Meest recent

    Italië pompt opnieuw belastinggeld in redding van twee banken

    De Italiaanse regering gaat 17 miljard euro opzijzetten om twee noodlijdende banken uit de regio Venetië te redden. Die zullen worden overgenomen door de grootbank Intesa Sanpaolo. Er is echter kritiek op het plan omdat opnieuw belastinggeld gebruikt zal worden om banken te redden en de Europese Bankenunie was net bedoeld om dat niet te laten gebeuren.
    Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

    De regionale banken Veneto Banca en Banca Populare di Vicenza staan op het punt om failliet te gaan. Ze zijn in de problemen gekomen door miljarden dubieuze leningen die wellicht nooit zullen worden terugbetaald.

    De regering in Rome heeft nu een oplossing gevonden, die naar eigen zeggen de lokale economie van de regio Venetië, de werknemers van de banken en de spaarders zullen beschermen.

    Zo zullen de gezonde afdelingen van de twee banken worden overgenomen door Intesa Sanpaolo, de tweede bank van Italië. De riskante leningen zullen worden afgekoppeld in een "bad bank", u kent dat wel. De Italiaanse regering ondersteunt die operatie met 5,2 miljard euro onmiddellijk en engageert zich voor een totaal bedrag van 17 mijlard euro.

    De twee banken hebben vooral spaarders en kmo's in één van de rijkste regio's van Italië als klanten. Wel is het de vraag of Intesa Sanpaolo wel alle banen zal behouden. Ook loopt die weinig in de huidige oplossing weinig risico omdat ze enkel de "goede afdelingen" overneemt.

    Aanfluiting van de nieuwe Europese Bankenunie?

    De Europese Centrale Bank (ECB) houdt normaal toezicht op de grootbanken in Europa die als een systeembank beschouwd worden. De twee banken waarover het nu gaat, zijn kleiner en daarom is het aan de Italiaanse regering om die zaak af te handelen.

    Critici vinden echter dat de manier dat gebeurt, een aanfluiting is van de Europese Bankenunie. Dat systeem werd ingevoerd na de financiële crisis van 2008 en moest onder meer voorkomen dat de belastingbetalers opnieuw moeten opdraaien voor het faillissement van banken.

    Een eerste test van het systeem kwam er enkele weken geleden toen de noodlijdende Spaanse Banco Popular voor één symbolische euro werd overgenomen door Banco Santander. De Spaanse overheid stak daar geen cent aan toe en bovendien nam Santander alle activiteiten van Popular over, inclusief de minder betrouwbare.

    In de Italiaanse versie is dat anders, te meer omdat wel de belastingbetaler, maar niet de obligatiehouders van de betrokken banken mee in het bad wordt getrokken. Bij die obligatiehouders zitten veel gewone Italiaanse gezinnen en wellicht was de regering beducht om die mensen -lees kiezers- voor het hoofd te stoten. Waarnemers gaan ervan uit dat er nog dit jaar vervroegde verkiezingen komen in Italië.