Meest recent

    Kan de politie net zo goed de taken van de militairen vervullen?

    Sammy Mahdi, de voorzitter van Jong CD&V, vindt dat militairen niet thuishoren in het straatbeeld en dat de politie de taken van de militairen ook zou kunnen uitvoeren. Matthias Diependaele, de fractieleider van de N-VA in het Vlaams Parlement, vindt daarentegen dat enkel militairen getraind zijn om om te gaan met zwaarbewapende terroristen in "bijna oorlogssituaties". In "De afspraak" hebben ze daarover gedebatteerd.
    Sammy Mahdi (links) in debat met Matthias Diependaele.

    Enkele maanden geleden schreef Mahdi een column waarin hij uiteenzette dat hij vond dat de militairen niet thuishoren in het straatbeeld, en nu, na de mislukte aanslag in het Centraal Station, heeft hij dat herhaald.

    Hij denkt niet dat de militairen nu hun nut bewezen hebben, en dat de taken die nu door de militairen worden uitgevoerd, controletaken zijn die de politie in normale omstandigheden ook altijd zou kunnen uitvoeren.

    Het neutraliseren van een persoon die een mislukte aanslag pleegt, daarvoor is de politie net zo gekwalificeerd als de militairen, zo zei hij in "De afspraak". De man heeft de bom laten ontploffen, wat deels mislukt is, en is dan op een militair afgelopen, vermoedelijk om hem aan te vallen. Op zo'n ogenblik zou een politieagent op dezelfde manier ingrijpen, zo zei Mahdi.

    "Geen kwajongens"

    Matthias Diependaele is het daarmee helemaal niet eens. Niemand wil militairen op straat, zo zei hij, maar we hebben ze nodig, er is een dreiging. Er zijn mensen die het niet goed voor hebben met onze maatschappij, en dat zijn geen kwajongens. Het zijn mensen die kunnen omgaan met de zwaarste oorlogswapens, en die, weliswaar soms op een amateuristische manier, bommen in elkaar steken. Die mensen moeten met dezelfde wapens bestreden kunnen worden, zo zei Diependaele.

    Wat gisteren gebeurd is, is voor hem het absolute bewijs dat het werkt, de inzet van militairen. Men kan zeggen dat ze niet hebben voorkomen dat de bom ontploft is, of net niet ontploft is, maar men kan niet ontkennen dat de militairen erger hebben voorkomen, zo zei hij.

    Diependaele zei alle vertrouwen te hebben in de bekwaamheid van politieagenten, maar men moet weten waarvoor iedereen opgeleid is, en de politie is niet getraind om om te gaan met dergelijke "bijna oorlogssituaties", en de militairen zijn dat wel. 

    Zware jongens, het zwaarste geweer

    Uit dat laatste antwoord van Diependaele leidde Sammy Mahdi af dat de N-VA'er vindt dat bij terreurdreiging niveau 3, zoals we momenteel kennen, er nog steeds militairen nodig zouden zijn, zelfs als er voldoende capaciteit zou zijn bij de politie.

    Diependael antwoordde dat het inderdaad te maken heeft met capaciteit, dat we te maken hebben met zeer zware jongens, en dat we nu niet de nodige getrainde politieagenten hebben om daar tegenover te zetten. En dus moet men op zoek naar mensen die daar wel voor opgeleid zijn, en dat zijn nu eenmaal onze militairen. 

    Die hebben echter niet kunnen voorkomen dat iemand een aanval pleegde, zo wierp Mahdi tegen. Het voorval bewijst voor hem dat zelfs het zwaarste geweer niet kan voorkomen dat iemand een aanval kan plegen, een spijkerbom kan laten ontploffen.

    Voor Diependael bewijst het voorval dan weer dat de militairen op zijn minst erger hebben voorkomen. De politie is daarvoor minder geschikt, zo zei hij, en minister Jan Jambon doet inspanningen om nieuwe agenten te rekruteren, maar dat vraagt tijd, en slechts een deel van die agenten zal opgeleid worden om met dergelijke situaties om te gaan, zodat er nog geen voldoende capaciteit bij de politie zal zijn. Maar daarvoor hebben we dan de militairen.  

    Politiestaat

    Sammy Mahdi wierp dan op dat we toch moeten opletten voor een politiestaat, iets waarvoor Diependaeles partijgenoot Jan Jambon onlangs nog gewaarschuwd had. Als de militairen immers een meerwaarde hadden in dit geval, in het centraal station, dan hebben ze dat ook voor een warenhuis, een gemeentehuis...

    Daarop zei Diependaele dat hij het verschil niet zag tussen een militair of een politieagent, die dan eveneens zwaarbewapend zou zijn,  en dat het leek of Mahdi een allergie tegen kaki had.

    Mahdi zag wel grote verschillen: een militair is niet gemandateerd om iemand aan te houden of om een identiteitscontrole uit te voeren, een politieagent wel. De militairen kunnen nu een deel van hun operaties in het buitenland niet meer uitvoeren, en de militairen die hier op straat ingezet worden, kunnen geen trainingen meer volgen en verliezen zo hun expertise. Militairen moeten voor hem ingezet worden in het buitenland, bijvoorbeeld bij vredesoperaties. 

    Diependaele antwoordde dat ons veiligheidsapparaat tientallen jaren afgebouwd is, en dat we het nu opnieuw moeten opbouwen maar dat vraagt tijd. En dus moeten we de militairen, die er toch zijn en die daarvoor getraind zijn, inzetten bij die situaties. In een ondersteunende taak, ze kunnen inderdaad niet iemand arresteren, maar ze hadden duidelijk wel de bevoegdheid om gisteren te doen wat ze gedaan hebben, zo zei hij.

    Politiedotaties

    Voor Mahdi gaat het om de "veiligheid an sich", zo zei hij. Uit de rapporten van de commissie naar aanleiding  van de aanslagen blijkt dat er nog een heel aantal zaken moeten gebeuren, maar militairen op straat zijn daar geen onderdeel van.

    Wel meer investeren in de federale en de lokale politie, zo zei hij. En, iets wat hij tot vervelens toe zou blijven herhalen, de politiezone Brussel-West, waar Molenbeek onder valt, is de politiezone met de laagste dotatie van heel het land. Zorg ervoor dat we de politiedotaties kunnen herschikken, zodat de politiezones die het absoluut nodig hebben, over voldoende middelen beschikken om hun werk te kunnen doen, zo zei Mahdi. En nog iets waar we moeten aan werken, is de uitwisseling van informatie, iets wat nu nog niet professioneel genoeg gebeurt. 

    Diependaele was het er mee eens dat we aan al die zaken moeten werken, en men is daar ook mee bezig, zo zei hij. De overheid heeft immers de plicht om te doen wat ze kan om de veiligheid van de burgers te garanderen, ook al kan men nooit 100 procent veiligheid garanderen.

    Democratisch debat

    We groeien meer en meer toe naar het opbouwen van een veiligheidscultuur, zo besloot Diependaele, en dat debat blijft gaande. We zullen telkens moeten bijleren, om dat ook bij te schaven, en dat is het debat dat gevoerd wordt in een democratische maatschappij.

    Het is niet abnormaal dat er een debat gevoerd wordt, zo zei hij, en zeker na zo'n aanslag werkt dat ook een beetje therapeutisch. Laat ons dat doen op een correcte manier, aldus Diependaele, en dat moet ons dan toelaten om te kijken welke maatregelen we verder moeten nemen om die 100 procent veiligheid zo dicht mogelijk te benaderen.