Meest recent

    Vijf monumenten die opzettelijk beschadigd of vernield werden

    In Noorwegen is de "Trollpikken", een opvallende rotsformatie, vernield door vandalen. Het is niet de eerste keer, en het zal helaas ook niet de laatste keer zijn, dat een natuurmonument of een ander monument beschadigd of vernield wordt. Vijf andere voorbeelden.
    De "duckbill", voor en na...

    Het eerste slachtoffer is "the duckbill", de eendensnavel, een 18 miljoen jaar oude rotsformatie in het natuurpark Cape Kiwanda Natural Area in de Amerikaanse staat Oregon. De rots werd ook de "Pacific Northwest rock" genoemd, maar omdat ze door natuurlijke erosie onmiskenbaar op een eend met haar snavel leek, lag ""de eendensnavel" voor de hand.

    De zandstenen formatie, die zo'n twee meter op drie mat, was populair bij bezoekers van het park, en werd ontelbare keren gefotografeerd. Mensen namen echter ook foto's van zichzelf bovenop de rots, die vrij broos was, en daarom was het gebied rond de rots afgesloten met draad en stonden er borden dat het verboden was in de buurt van de rots te komen of ze te beklimmen.

    Eind augustus bleek "the duckbill" in een weekend gevallen te zijn, en het personeel van de parkdienst van Oregon vermoedde eerst geen kwaad opzet. Tot ze benaderd werden door een man die een video had gemaakt van drie jonge mannen die met vereende krachten de rots omver duwen.

    Mensen die de eendensnavel eerder gezien en gefotografeerd hadden, postten op Istagram hun foto's onder de hashtag #ripthatPNWrock. Ironisch was wel dat een aantal van die foto's mensen toonden die bovenop de rots stonden, zaten,  yoga deden of andere kunstjes uithaalden, wat dus uitdrukkelijk verboden was.

    Goblin

    Een soortgelijk geval deed zich voor in oktober 2013 in het Goblin Valley State Park in de staat Utah.

    Dat park is beroemd voor zijn "hoodoos", een formatie die ontstaat als een hardere rots bovenop een zachtere rots zit. In de loop van miljoenen jaren erodeert de zachtere rots, maar de harde rots beschermt de zachte laag eronder, waarvan dan een piek overblijft. En zo ontstaan de typische formaties van een stompje rots met een soort van hoedje, die ter plaatse "goblins" genoemd worden, kobolden. 

    In 2013 duwde een scoutsleider, Glenn genaamd, op een kerkuitstapje de hoed van een 160 miljoen jaar oude goblin af, aangemoedigd door een tweede leider, terwijl een derde het gebeuren filmde.

    "We hebben Goblin Valley nu veranderd", zegt een van de mannen tegen de camera. "Een nieuwe Goblin Valley bestaat nu, met, mmm, deze rots nu hier beneden. En klein kind ging hier beneden voorbij lopen en sterven. Glenn heeft zijn leven gered door de rots uit de weg te krijgen. Het gaat dus allemaal over het redden van levens hier in Goblin Valley."

    De kerels waren blijkbaar nog trots op hun daad, want ze posten het filmpje op Facebook. Daar werden ze al snel geïdentificeerd en vervolgd. De man die de rots naar beneden duwde, en de man die het gebeuren filmde, werden veroordeeld tot een jaar voorwaardelijk, en het betalen van enkele duizenden dollars als schadevergoeding, en om in het park waarschuwingsborden mee te plaatsen dat men de goblins niet mag beschadigen. Ze raakten ook hun positie van leider bij de scouts kwijt.

    Het oog van de naald

    Ook in de Amerikaanse staat Montana werd een monument vernield. Het "Eye of the Needle" was een drie meter hoge zandstenen formatie, die er uitzag als een omgekeerde hoofdletter "V".

    Het Oog van de Naald lag langs de oever van een pittoresk deel van de Missouri-rivier, niet ver van Fort Benton, en het werd al beschreven door Meriwether Lewis tijdens zijn expeditie in 1805 op de Missouri. De Missouri wordt daar druk bevaren door kajakkers, en het Oog van de Naald was een geliefde stopplaats, waar ook steevast een foto werd genomen.

    Eind mei 1997 bleek het bovenste deel van het oog evenwel ingestort. Ook zes andere natuurlijke zuilen lagen op de grond, en de eerste verslagen spraken over vandalen die het monument vernield hadden. Een officieel rapport beschreef hoe ze met een lang voorwerp de top van het oog los gewrikt moesten hebben, en later werden dronken teenagers aangeduid als de schuldigen. Er werd een beloning van 20.000 dollar aangeboden voor informatie over de daders, maar dat leverde niets op.

    In 2002 suggereerde de schrijver Rick Graetz dat het Oog van de Naald niet door vandalen was vernield maar was ingestort als gevolg van natuurlijke erosie. Een aantal experten was het daarmee eens en gaven als bewijs voor de stelling dat er in het puin geen aanwijzingen voor de tussenkomst van mensen werden gevonden, de moeilijkheid om het bovenste deel van het oog te bereiken, en het feit dat zelfs de flinke beloning niets opgeleverd had.

    Wat er ook van zij, het voorval kreeg heel wat aandacht, en werd door het Bureau of Land Management aangegrepen als een kans om een campagne op te zetten tegen vandalisme in openbare gebouwen, parken en dergelijke.

    Het oor van de moai

    In 2008 hakte Marko Kulju, een Finse toerist op het Chileense Paaseiland, een oorlel af van een moai, een van de eeuwenoude reuzenbeelden waar het eiland beroemd voor is. Waarschijnlijk wou hij het kleinood mee naar huis nemen als souvenir.

    Dat leidde tot hevige verontwaardiging op het eiland, en het bracht de burgemeester van het eiland er zelfs toe op de openbare radio te zeggen dat hij wou dat de toerist ook een oor zou verliezen: "Als een oor afgesneden wordt, dan wordt er een oor gesneden", zo zei hij. 

    De Finse toerist verontschuldigde zich, en mocht zijn eigen oor houden, maar hij kreeg wel 13 dagen huisarrest, de duur van de rest van zijn vakantie, een boete van 17.000 dollar en een verbod om drie jaar lang een voet op Paaseiland te zetten.

    De arme "kleine zeemeermin"

    Als er een monument is dat al ontelbare malen het slachtoffer is geworden van vandalen, dan is het wel het beeld van de "Kleine Zeemeermin" in de haven van de Deense hoofdstad Kopenhagen.

    Het beeldje, den lille Havfrue in het Deens, stelt het hoofdpersonage voor uit het gelijknamige sprookje van Hans Christian Andersen, en het werd gemaakt door Edward Eriksen. Het werd op 23 augustus 1913 op een rots in de haven geplaatst en groeide uit tot een belangrijke toeristische attractie.

    En helaas ook tot een geliefd slachtoffer voor vandalen. Sinds de jaren 60 is het beeldje vele keren beschadigd en beklad voor verschillende redenen, maar het is steeds hersteld. Overigens is het beeldje in de haven een replica van het origineel, dat naar verluidt door de erfgenamen van beeldhouwer Eriksen op een geheime plaats bewaard wordt. In de rest van de wereld zijn er nog meer dan een dozijn onbeschadigde kopieën van het 1,25 meter hoge beeldje.

    Op 24 april 1964 werd het hoofd van het beeldje afgezaagd door politiek geïnspireerde kunstenaars uit de beweging van de Situationisten. Het hoofd werd nooit teruggevonden en het beeldje kreeg een nieuw hoofd. Op 22 juli 1984 werd de rechterarm afgezaagd, en twee dagen later teruggebracht door twee jonge mannen.

    In 1990 werd nog eens een poging ondernomen om de zeemeermin te onthoofden maar die mislukte. Het beeld hield er wel een 18 centimeter diepe snee in de nek aan over. Ook die werd hersteld. Op 6 januari 1998 werd het beeld nog eens onthoofd. De daders werden nooit gevonden en het hoofd werd anoniem naar een nabijgelegen tv-station gebracht. Op 4 februari stond het opnieuw op het beeld.

    In de nacht van 10 september 2003 werd het beeld met explosieven van zijn sokkel geblazen. Het werd teruggevonden in het water van de haven met gaten in de pols en knie.

    Het beeld is ook ontelbare malen overgoten met verf, in 2007 zelfs een keer in maart met roze verf, en een keer in mei met zwarte en rode verf. Op 8 maart 2006 werd er een dildo vastgemaakt aan een hand van het beeldje, en het werd overgoten met groene verf. Ook werd de datum 8 maart er op geschreven, waarschijnlijk een verwijzing naar de Internationale Vrouwendag. 

    En dit jaar werd het beeld al twee maal beklad. Op 30 mei was de zeemeermin overgoten met rode verf, en op de grond voor het beeldje stond, ook met rode verf, geschreven: "Danemarken (sic), bescherm de walvissen van de Faroe-eilanden", een verwijzing naar de jacht op grienden die jaarlijks op de Deense eilanden gehouden wordt. En zo'n twee weken later, op 14 juni, bleek de zeemeermin overgoten met witte en blauwe verf. Voor het beeld stond "Bevrijdt Abdulle", maar het was niet duidelijk waar dat op sloeg.

    De zeemeermin is ook al aan aantal keer aangekleed: in 2004 kreeg ze een boerka aan uit protest tegen de Turkse aanvraag om toe te treden tot de EU, en op een dag in mei 2007 bleek ze een lang moslimkleed en een hoofddoek te dragen.

    In 2010 werd het beeld naar Sjanghai in China overgebracht om deel uit te maken van de Deense inzending op de Wereldtentoonstelling. Dit leidde in Denemarken tot veel verontwaardiging, omdat veel Denen vonden dat de zeemeermin enkel thuishoort in Kopenhagen. Als grap plaatste het Deense Natuurhistorisch Museum toen een "zeemeerminnenskelet" op de lege sokkel.