Meest recent

    Paradise City: hoe festivals organiseren geen walk in the Perk is

    Vanavond nemen ruim tienduizend dancefans de Vlaams-Brabantse gemeente Perk in voor de derde editie van het Paradise City Festival. Een nieuwkomer in een overvolle festivalzomer die in een razendsnel tempo populair is geworden, met dank aan een uitgekiende ecologische visie verdubbelen ze dit jaar hun bezoekersaantal van 6.500 naar 13.000. “En toch zou ik er niet meer aan beginnen, moest ik drie jaar geleden geweten hebben wat ik nu weet”, zegt organisator en mede-oprichter Dimitri Verschueren.

    Je hebt geen opzwepende bassen nodig om instant gecharmeerd te worden door Paradise City. Zelfs zonder festivalgangers doet de locatie je dagdromen. De vijvers van “Chateau de Ribaucourt”, het vele groen, de mooi uitgedachte podia, de uit natuurhout opgetrokken drank- en eetstandjes: het terrein ademt zelfs een dag voor de start van het festivan een gezellige sfeer uit.

    “We zijn op het idee gekomen om een festival te organiseren toen we naar "A day at the park" gingen in Amsterdam”, vertelt Dimitri Verschueren, mede-oprichter van Paradise City. “Dat is een gezellig boutique festival in het Amsterdamse Park, een van de groene longen rond de Nederlandse hoofdstad. We dachten meteen "dit moet bij ons toch ook kunnen?". We waren geschrokken van de properheid van het festival. Het contrast met de afvalverslindende traditionele festivals was immens.”

    (lees voort onder de foto's)

    Uiteindelijk moesten de plannen wat rijpen. “Drie jaar lang zijn we op zoek geweest naar de ideale locatie. Onze lat lag hoog: we wilden in het groen zitten, met de natuur als decor, maar toch in de buurt van een grootstad. Een te afgelegen locatie was geen optie, dan moeten bezoekers zich te ver verplaatsen, wat weer niet goed is voor de ecologische voetafdruk. Nadat de hippodroom van Hoeilaart en ook Ter Kamerenbos niets werden, hebben we via Google Earth deze plek ontdekt.”

    (lees voort onder de foto)

    Doorgedreven concept

    Het concept van Paradise City Festival is heilig voor Verschueren en zijn compagnon Gilles De Decker. Ecologie first, dat is hun uitgangspunt. “Voor de eerste editie gingen we nog samen flyeren. Maar toen zagen we dat driekwart van de mensen die flyer ongeïnteresseerd op de grond gooide. Exit flyers. Nu delen we zakjes met Phaceliazaad uit aan de mensen.  Die bloem trekt heel wat bijen aan zorgt mee voor de bestuiving van planten. Zo’n zaadzakje valt veel meer op en als het dan toch op de grond terechtkomt, groeit er misschien nog een waardevolle bloem uit.”

    Je moet al flink je best doen om Verschueren op een inconsequentie te betrappen in zijn ecologische visie. De bekers zijn herbruikbaar, je eet enkel vegetarisch, alle generatoren werken op blue fuel en alle leveranciers moeten een ecologisch charter ondertekenen.

    “Het festival is volledig CO2-neutraal, de camping bestaat volledig uit kartonnen tenten die 100 procent recycleerbaar zijn en we gebruiken grondstoffen die op het terrein zelf aanwezig zijn. Voor het water gebruiken we een hydrant waar we een heel waternetwerk hebben op aangesloten. Het water wordt gefilterd en komt via de tapkranen opnieuw tot bij de festivalgangers. Daarnaast proberen we plastic te bannen op ons festival.”

    (lees voort onder de video)

    Schulden wegwerken

    De elektronische muziek van Paradise City slaat aan en als het weer zo goed blijft, hoopt Verschueren zo’n 13.000 festivalgangers te verwelkomen. Dat zouden er dan dubbel zo veel zijn als vorig jaar, maar wie dacht dat dit louter goed nieuws is, heeft het fout.

    “Als we geluk hebben, dan komen we dit jaar voor het eerst uit de kosten. De voorbije twee edities hebben we diepe financiële putten gemaakt. We wisten dat we verlies gingen maken die eerste jaren, maar we hadden 200.000 en 150.000 euro vooropgesteld en het is nog een pak meer geworden", legt hij uit.

    "Alles staat en valt met de weersomstandigheden. Vorig jaar hadden we een goede editie, maar het heeft ons handenvol geld gekost om de mensen in dat regenweer toch een goede festival experience te bezorgen. Zo hebben we bijvoorbeeld 1000 extra rijplaten gehuurd, omdat anders alles in een modderpoel zou veranderen. Maar alleen dat kostte al 18.000 euro. Daar moet je al 350 tickets voor verkopen."

    (lees voort onder de foto)

    Innovatieve energie

    “In alle eerlijkheid: als ik drie jaar geleden geweten had wat ik nu weet, dan zou ik er niet aan begonnen zijn. Het zou nochtans makkelijk zijn om te plooien naar de platte commerce, maar dat weigeren we. We hebben van een watermerk al een dikke marketingenvelop gekregen om hun water te serveren, maar dan moesten we plastic flesjes uitdelen en dat past niet in het concept van het festival", zegt hij vastberaden.

    "We willen 100 procent herbruikbaar blijven. Ik heb dit jaar ook heel veel tijd, energie en geld gestoken in die Smart Flower die de VIP-zone van energie voorziet. Dat is een mast met zonnepanelen in de vorm van een bloem die meedraait met de zon en die zo maximaal zonne-energie opneemt. Die bloem past perfect bij ons concept, dus ik kon het niet laten. Uiteindelijk vonden we ook een energieleverancier die het hebbeding deels wou sponsoren.”

    "Alles staat of valt met het weer"

    Na de waterellende van vorig jaar zou het weer dit weekend moeten meevallen. “De derde editie wordt de ultieme test. Als het met zo’n weer geen voltreffer wordt, dan moeten we ons eens goed bezinnen over volgend jaar. Maar de camping is uitverkocht en de ticketverkoop loopt vlot, dus ik heb er vertrouwen in. Maar het zal hoe dan ook nog enkele jaren duren voor we hier geld aan verdienen."