Meest recent

    Kunnen onze militairen nog lang op twee fronten tegelijk blijven vechten?

    Zowel Luc Maes van de militaire vakbond ACOD als defensiespecialist Alexander Mattelaer zeggen dat het niet houdbaar is dat Defensie met de huidige capaciteit zowel buitenlandse missies verzorgt als op straat instaat voor de binnenlandse veiligheid. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) geeft toe dat het een uitdaging is om de nodige militairen op straat te kunnen houden, maar hij blijft er bij dat de regering de juiste beslissing heeft genomen om de veiligheid zo groot mogelijk te maken.
    Minister Vandeput in "Terzake".

    Volgens Luc Maes van de militaire vakbond moet Defensie een keuze maken, en ofwel focussen op buitenlandse opdrachten ofwel op de binnenlandse veiligheid. Beide combineren met deze capaciteit, is op lange termijn niet houdbaar, zo zei hij in "Terzake". 

    Zeker als men na het incident gisteren een verhoogde inzet gaat voorstellen, komt volgens hem de training in gevaar. Jonge militairen die binnenkomen in het leger, zullen bepaalde vaardigheden niet meer voldoende kunnen trainen om ingezet te kunnen worden in Europees of NAVO-verband, zo vreest hij.

    Ook VUB-professor Alexander Mattelaer, defensiespecialist van het Egmontinstituut, stelde zich in Terzake vragen. Volgens hem is de grote vraag hoe houdbaar deze situatie is, waarbij de krijgsmacht gebruikt wordt als reservecapaciteit om de politie te ondersteunen. In noodgevallen lijkt hem dat vanzelfsprekend, maar is dat ook een structurele oplossing?

    Professor Mattelaer wijst er op dat het Belgische leger 20 jaar geleden nog 45.000 manschappen telde, 10 jaar geleden 40.000, en vandaag een kleine 30.000. Bovendien gaat de neerwaartse trend nog steeds door, omdat er heel veel mensen met pensioen gaan, en gaan we richting 25.000 manschappen of minder. De grote vaststelling is, aldus Mattelaer, dat onze krijgsmacht te klein is geworden om met al die bedreigingen tegelijk om te kunnen gaan.

    Vandeput: "Juiste beslissing"

    Minister Steven Vandeput van Defensie gaf in Terzake toe dat het een uitdaging is voor het departement om het benodigde aantal militairen te kunnen voorzien. 

    Door het grote beslag dat er op de mensen gelegd wordt, heeft men nu een pool van 2.500 tot 3.000 mensen om permanent 1.200 militairen te kunnen leveren die op straat kunnen patrouilleren.

    Het is een feit, zo zei Vandeput, dat het moeilijker en moeilijker is om de groepen en bataljons op dat niveau samen te krijgen voor een training, want de mensen moeten natuurlijk ook verlof kunnen nemen, en ze hebben ook sociale verplichtingen. Het is een uitdaging maar de staf werkt dagelijks aan plannen om de lacunes op te vullen, zo zei hij.

    Op de vraag of het niet beter zou zijn om rechtstreeks te investeren in de politie, en te zorgen dat zij hun taken zelf kunnen volbrengen, antwoordde Vandeput dat er wel degelijk geïnvesteerd wordt in de politie, er zijn meer dan 1.000 mensen gerekruteerd, maar ook zij moeten eerst opgeleid worden, voor ze kunnen worden ingezet. 

    Onze mensen zijn vandaag opgeleid, ze kunnen de taak aan, dat hebben ze bij herhaling bewezen, en ze zijn beschikbaar, zo zei de minister. Hij blijft er bij dat de regering de juiste beslissing heeft genomen om de veiligheid zo groot mogelijk te maken.

    Dat de inzet van militairen het gevaar inhoudt van een politiestaat, ontkende Vandeput. We hebben vandaag niet besloten om meer militairen in te zetten, zo zei hij, maar we hebben onze methodes aangepast. We zijn begonnen met 300 militairen na Verviers, dat zijn er 1.800 geworden na 22 maart, en dat is stelselmatig afgebouwd naar 1.200 mensen die we nu ter beschikking hebben, en die veel dynamischer optreden. We blijven innoveren om het aantal mensen terug te dringen, maar wel de effectiviteit te kunnen verhogen, zo besloot de minister. 

    Bekijk het interview met Vandeput in "Terzake"