Meest recent

    Cumuleren, cumuleren, wie zijn best doet zal het afleren

    Het is een oud zeer dat politici graag cumuleren. Wat er aan doen? Een beetje transparantie met lijstjes van wie wat cumuleert zal niet volstaan want de vergoedingen die ze daarvoor ontvangen blijven angstvallig geheim.
    opinie
    (C) Fred Nevelsteen
    Niels Matheve
    Niels Matheve is Research Fellow aan de faculteit Sociale Wetenschappen van KU Leuven en auteur van het boek "Tentakels van de macht. Elite en elitenetwerken in en rond de Belgische regeringen (1918-1940)’"

    Hoe snel de zaken toch kunnen veranderen. In november 2016 spraken PS, cdH en MR elkaar nog over een mogelijke versoepeling van de regels rond cumulatie. Nauwelijks enkele maanden en vooral enkele schandalen later wordt er door militanten bij diezelfde partijen net opgeroepen tot strengere regels.

    Daarmee komt het onderwerp van cumulatie weer even in de actualiteit. Om wellicht weer even snel uit de aandacht te verdwijnen…

    Waarover gaat het?

    Maar waarover gaat het eigenlijk? In essentie is cumulatie niets meer dan het combineren van al dan niet bezoldigde mandaten.

    Een politicus die een functie als partijvoorzitter combineert met een zitje in het parlement, cumuleert beide (betaalde) functies. Tegen dergelijke vorm van cumulatie zal wellicht niemand bezwaar maken.

    Een minister van Financiën die tegelijk directeur is bij Belfius cumuleert evenzeer, al is dat duidelijk een stuk problematischer.

    Het huidige debat gaat dus eigenlijk niet zozeer over cumulatie, maar over onverenigbaarheden, met andere woorden over welke functies best niet door een en dezelfde persoon worden bekleed omwille van het potentieel problematisch karakter (lees: belangenvermenging) van die combinatie.

    Een lange geschiedenis

    De vraag over mogelijke vormen van belangenvermenging is uiteraard niet nieuw. Integendeel, in de verschillende landen met een parlementair regime bestond al van bij hun ontstaan een zekere bezorgdheid over potentiële belangenvermenging. In de geest van de scheiding der machten werden dan ook vrij snel een aantal onverenigbaarheden bepaald.

    Het doel daarvan was uiteraard om machtsconcentraties te beletten, de controle van het parlement op het beleid van de regering mogelijk te maken en parlementaire mandatarissen te vrijwaren tegen het gevaar van zich te laten verleiden door ‘gunsten’ van de uitvoerende macht. Die beperkingen bleken echter vrij summier (zie hieronder).

    Publieke-private cumulatie

    Wat sterk opvalt bij de wetten over cumuleren, is de focus op de onverenigbaarheid tussen verschillende publieke mandaten. Men mag niet tegelijk senator en volksvertegenwoordiger zijn (1830). Ook vandaag ligt de focus op het al dan niet cumuleren van publieke mandaten, bijvoorbeeld de recente eis van PS militanten op een verbod van lokale mandaten met een positie als parlementslid (2017).

    Het belangrijkste bezwaar tegen het cumuleren van dergelijke mandaten is dan meestal het argument dat het niet mogelijk is om beide functies de nodige aandacht te geven die zij vereisen. In sommige gevallen is er ook sprake over mogelijke belangenvermenging.

    Het is echter interessant om vast te stellen hoe stil het blijft met betrekking tot de cumulatie van publieke met private mandaten. Daar bleef trouwens ook de Belgische wetgever lang verdacht stil over.

    Nochtans stelt zich hier het gevaar van mogelijke belangenvermenging des te meer. In de jaren 1920 besliste de Gentse politicus Charles Lagasse de Locht bijvoorbeeld mee over de toekenning van een lucratieve concessie voor een tramweg aan een bedrijf waar hij zelf in de raad van bestuur zat.

    Op zijn minst bedenkelijk te noemen, maar niet onwettelijk.

    Fundamentele problemen

    De cumulatie van publieke en private mandaten brengt nochtans twee duidelijke problemen met zich mee. Om te beginnen is in dat geval niet altijd duidelijk waar de loyauteit van een politicus ligt wanneer het erop aankomt.

    In 1935 moest de beslissing over een mogelijke devaluatie van de toenmalige Belgische frank genomen worden door politici en bankiers die zakelijke belangen hadden waarop die devaluatie een grote impact zou hebben.

    De vraag is dan natuurlijk wat in zo’n geval het sterkst doorweegt: het algemene belang of persoonlijke zakenbelangen?

    Een tweede probleem dat dergelijke vorm van cumulatie met zich meebrengt is een ongezonde neiging naar machtsconcentratie. Door verschillende mandaten te cumuleren en een cruciale positie in te nemen in verschillende domeinen, kan iemand een zeer sterke machtspositie gaan uitbouwen die de democratische besluitvorming sterk ondergraaft.

    Precies het tegenovergestelde van een scheiding der machten in feite.

    Recent onderzoek heeft uitgewezen dat precies dat een van de fundamentele problemen bleek te zijn van het politieke leven in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw.

    Met de gekende uitingen van antidemocratische en anti-establishment protesten tot gevolg.

    Transparantie

    Kunnen we dan niets leren uit het verleden? Zonder twijfel wel. Ook al valt belangenvermenging nooit volledig uit te sluiten in gelijk welk regime, vooral een gebrek aan transparantie blijkt op lange termijn nefast voor het hele politieke systeem.

    Dat gebrek aan transparantie betekent immers meestal ook een gebrek aan controle, en dat werkt op zijn beurt weer een zekere normvervaging in de hand. Dit leidt dan weer meer dan eens tot een situatie waarbij bepaalde politici zich niet eens meer bewust zijn van het problematische karakter van de cumulatie van bepaalde functies of vergoedingen, wat dan weer sterk de beeldvorming van een wereldvreemde klasse in de hand werkt.

    Die beeldvorming versterkt dan weer het wantrouwen tegenover het zogenaamde establishment, wat op een bepaald punt wel eens kan omslaan in het plotse succes van figuren of groepen buiten dat establishment die het hele politieke systeem op zijn kop zetten.

    Vraag dat maar aan François Fillon, de Franse presidentskandidaat van Les Républicains en gedoodverfde favoriet die na de presidentsverkiezingen verbaasd en verweesd achter bleef, allemaal omwille van problemen die in essentie volledig terug te voeren zijn tot een fundamenteel gebrek aan transparantie. Geen vertrouwen zonder transparantie, en zonder een zekere vorm van vertrouwen is een stabiel politiek klimaat onmogelijk.

    Op weg naar hervormingen?

    Gelukkig is machtsbehoud altijd een belangrijke motivator voor politici om hervormingen door te voeren. De plotse eisen voor nieuwe regels over cumulatie in België zijn op dat vlak een uiting van de groeiende onrust bij de traditionele partijen, vooral in het zuiden van het land waar de Partij van de Arbeid maar beter en beter blijft scoren in de peilingen.

    De zogenaamde ‘graaicultuur’ is voor de marxistische partij bovendien een gedroomd politiek thema, eentje waar de traditionele partijen in verkiezingsjaar 2018 liefst niet teveel meer mee geconfronteerd worden.

    Willen ze echter echt werken aan een fundamenteel herstel van het vertrouwen, zal er sterker ingezet moeten worden op transparantie – daar waar die nu jammer genoeg nog ontbreekt.

    Politici moeten nu al wel jaarlijks hun mandaten bekend maken, maar de vergoedingen die ze daarvoor ontvangen blijven vooralsnog angstvallig geheim.

    Wanneer ook die bekend zouden zijn, zou dat de reeks schandalen met intercommunales van de afgelopen maanden allemaal kunnen vermijden.

    Het vertrouwen in het gros van de politici die wel degelijk ter goeder trouw zijn kan er bovendien alleen maar door toenemen. En wie kan daar nu tegen zijn?

    De wetgeving over cumuleren

    In de grondwet werd het verbod opgenomen om een mandaat van volksvertegenwoordiger en senator te cumuleren (artikel 49) en geen lid van de Koninklijke familie kon minister worden (artikel 98), maar andere beperkingen werden niet opgenomen. Die konden eventueel wel via gewone wetten worden ingevoerd.

    Zo werd er nog een onverenigbaarheid vastgesteld tussen het mandaat van parlementslid en lidmaatschap van het Rekenhof (decreet van 30 december 1830), tussen ambten van rechterlijke orde en een bij verkiezing verleend openbaar mandaat (wet van 4 augustus 1832) en tussen de functie van provincieraadslid en senator of volksvertegenwoordiger (provinciewet van 30 april 1836).

    Voor ministers gold enkel de beperking dat zij geen magistraat mochten zijn. In 1848 volgde er nog een wet die verbood om een functie als ambtenaar te combineren met een parlementair mandaat, maar verdere beperkingen kwamen er aanvankelijk niet.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Voorstellen voor opinieteksten kunnen gestuurd worden naar moderator@vrt.be.