Meest recent

    Belgische fregat Louise-Marie redt 118 bootvluchtelingen: "Wellicht weinig kans op asiel"

    Het Belgische fregat Louise-Marie is voor het eerst in de Middellandse Zee in actie gekomen om bootvluchtelingen te redden. 118 zwarte Afrikanen, voor het grootste deel jonge mannen en jongens, werden uit een rubberboot gered. Onze collega Mieke Strynckx is aan boord van de Louise-Marie en heeft de reddingsactie meegemaakt.
    analyse
    Analyse

    Mieke Strynckx is buitenlandjournaliste bij VRT Nieuws.

    Donderdagochtend, iets na zeven, merkt een patrouillevliegtuig van operatie Sophia een rubberbootje op met 118 mensen aan boord. We zijn het enige schip van Sophia in de buurt, ook het dichtstbijzijnde schip van hulporganisaties ligt verder weg dan wij. Het coördinatiecentrum van de kustwacht in Rome stuurt de Louise-Marie erop af.

    De commandant kondigt de nakende reddingsoperatie aan via de intercom. De helikopter is al uitgestuurd voor een verkenningsvlucht. Om kwart over elf is er op de brug een stafbriefing, om de operatie voor te bereiden. Het is afgeladen vol op de brug, iedereen luistert geconcentreerd.

    Kort daarna zien we het bootje. Een vrij grote rubberboot, vol zwarte Afrikanen, het bootje heeft nog een buitenboordmotor – vaak nemen de smokkelaars die weer af. Van op de Louise-Marie wordt door de luidspreker geroepen dat we hier zijn om te helpen, maar de motor moet uit.

    Bootvluchtelingen zwaaien enthousiast

    Twee RHIBS, de speedboten van de Louise-Marie, varen af naar het bootje, ze naderen elk aan één kant, om te vermijden dat de vluchtelingen en migranten allemaal aan dezelfde kant zouden samentroepen en zo het bootje doen kapseizen. De Afrikanen krijgen ons op de brugvleugel in de gaten en roepen en zwaaien enthousiast.

    De bemanning van de speedboten helpt intussen de eerste Afrikanen uit de rubberboot, drie kleine meisjes, het jongste niet ouder dan twee of drie zo te zien, en een pasgeboren jongetje. Ze komen ermee naar de Louise-Marie. Het baby’tje in de armen van een van de soldaten.

    Reddingsoperatie is indrukwekkend om te zien

    De bemanning van de speedbootjes kamt intussen de rubberboot van de Afrikanen uit. Het bootje ligt vol vuilnis, maar daar kan bruikbaar materiaal tussen zitten, dat naar de smokkelaars kan leiden. GSM-kaarten bijvoorbeeld, met telefoonnummers. Het vuilnis wordt gefotografeerd en in zakken geladen, het bootje zelf wordt opgetakeld. Alles zal later overgedragen worden aan de Italiaanse autoriteiten.

    Op het helikopterdek krijgen de Afrikanen een lichte maaltijd, rijst en groenten, want vaak kunnen ze niet veel voedsel meer verdragen, zeker niet als ze lange tijd op zee hebben gezeten. Ze krijgen medische verzorging, als dat nodig is. De migranten en vluchtelingen op deze boot waren naar eigen zeggen pas gisteren afgevaren, bijna iedereen is dus nog in goede gezondheid, een man is onwel maar voelt zich al snel weer beter. De baby is verzwakt, maar krijgt eten en sterkt meteen aan.

    De meeste Afrikanen spreken Frans, anderen Engels. Uit hun verklaringen blijkt dat het een heel heterogene groep is. Ze komen naar eigen zeggen uit Nigeria, Senegal, Ivoorkust, Mali, Guinee, Guinee-Bissau, Congo, de Centraal-Afrikaanse republiek, Burkina Faso. Behalve de baby en de drie kleine kinderen (allemaal jonger dan negen), zijn er nog vier kinderen tussen 9 en 15 jaar oud, en een dertigtal jongeren van 16 à 17.

    Ze zien er gelukkig en opgelucht uit, maar wellicht is de kans op asiel voor de meesten van hen minimaal. Het hoofdkwartier in Rome beslist intussen dat het beter is om de Afrikanen over te dragen aan een schip van de Europese grens- en kustwacht Frontex, dat al 109 vluchtelingen en migranten aan boord heeft. Op die manier kan het schip vol naar een haven varen, terwijl wij in de buurt van de reddingszone blijven liggen.

    Tegen zes uur ’s avonds varen de speedboten van de Louise-Marie met de eerste Afrikanen naar het andere schip. Nog geen twee uur later is iedereen overgebracht.

    Hoe vlot deze hele reddingsoperatie verlopen is, was indrukwekkend om te zien. De bemanning heeft het uiterste van zichzelf gevergd, veel mensen hebben hun hele rustperiode gewoon doorgewerkt, sommigen lopen daarna opnieuw wacht, zoals voorzien, ook al zijn de voorbije weken slopend geweest.
    Achteraf zie ik veel blije en voldane gezichten. Mensen geven elkaar complimenten, iedereen becommentarieert het geleverde werk. Na de frustrerende anti-smokkeloperatie van de afgelopen dagen, waarvan het nut onzeker was, is dit een actie met direct en bevredigend resultaat. Het moet ongetwijfeld voor velen een hart onder de soldatenriem zijn.

    De volgende RHIB haalt zes vrouwen op en een gewonde. Eén van de vrouwen is zwanger. Daarna gaat het over en weer, telkens komen acht of negen Afrikanen mee.

    Een voor een komen ze de scheepstrap op, de meesten op blote voeten en met alleen maar een broek en T-shirt aan. Ze moeten door een desinfecterend bad, krijgen een beker water, en een ziekenhuisbandje met een nummer op. Ook hun handen worden ontsmet.

    Op het voordek worden ze gefouilleerd, en worden hun bezittingen in beslag genomen. Die krijgen ze terug als ze het schip verlaten. Daarna gebeurt de registratie. Iedereen wordt gefotografeerd tegen een meetlat, en er worden wat elementaire vragen gesteld. Ook de Italiaanse carabiniere aan boord houdt alles in de gaten.

    Uiteindelijk gaan de Afrikanen naar het helikopterdek, dat natgespoten wordt om het af te koelen, want het is verzengend heet. Af en toe worden ook de migranten en vluchtelingen natgespoten, en dat doet duidelijk deugd.