, dat in aanbouw is. Ook wapens en materiaal moeten nog worden aangevoerd.

    De Franse maarschalk Joffre had er bij zijn bezoek aan de Verenigde Staten op aangedrongen dat er zo snel mogelijk Amerikaanse troepen naar Frankrijk werden gestuurd, ook om psychologische redenen. In ruil zullen de Fransen helpen bij de opleiding en uitrusting.

    De Parijse krant Excelsior brengt foto's van de aankomst van de Amerikanen met een week vertraging en heeft over 'een haven', niet over Saint-Nazaire (BnF, Gallica)

    Weer gefusilleerden op Nationale Schietbaan

    Op 25 juni zijn op de Nationale Schietbaan in Schaarbeek opnieuw vijf Belgische burgers gefusilleerd.

     Het zijn de broers Jules en Lucien Descamps, die in Brussel een café hadden, Georges Kugé uit Brussel, Frans Vergauwen uit Antwerpen en Léon Boiteux uit Boussu-lez-Walcourt

    Ze maakten deel uit van een netwerk dat inlichtingen verzamelde over de aanwezigheid en verplaatsingen van Duitse troepen in ons land.

    De horlogemaker Kugé (26) had de leiding. Hij was in het begin van de oorlog in het leger geweest, maar raakte gewond en mocht naar huis terugkeren. Kugé had een Duitse vader (die eigenlijk Kuge heette) maar had voor de Belgische nationaliteit gekozen.

    De spionnen hielden contact via het café van de gebroeders Descamps. Vergauwen, die als koerier naar de Nederlandse grens dienst deed, was in 1910 wereldkampioen wielrennen voor liefhebbers geweest.

    In totaal stonden 25 mensen terecht voor hun deelname aan het netwerk. Acht werden ter dood veroordeeld, maar drie daarvan kregen gratie. Er vielen ook forse gevangenisstraffen.

    Van links naar rechts: Georges Kugé, Frans Vergauwen en de gebroeders Jules en Lucien Descamps

    Ook in Gent heeft een executie plaatsgevonden. Amadeus Van Hoorde, een wever en herbergier uit Wetteren is wegens illegaal wapenbezit ter dood veroordeeld en gefusilleerd (Stadsarchief Gent)

    Nieuwe Oostenrijkse premier

    Ernst Seidler, ridder von Feuchtenberg, is door keizer Karel tot nieuwe minister-president van Oostenrijk benoemd. Hij volgt Heinrich Clam-Martinic op, die pas sinds eind 1916 aan de macht was.

    Seidler is hoogleraar in de rechten en de economie. In de vorige regering leidde hij het ministerie van Landbouw, waar hij carrière had gemaakt.

    Hij staat aan het hoofd van de regering van de “Oostenrijkse Landen”, die met Hongarije de “Dubbelmonarchie” Oostenrijk-Hongarije, vormen. Die regering heeft geen rechtstreekse invloed op de oorlogvoering en de buitenlandse politiek, die in handen is van enkele (gemeenschappelijke) “keizerlijke en koninklijke ministers”.

    De keizer verwacht van Seidler dat hij een grondwetshervorming doorvoert die tegemoetkomt aan de eisen van de nationale minderheden. Zo denkt hij eraan om naast de historische indeling in “kroonlanden”, gebieden in te voeren waarin de Tsjechen, Polen, Italianen en Slovenen autonomie zouden genieten.

    Midden onderaan Ernst Seidler tussen enkele van zijn kabinetsleden (Das Interessante Blatt, 28 juni 1917, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)

    Volgens het satirische Weense weekblad Kikeriki wordt het voor Seidler moeilijk koorddansen tussen de Duitstaligen en de andere minderheden ( 8 juli 1917, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)

    Fransen veroveren “Drakenhol”

    Franse troepen zijn erin geslaagd het ‘Drakenhol’ (‘Drachenhöle’ of ‘Caverne du Dragon’) onder de Chemin des Dames binnen te dringen.

    Het gaat om een ondergrondse steengroeve die in de Middeleeuwen ontstond. De openingen naar de zuidkant betekenden een enorme bedreiging voor de Franse aanvallen vanaf de Aisne. Die bedreiging valt nu weg.

    Toen de Duitsers de Chemin des Dames als een verdedigingslinie versterkten, richtten ze de uitgehakte grotten in als opslagplaatsen voor voedsel en munitie, maar ook als hospitaal, compleet met apotheek en operatiekamer. Er werd een waterput gegraven en kwamen zelfs een kapel, een begraafplaats en een schietstand.

    Aan de ingangen van de groeven stonden mitrailleursnesten. Omdat er zeven “vuurspuwende” ingangen waren, vergeleken de Duitsers de groeve met de zevenkoppige vuurrode draak uit de Apocalyps. Vandaar de naam ‘Drakenhol’.

    Franse militairen brengen soep naar de 'Caverne des Dragons' (7 juli 1917, Albums Valois, BDIC)

    Het “hol” wist zelfs te weerstaan aan de zwaarste artilleriebeschietingen. Bij de rampzalige eerste bestorming van de Chemin des Dames, op 18 april veroorzaakten de mitrailleursnesten een bloedbad onder de Senegalese troepen.

    In de avond van 25 juni vielen twee infanteriebataljons de ingangen aan. Een van de bataljons behoort tot het vermaarde 152e Regiment Infanterie, dat van de Duitsers de benaming ‘Rode Duivels’ heeft gekregen.

    Ze drongen door tot in de grotten. Door gebruik van gifgas en vlammenwerpers werd het verzet gebroken. Op 27 juni gaven 340 Duitsers zich na onderhandelingen over.

    De Franse pers viert deze verovering als een grote overwinning. Het noordelijke deel van de steengroeve is wel nog altijd in handen van de Duitsers. Een door hen aangelegde muur scheidt hen van de Fransen.

    Graven in de 'Caverne des Dragons' (7 juli 1917, Albums Valois, BDIC)

    Evacuatie inwoners frontgebied in België

    Er vindt een echte exodus plaats in de Zuid-West-Vlaamse steden Wervik en Menen en de omliggende gemeenten, net als in Halluin, de Franse stad die pal aan Menen grenst.

    Oorzaak is de Britse opmars ten zuiden van Ieper, waardoor die steden een stuk dichter bij het front liggen.

    De aanhoudende Britse aanvallen op Mesen en Wijtschate deden begin deze maand een deel van de bevolking al vluchten, uit schrik voor inslaande granaten en vliegtuigbommen.

    De Duitse militaire overheid is nu met een systematisch evacuatieplan bezig. Eerst vertrekken de gezinnen met kleine kinderen, daarna de rest. De zieken uit het ziekenhuis werden afzonderlijk geëvacueerd.

    De bewoners worden per trein weggevoerd. Ze mogen slechts een beperkte hoeveelheid bagage meenemen.

    De meeste treinen gaan naar Vilvoorde, waar de geëvacueerden worden verspreid over de landelijke dorpen rond Brussel, maar ook in de streek van Mechelen en zelfs in Limburg.

    Wervik is al een spookstad geworden. Ook Menen loopt helemaal leeg.
     

    Al lang voor de evacuatie hadden de inwoners te lijden onder het oorlogsgeweld: bewoners bij hun vernield huis, Wervik mei 1916 (Bundesarchiv Bild)

    Groepsfoto van inwoners van Wervik die in Sint-Truiden zijn opgevangen, september 1917 (collectie Rudy Vandamme)

    Radicale Ierse nationalisten vrijgelaten

    De Britse regering heeft 120 radicale Ierse nationalisten vrijgelaten die vast zaten sinds de Paasopstand in april 1917.

    Weldra begint in Dublin een 'Ierse Conventie' waar onderhandeld zal worden over de praktische toepassing van het Ierse zelfbestuur. De vrijlating is een gebaar om "toe te laten dat de conventie vergadert in een sfeer van harmonie en goede wil".

    In Ierland zijn de radicale nationalisten van Sinn Féin steeds populairder aan het worden en ze hebben de voorbije maanden verrassend 2 parlementszetels veroverd op de gematigde Nationalisten.

    De vrijgelaten nationalisten zijn in het station van Dublin ontvangen als helden, met de vlaggen van Sinn Féin.

    lees ook