Meest recent

    Het is juist om soldaten in de straten te hebben - Roger Housen

    De aanslag gisteren in Brussel-Centraal opent opnieuw de discussie over de inzet van militairen voor beveiliging van plaatsen waar veel mensen komen. Oud-kolonel Roger Housen zet op een rijtje waarom volgens hem die militairen dat best wel doen.
    opinie
    Opinie

    Roger Housen is oud-kolonel en nu strategisch consulent bij de militaire vakbond ACMP-CGPM.

    Er patrouilleren nu al 2,5 jaar militairen door onze straten. Vandaag zijn ze nog met ongeveer 1.100. Iedere maand beslist de regering de operatie ‘Vigilant Guardian’ voor de militaire inzet opnieuw met een maand te verlengen. Deze robuuste militaire aanwezigheid heeft al geleid tot heel wat kritiek, zowel positieve als negatieve. Het terreurincident van dinsdagavond in het Brusselse Centraal Station is dus een prima aanleiding om een aantal dingen in de juiste context te plaatsen.

    Waarom soldaten?

    Het is goed dat velen het niet normaal vinden dat het leger aanwezig is in de straten. Het is ook juist dat dit bij niet weinigen een oncomfortabel gevoel geeft.

    Talrijk zijn zij die wensen te weten of de militaire inzet voor de binnenlandse veiligheid alleen gebeurt als een ultieme remedie en enkel omdat het essentieel is. En dat ze geen reflexmatige reactie is die ingegeven werd door politieke profileringsdrang. Of toch niet uitsluitend voor politieke winst bedoeld is.

    De terreuraanslag van gisteren, die verijdeld werd dankzij het professioneel en koelbloedig optreden van soldaten, is het beste bewijs dat de militaire aanwezigheid op publieke plaatsen essentieel is. En dat ze niet enkel schijnveiligheid oplevert.

    De militaire bijdrage aan de interne veiligheid van ons land heeft wel degelijk toegevoegde waarde, niet enkel ter ontrading van terreurdaden, maar ook om ze in de kiem te smoren en slachtoffers te vermijden.

    Laten we dus niet meer hervallen in politieke recuperatie en gespin rond dit thema. Dit gaat over onze essentiële veiligheid in zeer ernstige omstandigheden; het kan dan ook geen punt zijn voor goedkope politieke retoriek.

    De burger verwacht immers de veiligheid waar hij recht op heeft. En waarvoor hij belastingen betaalt. Wie dat levert is uiteindelijk om het even. Vandaar dat die burger ook verwacht dat het leger er binnen de Belgische grenzen staat als de veiligheid in het geding is. En niet alleen in geval van natuurrampen en andere calamiteiten. Hij verwacht bovendien dat deze veiligheid hem op de meest doeltreffende en doelmatige wijze aangeleverd wordt, wie ook de ‘leverancier’ is.

    Politiewerk is erg verschillend van inhoud en stijl van een militaire inzet. Vandaar dat het goed is dat de politie leidt. Politiemensen hebben de voorbije 30 maanden geleerd hoe ze het best konden gebruik maken van de capaciteiten en vaardigheden van hun militaire collega’s.

    Jonge soldaten hebben ondertussen ondervonden hoe ze hun strakke militaire instincten en training op een aantal vlakken dienden te herzien.

    Klaar zijn om dodelijk geweld als laatste redmiddel te gebruiken op straat of in een station vereist aanzienlijke moed en training en een sterk beoordelingsvermogen.

    Vandaar dat soldaten in dit soort uitzonderlijke omstandigheden doeltreffend reageren.

    Hun unieke professionele expertise is immers compleet gericht op het omgaan met geweld. Het gaat hier zowel over de legitieme toepassing van dodelijk geweld als over het lichamelijk en geestelijk bestand zijn tegen het ondergaan van geweld. En dit in de meest extreme en belastende omstandigheden. Zoals in het Brusselse Centraal Station.

    Vandaar dat militairen ook enig begrip, geduld en verdraagzaamheid verwelkomen voor hun optreden. Net zoals ze tekens van publieke steun waarderen.

    Hoe lang nog?

    Het heeft moed van de regering gevraagd om het besluit te nemen militairen te ontplooien in onze straten. Het kan echter nog meer moed vergen om te beslissen de militaire aanwezigheid stop te zetten.

    Want het is onwaarschijnlijk dat we in de komende periode volledige zekerheid krijgen dat de terroristische dreiging compleet afgewenteld zal zijn.

    We willen echter niet evolueren naar een situatie van permanente militaire aanwezigheid in onze steden. Tenzij we werkelijk in diepe en voortdurende nood zitten, verwachten we dat onze binnenlandse veiligheidsaanpak hersteld wordt tot het model dat onze samenleving verwacht en waardeert.