Meest recent

    Alles of niets voor Cyprus: gesprekken over hereniging gestart

    De onderhandelaars die vandaag aan tafel schoven in Crans-Montana staan voor een enorme opdracht. In theorie is iedereen voor een hereniging gewonnen. Maar de standpunten over hoe dat moet gebeuren liggen mijlenver uit elkaar. De VN laten verstaan dat hun bemiddelingspogingen niet eeuwig kunnen aanslepen.
    AFP or licensors

    De verdeling van Cyprus dateert van 1974. Toen pleegden radicaal-nationalistische Grieks-Cyprioten een staatsgreep, in samenwerking met het kolonelsregime dat toen nog aan de macht was in Griekenland. Bedoeling was om Cyprus bij Griekenland aan te hechten - de oude droom van de enosis.

    Turkije stuurde een troepenmacht om de Turkse minderheid te beschermen. Die troepen bezetten het noordelijke stuk, ruim een derde van het grondgebied. Daarmee was de verdeling een feit. In 1983 verklaarde het Turkse deel zich onafhankelijk onder de naam "Turkse Republiek van Noord-Cyprus" – al werd die mini-staat enkel door Turkije erkend. Het Griekse deel, bekend als Cyprus, werd in 2004 lid van de Europese Unie.

    (lees verder onder de foto)

    Met de staatsgreep en de inval van de Turkse troepen kwam ook in Cyprus een etnische herschikking tot stand, net zoals dat omstreeks 1920 in Klein-Azië en op een aantal Egeïsche eilanden was gebeurd. Meer dan 200.000 Cyprioten werden op de vlucht gedreven en verhuisden: Turken naar het noorden, Grieken naar het zuidelijke deel.

    Verdeeld en verscheurd

    Het Turkse karakter van Noord-Cyprus werd gaandeweg nog versterkt door de komst van 150.000 nieuwkomers uit Turkije - immigranten of ‘kolonisten’ - en van een forse Turkse troepenmacht. Nu nog zijn er 35.000 Turkse soldaten gelegerd, volgens Ankara ter bescherming van de Turkse bewoners.

    Dwars door het eiland, van west naar oost, loopt een dubbele grenslijn, met daartussen een bufferzone die door VN-blauwhelmen wordt bewaakt. Sinds 2003 is reizen van de éne naar de andere kant weer mogelijk, zij het via checkpoints. Die toestand van verdeeldheid is na meer dan 40 jaar stevig ingesleten in de Cypriotische samenleving en mentaliteit.

    Toch zijn er burgerinitiatieven en actiegroepen die de gemeenschappen nader tot elkaar willen brengen, of die ijveren voor een volledige hereniging. De groep #UniteCyprusNow heeft zelfs een delegatie naar Crans-Montana gestuurd om de onderhandelaars bij de les te houden.

    (lees verder onder de foto)

    Met recht en reden: er liggen heel wat struikelstenen op hun pad.

    • Wat met de Turkse troepen? De 35.000 soldaten in Noord-Cyprus moeten volgens Ankara garanderen dat de Grieks-Cyprioten zich niet aan nieuwe avonturen wagen, waarvan de Turks-Cyprioten de dupe kunnen zijn. Maar omgekeerd boezemt die forse troepenmacht de Grieken nu de nodige angst in. Dat kan moeilijk los worden gezien van de bredere geopolitieke context in de Middellandse Zee. De relaties tussen Turkije en de Europese Unie zijn de jongste tijd bijzonder gespannen. En de relaties tussen Ankara en Athene in het bijzonder lijken op sommige momenten zelfs licht ontvlambaar. Erdogan zelf maakte in toespraken al dreigende toespelingen op eilanden die van het Ottomaanse Rijk waren afgenomen. De Grieks-Cyprioten (en Griekenland) willen dus dat Turkije zijn troepen terugtrekt; als dat niet meteen kan, dan toch gefaseerd volgens een duidelijke planning.
    • Eigendomskwesties Bij de volksverhuizingen en etnische zuiveringen van 1974 zijn huizen en goed achtergelaten, aan weerskanten van de scheidslijn. Er zullen afspraken nodig zijn over procedures en claims, eenmaal de eenmaking een feit is.
    • Machtsdeling De Grieks-Cyprioten maken nog altijd de meerderheid uit van de bevolking op het eiland. Een eenvoudige majority rule zal daarom voor de Turkse minderheid niet aanvaardbaar zijn. Er moeten afspraken komen over machtsdeling en gegarandeerde vertegenwoordiging van de minderheden.
    • De relatie met Europa Cyprus is lid van de Europese Unie. In theorie zijn zelfs de Turks-Cyprioten daardoor onderdanen van de Unie, want de EU erkent de deling niet. Eénmaal de hereniging ook werkelijkheid wordt, zullen de Turks-Cyprioten vrij kunnen reizen in de Unie. Dat kan de politieke invloed van Ankara flink ondermijnen. Met die gevoeligheid moeten de onderhandelaars rekening houden, zeker nu de verhoudingen tussen Turkije en de EU onder druk staan.

    Optimisme moét

    Op dag één van de nieuwe gespreksronde verklaarde de Noorse VN-gezant Espen Barth Eide (foto onder, met zijn team) “dat het moeilijk wordt, maar niet onmogelijk”. “Een akkoord is wel degelijk binnen bereik,” zei hij. De gezant kweet zich daarmee onmiskenbaar van zijn plicht tot optimisme.

    Toch zou het verkeerd zijn om die uitspraak meteen te klasseren als nietszeggende diplomatentaal. Als het deze keer mislukt, zou het vredesproces wel eens voor heel lang van de baan kunnen zijn. Volgend jaar trekken de Grieks-Cyprioten naar de stembus, en midden in een verkiezingscampagne kan er van serieuze onderhandelingen (met altijd onvermijdelijke toegevingen) geen sprake zijn. Ook VN-secretaris-generaal Guterres heeft al laten verstaan dat de VN de vredesmacht op de bufferzone niet eeuwig kunnen handhaven.

    Een alternatief voor toenadering is verdere verwijdering, en dat is in de huidige context riskant. Daarom hoopt Europa, samen met een groot deel van de Cypriotische bevolking, dat het deze keer een succes wordt. Als de hardliners van beide kanten het zwijgen kan worden opgelegd, en als Griekenland en Turkije de lokale Cypriotische leiders voldoende speelruimte laten, dan is het niet onmogelijk.