Meest recent

    Iedereen aan boord hoopt dat iets gebeurt, hoe cynisch dat ook klinkt - Mieke Strynckx

    Het Belgische fregat de Louise-Marie voert sinds deze week op de Middellandse Zee een operatie uit tegen mensen- en wapensmokkel. Het fregat is dinsdag vertrokken vanuit de Siciliaanse haven Augusta naar de wateren voor de Libische kust. Buitenlandjournaliste Mieke Strynckx is mee aan boord en houdt een blog bij. Dit is haar eerste online verslag.
    analyse
    Analyse

    Mieke Strynckx is buitenlandjournaliste bij VRT Nieuws. 

    We zijn nu al drie dagen op zee, en voor het eerst is er enige actie te bespeuren. Sinds gisteren (woensdag) varen we voor de kust van Libië, de zee is spiegelglad en de zon brandt, maar we zijn in oorlogswacht. Dat wil zeggen dat iedereen zes uur van wacht is en daarna zes uur rust heeft. De wapenposten bij de brug zijn bemand, de wapens geladen.

    Ik sta op het helikopterdek als we door de grote luidsprekers op het dek iets horen omroepen in het Arabisch. Een vissersboot antwoordt niet op communicatie. In dit deel van de Middellandse Zee kan dat van alles betekenen. En dus moet uitgesloten worden of er iets loos is. Ik stuif naar de brug, waar er een lichte zenuwachtigheid heerst. Iedereen staat met verrekijkers naar de zee te turen.

    De helikopter aan boord, een kleine Alouette, is kort tevoren toevallig vertrokken voor een verkenningsvlucht. Hij wordt naar het bootje gestuurd. Na een tijdje ontspant de sfeer. Loos alarm, gewoon een vissersboot met beperkte communicatiemiddelen. Door de boordradio kraken intussen af en toe Arabische flarden van naburig verkeer. Inch’Allah, hoor ik, Salaam aleikum, Libya.

    Staat van paraatheid

    Sinds we de haven van Augusta in Sicilië zijn uitgevaren (ruim een halve dag te laat, omdat het schip wachtte op onderdelen die helemaal uit Nederland moesten komen), is de Louise-Marie in verhoogde staat van paraatheid.

    Er wordt voortdurend geoefend en overlegd. Brandoefening, gevechtswacht (iederéén op post, nog hogere paraatheid dan oorlogswacht), man overboord, schip evacueren… Wij, de zogenaamde “niet-ingedeelden”, krijgen les om in geval van calamiteiten toch iéts te kunnen doen, en verder vooral niemand voor de voeten te lopen.

    Ook het materiaal wordt tiptop onderhouden. Het schip is brandschoon, elke dag wordt er schoongemaakt. John, een bonkige kerel die in alles beantwoordt aan het stereotype van de matroos, staat op het dek de kleine boordwapens schoon te maken. Urenlang schrobt en schuurt hij en oliet de kleinste onderdeeltjes in, loeiharde techno naast zijn tafel. Na elke missie laat hij een nieuwe tattoo zetten.

    Mijn lievelingsplek op het schip is de brug. Je hebt er overzicht, en ruim zicht op zee. Het is het commandocentrum, je kunt er dus het beste volgen wat er gebeurt. En bovenal, je kunt er buiten, ook na zonsondergang, wanneer de rest van het dek verboden terrein is. Twee keer mis ik er net een doortocht van een school dolfijnen. SEA LIFE!!!, roepen de manschappen dan. Waarna ze in een boordboekje opzoeken welk soort dier ze hebben gezien. Ook dat wordt genoteerd en doorgegeven, met militaire precisie.

    Als er maar geen doden bij zijn...

    Iedereen aan boord hoopt intussen dat er iets gebeurt -hoe cynisch dat ook mag klinken. Militairen trainen voortdurend, maar die training hopen ze natuurlijk ook echt eens te kunnen gebruiken, zoals een voetballer ook wel eens van de reservebank af wil. Onze missie is de smokkel op de Middellandse Zee te verstoren, door te observeren en als dat nodig is in te grijpen. Maar iedereen houdt er ook rekening mee dat we drenkelingen zullen moeten redden.

    Aan boord hebben we speciale reddingsboten mee voor drenkelingen. Voor als hun eigen bootje gezonken of gekapseisd is. Een reddingsoperatie is een geoliede machine die op gang komt, wordt mij verteld. Twee kleine bootjes varen de drenkelingen tegemoet, nemen ze aan boord, en brengen ze naar de Louise-Marie, de zwaksten eerst. Ze worden gefouilleerd, geregistreerd, medisch gecheckt en verzorgd, en ze krijgen eten en drinken.

    Daarna komen mondjesmaat de verhalen van de migranten en vluchtelingen – de gruwel van de wanhoopsreis, de doortocht door de gewelddadige anarchie in Libië. Velen aan boord kennen de verhalen, en het laat niemand onberoerd. Als er maar geen doden bij zijn. Of -nog erger- dode kinderen. Dat soort actie, nee, toch maar niet.