Meest recent

    De onbeperkte duikboten­oorlog, een fatale misrekening

    Het verhaal van de Duitse duikboot uit WO I, waarvan het wrak onlangs voor de Belgische kust werd gevonden: voor historici is dit om duimen en vingers van af te likken. Voor het Duitse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog waren duikboten immers een zeer belangrijk wapen. De legerleiding hoopte er zelfs de eindoverwinning mee af te dwingen. Dat werd een pijnlijke mislukking. 

    analyse
    Jan Ouvry
    Jan Ouvry is journalist bij VRT NWS en coördineert het project De Grote Oorlog bij onze nieuwsdienst.

    Van bij het begin van de Eerste Wereldoorlog deden Duitse duikboten de marine- en de koopvaardijvloot van de Geallieerden pijn, en brachten veel schepen tot zinken. Het hoogtepunt werd bereikt van april tot juni 1917. Toen vernietigden Duitse duikboten een recordaantal vrachtschepen, meer zelfs dan later in de Tweede Wereldoorlog.

    Het doel, het verlammen van de bevoorrading van Groot-Brittannië om het land op de knieën te dwingen, leek een succes te worden. Maar de onbeperkte duikbotenoorlog werd uiteindelijk voor Duitsland een pijnlijke en dure mislukking.

    Het Duitse leger had de veldslagen van 1916, Verdun en de Somme, niet echt verloren, maar de prijs was wel heel hoog geweest. Een beslissende overwinning leek ver weg.

    Begin januari 1917 beslisten de Duitse leiders hun laatste kaart op tafel te gooien en een onbeperkte duikbotenoorlog te gaan voeren. Half 1915 was een eerste poging tot onbeperkte duikbotenoorlog gestopt, onder druk van de Verenigde Staten en andere neutrale landen. Vooral de ramp met het grote passagiers­schip Lusitania had gezorgd voor een storm van anti-Duits protest.

    Deze tekening van Felix Schwarmstädt uit 1915 illustreert hoe het werken in een duikboot door de beperkte ruimte moeilijk was.

    Beginillustratie: 'De Duitse piraterij", zelfs de reddingssloepen worden nog bestookt nadat een Duitse duikboot een schip heeft doen zinken (uit:  L'Abeille de Seine-et-Oise, 1917, Bnf, Gallica)

    Duitse duikboten bleven, na de Lusitania, wel koopvaardijschepen tot zinken brengen, maar hielden zich aan de geldende internationale spelregels: vrachtschepen van de Geallieerden werden altijd tot zinken gebracht, maar de bemanning mocht zich eerst in veiligheid brengen, vrachtschepen uit neutrale landen werden alleen tot zinken gebracht als duidelijk was dat de lading voor de Geallieerden bestemd was.

    Onbeperkte duikbotenoorlog betekende dat die spelregels wegvielen en elk schip, zonder enige waarschuwing, tot zinken gebracht mocht worden.

    De Duitse kanselier von Bethman-Hollweg had zich daar altijd tegen verzet, omdat hij bang was voor de gevolgen. Een hervatting van de onbeperkte duikbotenoorlog verhoogde vooral de kans dat de Verenigde Staten in de oorlog zouden stappen.

    Maar de druk om toch de stap te zetten werd almaar groter: vanuit de Keizerlijke Duitse Marine, van rechtse parlementsleden en nationalistische verenigingen. Ook een deel van de publieke opinie was voor, om zo het valse Groot-Brittannië, dat Duitsland met zijn zeeblokkade uithongerde, een koekje van eigen deeg te geven.

    Een duikboot neemt een reddingsloep van een schip, dat het net heeft doen zinken, op sleeptouw, om het zo dicht mogelijk bij het vaste land te brengen. Zelfs na de invoering van de totale duikbotenoorlog, lieten duikbootkapiteins zich opmerken door hun 'ridderlijk' optreden, zelfs al hadden ze instructies om dat niet te doen.

    Een “wetenschappelijke” beslissing

    Doorslaggevend was een rapport dat de Duitse Admiraliteit liet maken. Die had een grote groep experten, uit de bankenwereld, industrie, handel en landbouw, laten onderzoeken hoe Groot-Brittannië op de knieën kon worden gebracht.

    Het zwakke punt in de Britse economie, was hun stelling, was vooral de graanbevoorrading. Het land produceerde zelf bijna geen graan en was afhankelijk van invoer, vooral uit Noord- en Zuid-Amerika.

    Als vijf maanden lang voor 600.000 ton schepen tot zinken zou worden gebracht, zou de Britse graanaanvoer bijna halveren en ook de aanvoer van andere grondstoffen (vetten, hout, ijzererts, …), stelden de experten. De Britten zouden uithongeren en panikeren, sociale onrust zou uitbreken, het land zou wel vrede moeten sluiten.

    Dat kon wel alleen door een onbeperkte duikbotenoorlog en dan lag de eindoverwinning binnen handbereik!

    Eind december 1916 legde de Duitse marine dit rapport op tafel. Deze keer moest kanselier von Bethmann zijn verzet opgeven. De keizer, de legertop met Hindenburg en Ludendorff en de marine waren eensgezind voor, en in het parlement kreeg het plan niet alleen meer steun van de nationalisten, maar nu ook van de Katholieke Centrumpartij.

    Duitsland kondigde de onbeperkte duikbotenoorlog aan vanaf 1 februari 1917.

    Een Duitse duikboot brengt een hospitaalschip tot zinken, propagandatekening uit Simonds, History of the World War, vol 4

    Een groot succes, zo lijkt het

    De eerste resultaten leken spectaculair. Zoals de grafiek laat zien steeg het aantal tot zinken gebrachte schepen sterk: in april 1917 tot een recordcijfer boven de 800.000 ton, in mei en juni 600.000 of net iets meer.

    In de gecensureerde Duitse pers verschenen zelfs nog hogere, vervalste cijfers, die tot een derde hoger lagen. De onbeperkte duikbotenoorlog leek op te leveren wat was beloofd! Maar dat was maar schijn. Niet het wegvallen van de oude spelregels zorgden in de eerste plaats voor de hogere cijfers.

    Duikboten werden minder lang of niet onderhouden, waren zo langer op zee en maakten overuren. De duikbootkapiteins namen ook meer risico’s: om de Atlantische Oceaan te bereiken namen ze niet meer de tijdrovende route rond Schotland, maar gingen ze door het meer risicovolle Kanaal.

    Duikbootbemanningen raakten langzaam uitgeput, en de vijand vond na een tijd betere antwoorden op het duikbootgevaar. Vanaf augustus 1917 bleef het tonnage gezonken schepen hoog, maar de verhoopte 600.000 ton werd nooit meer bereikt.

    De Duitse poster, links, uit half 1918, beweert dat de duikboten in het voorjaar van 1917, 1 miljoen ton en meer per maand tot zinken deden brengen. In de karikatuur rechts roept Groot-Brittannië, de heerser op zee,door duikboten belaagd, om hulp ( uit het Duitse Lustige Blätter, 1917)

    De nieuwe helden, met een zeer riskante job

    Insiders wisten wat er echt aan het gebeuren was, maar voor de publieke opinie werden de kapiteins en bemanning van de duikboten de nieuwe helden.

    Piloten uit de Eerste Wereldoorlog, zoals de Rode Baron Manfred von Richthofen, zijn tot vandaag bekend, maar collega’s duikbootkapiteins waren toen in Duitsland minstens even beroemd. Over de avonturen van kapitein Lothar von Arnauld de la Perrière, die een record van 453.716 ton schepen tot zinken bracht, werd een film gemaakt.

    In de lente van 1917 werd de zesde Duitse oorlogslening gelanceerd en in de advertentiecampagne werden de duikboten voluit uitgespeeld. Meer dan 7 miljoen mensen schreven in op de lening, of twee keer zoveel als bij de vorige lening een half jaar eerder, en dat na een demoraliserende hongerwinter.

    Posters voor de zesde Duitse oorlogslening uit 1917

    Het bewijst dat de onbeperkte duikbootoorlog inspeelde op de hoop bij de bevolking op een snelle overwinning en vrede.

    De bemanning van de duikboten vormde een soort van elite. Om hun speciale werk te kunnen uitvoeren kregen ze een veel langere training dan andere militairen en ze werden ook beter verzorgd. Ze kregen een hoger loon en veel grotere rantsoenen. Tegen eind 1917 was het een van de zeldzame groepen die nog echte koffie kregen.

    Werken op duikboten was wel heel dodelijk: 5.132 of de helft van de mannen die op een Duitse duikboot dienden tijdens de oorlog kwamen om het leven! Als een schip zonk, kwam meestal de hele bemanning om het leven.

    "Duitslands trots", tekening van een aantal, bekende duikbootkapiteins (Lustige Blätter, 1917)

    Vanaf juli 1917 begonnen de Geallieerden met het invoeren van begeleide konvooien op de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee. Groepen van 30 vrachtschepen en meer voeren samen en werden begeleid door oorlogsschepen.

    Dat gebeurde al met troepenschepen en schepen die militaire voorraden aanvoerden, maar de top van de Britse marine geloofde eerst niet dat het voor koopvaardijschepen haalbaar was. Er waren er te veel, dachten ze, en te weinig oorlogsschepen om te begeleiden. Onder politieke druk werd het toch ingevoerd, en het bleek snel een succes. De VS hielpen door extra begeleidende schepen te leveren.

    De Duitse Admiraliteit had met die reactie in haar rapport rekening gehouden, en het risico weggelachen: veel schepen bij elkaar zou de jacht voor de duikboten alleen maar makkelijker maken. Maar in de praktijk viel dat tegen.

    Een konvooi op zee, begeleid door niet alleen oorlogsschepen, maar ook vliegtuigen, wat uitzonderlijk was ( Le Miroir, 1917)

    Duikboten die zich bij een konvooi lieten opmerken, moesten ervoor zorgen snel weg te zijn. De dieptemijnen die de begeleidende oorlogsschepen op hen loslieten, werden steeds effectiever.

    Het vinden van een schip in de onmetelijke zee was voor duikboten ook bijna het spreekwoordelijke zoeken naar een speld in de hooiberg, als de schepen in groep gingen varen veranderde dat niet, integendeel.

    Na een tijdje gingen de kapiteins daarom weer meer dicht tegen de kusten op zoek naar prooien, maar daar was dan weer het risico groter dat ze door vliegtuigen werden opgemerkt.

    En voor eind 1917 slaagden de Britten er ook in om het Kanaal effectief te sluiten voor de duikboten.

    In de eerste helft van 1917 werden maar 20 Duitse duikboten tot zinken gebracht, in de tweede helft 43 en in 1918 zelfs 102. De Duitsers slaagden er wel in door nieuwbouw om het totaal aantal duikboten steeds rond 128 te houden, maar kregen het wel alsmaar moeilijker om voldoende, goed opgeleid personeel te vinden.

    Dazzle-camouflage, een ingewikkeld patroon van geometrische patronen op de boeg, was een van de eerste technieken die de Britten en Amerikanen uitprobeerden om hun schepen te beschermen. Het zou het moeilijker maken voor een duikboot om te mikken, maar daar is nooit overtuigend bewijs voor geleverd.

    De Britse economie bleek ook veel veerkrachtiger dan de Duitsers hadden verwacht of verhoopt.

    De Britten begonnen massaal weides om te zetten in akkerland. De vleesproductie verlaagde wel, maar, veel belangrijker, de productie van graan en aardappelen steeg met 40 % in vergelijking met voor de oorlog.

    De Duitsers hadden ook gehoopt dat door de onbeperkte oorlog veel neutrale schepen niet meer zouden uitvaren. Maar de Britten antwoordden met een eigen vorm van terreur.

    Ze waarschuwden de neutrale landen dat als ze hun schepen in de havens lieten, ook hun bevoorrading zou worden afgesloten. En ze gijzelden neutrale schepen in hun havens: die mochten alleen uitvaren als een ander schip hun plaats innam. Veel neutralen bleven varen!

    'Britse boeren ploegen nu dag en nacht om weiland in akkerland om te zetten' (Chicago Daily Tribune, 2 april 1917)

    De Britten voerden ook hun scheepsproductie op, van 53.000 ton per maand in 1916, naar 102.000 ton in 1917. De Amerikanen deden een nog veel grotere inspanning: hun handelsvloot groeide van 2,75 miljoen ton in april 1917, naar 9,5 miljoen ton in september 1918.

    Even hadden de Geallieerden in 1918 een tekort aan schepen, maar dat kwam omdat het overbrengen van de Amerikaanse soldaten naar Europa en hun bevoorrading zeer veel scheepsruimte vereiste, en had niets te maken met de impact van de Duitse duikboten.

    2.078.880 Amerikaanse soldaten kwamen veilig aan in Europa, amper 314 kwamen om het leven door een duikbootactie. Dat hadden de Duitse leiders zich in januari 1917 wel helemaal anders voorgesteld.

    Links, de Amerikaanse president Wilson bezoekt de Duitse slagerij 'De hoge cultuur', met als specialiteiten onder andere Zeppelin-gehakt en U-botenspek, en beslist om zijn pistool uit te halen ( De Nieuwe Amsterdammer, 29 april 1916, Library of Congress)

    Rechts, de Duitse keizer is blij met de Russische handdoek die hij heeft gekregen, maar krijgt de vuist van de Amerikaanse 'paci-fist' vol in het gelaat (National Library of Scotland)

    Tegen de zomer van 1917 was het voor veel Duitsers duidelijk dat de onbeperkte duikbotenoorlog een mislukking was. De leider van de Katholieke Centrumpartij, Mathias Erzberger, die aanvankelijk een voorstander was, was de eerste die het met zoveel woorden zei in de Reichstag begin juli. Maar een weg terug was er niet meer.

    Iedereen die eerder in februari mee besliste om over te gaan tot een onbeperkte duikbotenoorlog, besefte toen dat dit betekende dat de Verenigde Staten nu ook snel Duitsland de oorlog zouden verklaren. Maar dat risico vond men aanvaardbaar: het zou zeker een jaar duren voor de VS de Geallieerden echt kon versterken, geloofde men, en Groot-Brittannië zou al lang voordien de strijd moeten opgeven.

    Militair klopte dit, maar economisch werden de VS veel sneller een belangrijke steun voor de Geallieerden. De Russische Revolutie en het einde van de oorlog in het Oosten gaven Duitsland nog even respijt, maar vanaf de zomer van 1918 maakten de Amerikanen ook militair het verschil.

    Het rapport van de Duitse marine, dat van de onbeperkte duikbotenoorlog een geloofwaardige piste maakte, bleek uiteindelijk vol te staan met dwaze en foute veronderstellingen en veel ‘wishfull thinking’. De gevaarlijke gok bleek uiteindelijk een fatale misrekening.
     

    Meer over de onbeperkte duikbootoorlog en de Eerste Wereldoorlog gezien vanuit Duitse en Oostenrijks-Hongaarse ogen in: Alexander Watson, Ring of Steel. Germany and Austria-Hungary at war, 1914-1918 ( Penguin, 2014)

    Nu de onbeperkte duikbotenoorlog is begonnen, is het voor de god van de zee alle dagen feest ( uit het Weense satirische weekblad Kikeriki, 25 februari 1917)

    Stripverhaaltje uit Lustige Blätter, maart 1917: de Britse regering zoekt middelen om het duikbootgevaar onschadelijk te maken, overweegt om zeehonden te trainen om torpedo's op te vangen, om de zeebodem te verlichten of van de vrachtschepen vliegtuigen te maken, maar zouden ze niet beter met Duitsland over vrede onderhandelen?

    Links, de ontvangst voor een bemanningslid van een duikboot bij zijn thuiskomst. Rechts, een duikbootkapitein is onoverwinnellijk, alleen de pijl van de liefde kan hem verslaan (tekeningen uit Lustige Blätter, 1917)

    Links, de Duitse admiraal Alfred von Tirpitz als een 'laffe' haai die alleen maar weerloze slachtoffers aanvalt. Tirpitz was de geestelijke vader van de onbeperkte duikbotenoorlog en moest in maart van 1916 aftreden als bevelhebber van de Duitse marine, onder andere omdat hij hiervoor bleef pleiten. Hij richtte daarna de rechts-nationalistische Duitse Vaderlandspartij op, die voor de onbeperkte duikbotenoorlog ijverde.

    Rechts, een Geallieerde torpedo zal het bootje van keizer Willem en zijn bondgenoten doen springen. Tekeningen uit L'Abeille de Seine-et-Oise, 1917

    lees ook