Meest recent

    De 5 boeken die het leven van journalist Rik Van Puymbroeck hebben veranderd

    Zondag, rustdag. Een ideaal moment om uzelf in de zetel te nestelen met een uitstekend boek. Daarom polsen we iedere zevende dag van de week naar het favoriete leesvoer van een bekend gezicht. Vandaag vertelt De Morgen-journalist Rik Van Puymbroeck (49) over zijn vijf lievelingsboeken. "Over smaken valt te twisten, maar niet over Márquez."

    “Ergens onderweg”, het zou een nieuwe rubriek kunnen zijn op deredactie.be, maar het is al een bestaande reeks bij De Morgen. Daarin ontmoet journalist Rik Van Puymbroeck bekende mensen op een bijzondere plek en vraagt hen naar hun leven en werk. Rudi Vranckx in Todi, Tom Lanoye in Kaapstad of Jan Fabre in Sint-Petersburg. Zeventien interviews heeft hij nu gebundeld in een gelijknamig boek.

    In het jaar waarin Van Puymbroeck werd geboren – reken zelf maar uit – verscheen "Honderd jaar eenzaamheid" van Gabriel García Márquez. Louter toeval natuurlijk en tegen de tijd dat hij het las, bestond het boek al 25 jaar. "Maar ik vind het wel een mooie gedachte", vertelt Van Puymbroeck. "Dit is het boek dat in elk lijstje voorkomt als favoriet. En terecht, het is misschien wel het allermooiste boek dat iemand ooit schreef." Toen onlangs een West-Vlaamse zanger dit boek en Márquez’ hele oeuvre 'overschat' noemde, haakte hij af bij zijn liedjes. "Over smaken valt te twisten, maar niet over Márquez."

    Dat deze auteur niet in het lijstje staat van Van Puymbroeck lijkt dan vreemd, maar het is te evident. “Je zou gewoon een lijstje met vijf boeken van hem kunnen opstellen.” Daarom koos hij ervoor om vijf andere boeken te belichten. “En selecterend moest ik nog favorieten wegknippen: ook Philippe Claudel, Alessandro Baricco, Jan Wauters (zijn columns), Art Spiegelman, Henri Cartier-Bresson, Jan Terlouw (toen ik jong was), Richard Ford, Sylvain Tesson, J.M. Coetzee, Herman De Coninck en Orhan Pamuk leerden me lezen, kijken en verwonderd zijn.”

    En daar gaat het volgens Van Puymbroeck om. Ook al hadden ze bij hem thuis geen televisietoestel en lazen zijn ouders wel veel, hijzelf was geen vroege lezer. "Maar toen ik 14 was en langere periodes ziek thuis moest blijven, ontdekte ik toch eindelijk de verwondering die een boek kan brengen." Dat gevoel is nooit weggegaan, ook al zijn er periodes waarin hij minder voor zijn plezier leest. Soms moét hij boeken lezen, zoals bij de voorbereidingen van een interview. En dat zijn niet altijd de boeken die je zelf het liefst zou lezen. "Stom eigenlijk, die uitdrukking: "moéten lezen." Maar zet me, zoals Sylvain Tesson, zes maanden in de Siberische wouden en de kist die ik meeneem, zal verveling niet toelaten."

    1. Nootebooms Hotel – Cees Nooteboom

    "Voor elke verplaatsing met minstens één hotelnacht, neem ik dit boek mee. Het werd een gewoonte en het voelt goed aan." "Nootebooms hotel" is een verzameling columns en essays over onder andere Slauerhoff, Uwe Johnson, Bruce Chatwin, hotels, reizen, bezochte tentoonstellingen en zijn eigen verleden.

    Van Puymbroeck ontdekte Nooteboom pas laat met "Het geluid van zijn naam". Hij had eerder al enkele romans geprobeerd, maar nooit uitgelezen. "Door dit boek ging het licht aan en nooit meer uit. Als hommage citeer ik hem graag. Waarschijnlijk té graag, maar dat mag want zoals hij schrijft, zou ik willen schrijven. En omdat dat nooit zal kunnen, geef ik hem graag een plaats in mijn eigen stukken."

    2. De velden van eer – Jean Rouaud

    Geen boek overrompelde Van Puymbroeck meer dan dit generatieverhaal. "Ik zat op een vliegtuig dat vanuit Istanbul naar Kars vloog en net voor de landing las ik de laatste woorden. "Oh, zet alles stil." Het was maar omdat er een forse Turkse man naast me zat, dat ik niet durfde huilen, maar het had gekund." Vanaf die dag zet hij het boek, naast “Honderd jaar eenzaamheid” als beste boek ooit.

    De auteur Rouaud was in Parijs kioskhouder en tijdens de werkdagen schreef hij "De velden van eer". Het was zijn debuut en hij won er in 1990 de Prix Goncourt mee. In slechts enkele maanden tijd moet de verteller het overlijden van zijn vader, grootvader en oudtante verwerken. Hij rakelt herinneringen op aan de hand van een doos vol met oude foto's, bidprentjes en aantekeningen over de Eerste Wereldoorlog. De typische trekjes van de overledenen en de velden van eer krijgen voor de verteller plots een andere invulling. Dit boek kwam eigenlijk te vroeg, zei Rouaud in interviews, want het zou een trilogie worden. Uiteindelijk werd het een vijfluik.

    Van Puymbroeck geeft "De velden van eer" vaak cadeau. "Gek genoeg liet me niemand daar nog iets over weten. Ofwel raakte niemand anders doorheen die veel te lange zinnen en zeer minutieuze beschrijvingen ofwel ben ik de enige die dit boek zo mooi vind."

    3. Sprakeloos – Tom Lanoye

    Lanoye is een gerenommeerd Belgische schrijver. Toch duurde het heel lang vooraleer Van Puymbroeck een eerste boek van hem las. "Gelukkig was het "Sprakeloos" en geen enkel ander Nederlandstalig boek raakte me ooit zo als dit verhaal."

    "Sprakeloos" wordt aangezien als het magnum opus van Tom Lanoye. Schrijven over de aftakeling van je eigen moeder, niet simpel. Haar taalvermogen is na een beroerte geminimaliseerd. Lanoye schrijft over haar gruwelijke lot en de impact dat het heeft op zijn familie en zichzelf. "Het moet vreemd zijn om met een boek waarin je de pijn en het verdriet beschrijft, plots zoveel succes te hebben, vertaald te worden en verfilmd. Allemaal om wat je eigenlijk nooit had willen moeten schrijven."

    De sterkte van "Sprakeloos" zit volgens Van Puymbroeck in wat Lanoye schrijft, maar zeker ook in hoe hij dat doet. "Ik kan er alleen het woord virtuoos op kleven. Zijn taalrijkdom vind ik ongezien en hij combineert het met humor, spitsvondigheid, hardheid en zachtheid."

    4. Is dit een mens? – Primo Levi

    "Mijn grootvader verliet in '45 het kamp van Dachau als een gebroken man. Elf jaar later overleed hij, dat was elf jaar voor ik geboren werd. Ik zou hem nooit kennen. Ik hoorde alleen dat ene zinnetje: "Opa zat in Dachau". Thuis lag een mapje met daarin 26 uitgetypte velletjes, waarin hij na de oorlog de verschrikkingen van de laatste maand in Dachau had beschreven. Er zou een boekje in kunnen zitten, maar "Oorlog en terpentijn" van Stefan Hertmans is duizend keer beter."

    "Later las ik dit boek en daarin onder meer een zin die ik al heel vaak heb gebruikt en die tot vandaag actueel is: "Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort."" Primo Levi was een van de weinige joden die van Auschwitz terugkeerden. Onmiddellijk na de bevrijding schreef hij "Is dit een mens?" Later pleegde hij zelfmoord omdat hij zijn nachtmerries niet kon overwinnen.

    "Dit boek is een voorbeeld van hoe een mens een mens kan blijven. Zelfs hij, die dit meemaakte, slaagt erin mededogen en hoop en empathie op te brengen voor de andere. Ook voor wie van mening verschilt. Ik denk dat ik het zelf niet zou kunnen, maar je leest tenslotte ook om te leren."

    5. De fotograaf - Didier Lefèvre, Emmanuel Guibert en Frédéric Lemercier

    De strips die Van Puymbroeck als kind las, beperkten zich tot Jommeke, Suske en Wiske en De Rode Ridder. Pas tien jaar later ontdekte hij ze opnieuw. "Met mate, maar toch: dit verhaal combineert misschien alles wat me raakt."

    "De fotograaf" is een strip, een fotoboek en een gewoon boek in één. Tekenaar Emmanuel Guibert en scenarist Frédéric Lemercier maakten deze driedelige strip over de Franse fotograaf Didier Lefèvre die als apotheker voor Artsen Zonder Grenzen begon, maar naar Afghanistan trok om er foto’s te maken. De tekeningen worden gespekt met de foto’s van Lefèvre zelf. "Het is de journalistieke reportage die wordt verbeeld. Het gaat over de mens en hoe die in alle omstandigheden probeert te overleven en het gaat over fotografie. Misschien gaf dit verhaal nadat ik al vijftien jaar voor een krant had geschreven, mijn (beroeps)leven een nieuwe vonk: het is het waard om te reizen, om te tonen wat er gebeurt en om je passie te volgen."

    Lefèvre werkte met een Leica en later las Van Puymbroeck dat hij zijn dochter Alice noemde, een anagram van Leica. "En dat wrange bericht uit 2007 dat Didier Lefèvre thuis in Morangis overleden was na een stomme hartaanval, daar word ik stil van. Hij had de hel van Afghanistan overleefd, maar stierf gewoon thuis."