Meest recent

    Het creatieve lab van… Kat Steppe: "Creativiteit, dat is alert zijn voor wat er gebeurt"

    Elke zaterdag ploegen we door een creatieve dag van een creatieve mens. We beginnen ’s morgens en eindigen als het licht uitgaat. Waar haalt x/y inspiratie? Zijn er manieren om creatiever te worden? Om meer inspiratie te vinden? Deze week: Kat Steppe (42), regisseur, vooral van diepmenselijke documentaires, al of niet met Jeroen Meus in een hoofdrol. Ze won dit jaar de Ha! van Humo voor Een kwestie van geluk. Zij is niet de eerste gast in deze rubriek die om creatief te worden eerst een ferme portie kindervreugd verwerkt.

    Wanneer sta je op?

    Ik sta op om zes uur. Ik moet zorgen dat ik om zeven uur klaar ben voor de dag, anders haal ik de school run niet zoals dat heet. Meestal kom ik rond acht uur, als ze de auto in moeten, tot de vaststelling dat er één in zijn onderbroek een Lego-toren aan het bouwen is, of zoiets. Mijn kinderen gaan in Aalst naar school. Ik ben tot negen uur daarmee bezig. Tenzij mijn man hen brengt.

    Wanneer begint dan het creatieve werk?

    Ik zeg al drie jaar: ik ga eens drie maanden énkel schrijven. Maar dat komt er niet van. Ofwel draai ik, ofwel monteer ik. Als ik draai heb ik een plan in mijn hoofd maar ik volg dat bijna nooit. Ik probeer zo weinig mogelijk in te grijpen in wat er gebeurt. Ik wil niet dat mensen iets doen omdat ik het vraag. Terwijl mensen hun verhaal doen, bedenk ik scènes die hun verhaal kunnen verdiepen. Maar ze doen nooit wat ik wil. En dus moet ik veel van wat ik in mijn hoofd had weggooien. Dan denk ik: verdorie, de volgende keer draai ik een fictiefilm, alle acteurs zullen zeggen wat ik heb geschreven, en ik ga op mijn gemak zijn. Maar de dag erna gebeuren er op de set dingen die ik zelf niet had kunnen verzinnen. Als je dat kunt laten gebeuren, is dat het beste wat er is. Creativiteit, dat is alert zijn voor wat er gebeurt en dat toelaten. Ik zeg altijd tegen de cameraman: begin veel vroeger te draaien dan we gezegd hebben, daar komen dikwijls zoveel cadeaus uit. En blijven lopen als we zeggen: ’t is gedaan.

    Nochtans lijkt alles zeer uitgekiend, elk kader bestudeerd.

    Dat wel. De uitsnede, daar moet ik niet meer over nadenken en de cameraman waar ik het meest mee werk ook niet. Omdat wij elkaar goed aanvoelen. Ik kan niet uitleggen wat maakt dat ik iets op die manier wil hebben, en niet een centimeter meer naar links of naar rechts. Hij heeft hetzelfde
     

    Op de set ben je “on the spot” creatief, hoe gaat het daarna in montage? 

    Daar komt het pas helemaal op het einde. Ik draai heel veel. Het eerste wat ik doe in de montage is alle mogelijke verhaallijnen inhoudelijk uitzetten. Dat heeft met creativiteit niets te maken, dat is droge storytelling, ik maak een soort maquette, een overzicht van wat we hebben, ook al ga ik dat niet allemaal gebruiken. Een derde gaat nadien sowieso in de vuilnisbak.
     
    Maar een derde? Ik las dat je van een programma 120 versies gemaakt hebt. Dat lijkt me onwaarschijnlijk.

    Ja, dat was de eerste aflevering van Een kwestie van geluk. Het was ook niet goed. Ik werk vaak op instinct. En de fout begint te komen als heel veel mensen daarrond staan en uitleg vragen. Dan begin ik dat uit te leggen, en ik word er zelf al niet meer zo zeker van. Dus ik verander van koers, op een rationele manier, en dat is heel slecht. Aan die eerste aflevering van Een kwestie  van geluk hebben we drie maanden zitten prutsen.  In december kwam ik tot de conclusie dat mijn eerste plan het allerbeste was. Door al die uitleg heb ik me laten misleiden. Eigen schuld. En natuurlijk, dan begint de uitzenddatum dichterbij te komen, en ik moet tien van die kloefen afleveren. Dat wordt een probleem. En dan gelukkig, toch een bliksemschicht in mijn kop, en dan hebben we aan één stuk doorgemonteerd. Dus we hebben nogal wat tijd verspild. Ik hoop dat Tom het niet leest (Tom Lenaerts, baas van productiehuis Panenka, JH).
     
    Maar het is toch een luxe dat je dat kan doen?
     
    Ja, dat vertrouwen was er. Maar ik heb wel druk nodig om goed te presteren. Altijd geweest. Voor ik film deed heb ik eerst schilderen en vrije grafiek gedaan. Ik zat alleen in mijn kamer iets te schilderen of te maken, en alles mislukte, ik werd super gefrustreerd. En ineens gaat het toch, omdat de jury er zit aan te komen. En dan zijn die heel enthousiast, ik weet niet hoe ik dat gefikst heb. Nu weet ik dat dat het zevende canvas is: je hebt ene goeie gemaakt omdat je eerst zes kloteversies gemaakt hebt. 

    Je zei: ik zou eens drie maanden enkel willen schrijven. Een scenario voor een fictiefilm bijvoorbeeld?

    Ja. Nu ja, ik zou die drie maanden ook willen gebruiken om weer mee te zijn. Ik heb zoveel gedraaid en gemonteerd de afgelopen jaren dat er weinig input geweest is. Ik ben totaal achter wat films betreft, en boeken, en gazetten. Ik schaam me daar een beetje voor. Ik wil wel kunnen bijblijven, ik moet een beetje studeren gewoon. Dat zou het schrijven wel bevoordelen.

    Je bent zo creatief bezig dat je je eigen creativiteit in gevaar brengt?
     
    Ja dat zou je kunnen stellen. Iedereen zegt: hoe stom dat jullie geen derde seizoen van Goed Volk doen, maar Jeroen en ik hadden gezegd: we zullen maar één seizoen doen. En dan hebben we gezegd: wat kunnen we nog verbeteren, we gaan dat proberen met een tweede serie. Ik zeg niet dat het nu niet meer kan verbeteren. Maar ik heb wel het gevoel dat als we nog een seizoen doen, we het gaan formatteren. En dan is het… kapot is een groot woord. Maar dan is die creativiteit gewoon weg. Omdat je al weet: dat zal het stramien zijn. 
     
    Wat doe je om je hoofd leeg te maken? Is sport een optie?
     
    Ik ga wel lopen, maar ik heb te weinig longinhoud om aan iets anders te kunnen denken dan: shit ik moet nog zes-zeven kilometer. Maar als ik vastzit helpt het mij enorm om buiten te zitten en naar boven te kijken, naar de wolken. Dan besef ik dat mijn problemen te klein zijn om zoveel te stressen. Er valt altijd iets van mijn schouders als ik naar boven kijk. Die wolken gaan er langer zijn dan ik. Dan kan ik weer verder. 
     
    Zijn er dingen die je aan jezelf wil verbeteren?
     
    Geduld. Focus. Het zou fijn zijn om dat ook te hebben als de deadline niét op de loer ligt. Om te schrijven of creatief te zijn is het het beste om je elke dag op vaste uren met tape op een stoel vast te plakken en te blijven zitten. Je gaat geen wastje insteken, je doet niet ineens een pamperke aan. Gewoon blijven gaan en niet opkijken.
     
    Dat gebeurt niet?
     
    Dat gebeurt gemakkelijk niet. Wel als het mes op mijn keel staat, dan kan ik ’s nachts doorwerken. 

    Als je voor televisie werkt, dan moet je toch sowieso geduld hebben? 
     
    Tijdens het draaien heb ik dat wel. Met Frank (Vander linden, haar ex, frontman van De Mens, JH) is er dikwijls discussie geweest: gij komt thuis en alles is op. Je hebt geduld op je werk, en dan kom je hier en is het weg. Dat is waar. Maar in de montage heb ik geen geduld. Ik heb in mijn hoofd wat het moet worden, en het proces om daar te geraken hangt zo mijn voeten uit. Dat gaat te traag voor mij. Graag wat meer geduld dus. 
     
     

    Het einde van de dag: doe je iets speciaals voor je gaat slapen?

    De afbouw. Ik doe mijn schmink af, dat duurt een kwartier. (lacht) Een masker is dat hé, dat afgaat. Dat klinkt negatiever dan het is. Ik ben sinds mijn veertiende nooit zonder een masker naar buiten geweest. En Frank zei altijd: dat is je privé-gezicht. 
     
    Heb je het nodig om je ergens achter te verschuilen? Zoals kleding?
     
    Ja. Ik ga niet in mijn blote naar buiten, en dat geldt ook voor mijn gezicht. 
     
    Heb je een levensmotto? Iets dat je leidt?
     
    Het is een beetje zoals in Een kwestie van geluk: Iedereen heeft een wonde. Ik erger mij nogal snel aan mensen,  maar ik leer dat af door daaraan te denken. Zoals Frank dikwijls zegt: elk weirdt hem,  ieder doet zijn best.
     
    Dat is West-Vlaams? Frank is toch geen West-Vlaming?
     
    Nee, het zal wel ergens blijven plakken zijn (Kat komt zelf uit Menen, JH). Ikzelf ben geen sociaal dier. In het montagehuis zit ik niet graag aan een tafel te eten met mensen die ik niet goed ken. Ik vind dat heel vervelend, ik krijg daar echt buikpijn van. En dan eet ik gewoon hetgeen het dichtst bij mij staat om niet te moeten vragen: mag ik eens dit of dat? Als ik dan denk dat iedereen wel iets met zich meedraagt, of gewoon zijn best doet, helpt dat om dat te overstijgen, en mensen te zien als sukkelaars zoals ik en niet als een bedreiging.