Meest recent

    "Zoals een biologische moeder die je net ontmoet hebt" - Veerle De Vos

    Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat Hongkong werd "teruggegeven" aan China. Bijna 150 jaar lang was dit rotsachtige uitsteeksel van het Chinese vasteland een Britse kroonkolonie. Bij de terugkeer naar China beloofde de regering in Peking dat de voormalige kolonie 50 jaar lang een hoge graad van autonomie mocht behouden. Maar wat is er tot nu toe van die belofte in huis gekomen?
    analyse
    Analyse

    Veerle De Vos is journalist bij VRT Nieuws en volgt de ontwikkelingen in Azië.

    Chinese dim sum en Britse gin-tonic, jasmijnthee en Engelse boekenwinkels. In de jaren 90 was Hongkong een opwindende en sprankelende mengeling van Oost en West, een soort kruising tussen Sjanghai en Londen. Een ontelbaar aantal wolkenkrabbers en 7 miljoen inwoners op een zakdoek groot zorgden voor de op drie na grootste bevolkingsdichtheid ter wereld. Aan de haven wapperde de Britse vlag, er waren onafhankelijke gerechtshoven en een bloeiende vrije pers. Hongkong was kleurrijk, koppig en luidruchtig.

    Maar op 30 juni 1997 kwam er einde aan de Britse invloed in dit stukje China. De Union Jack kwam voor het laatst naar beneden en in de residentie van de laatste Britse gouverneur werd het portret van koningin Elisabeth van de muur gehaald. Met betraande ogen stapten prins Charles en gouverneur Chris Patten iets over middernacht aan boord van het koninklijke jacht Britannia, om nooit meer om te kijken.

    "One country, two systems"

    Op voorhand hadden de Britse en de Chinese overheid een "joint declaration" getekend, waarin de voorwaarden voor de overdracht netjes opgelijst stonden. "One country, two systems" was het motto, en "50 years no change". Voor minstens 50 jaar zou Hongkong zijn eigen economische, juridische en politieke systeem mogen houden. Een echte democratie was het niet, maar in China kon de bevolking enkel dromen van dat soort vrijheden. En Groot-Brittannië hoopte dat het ook in China zelf die kant zou uitgaan.

    Voor de Chinese overheid in Peking en voor veel Chinezen op het vasteland kwam er met de "teruggave" van Hongkong aan China een einde aan "de eeuw van nationale vernedering" waarin China opiumoorlogen verloor, ongelijke verdragen moest afsluiten en gebied moest afstaan. De ingeslapen reus was weer opgestaan. Dat Hongkong bij China hoorde was vanzelfsprekend, vonden en vinden veel inwoners, het was een geamputeerde ledemaat die er terug werd aangenaaid. Alleen Taiwan ontbrak nu nog.

    "Hongkong lijkt wel Beijing"

    Twintig jaar later wordt die "terugkeer naar het moederland" herdacht met grote feestelijkheden. Xi Jinping bezoekt de regio voor het eerst sinds hij president werd en blijft maar liefst drie dagen. Militaire parades, een grote gala-avond, vuurwerk. Desondanks lijkt Hongkong dezer dagen op een bezette stad. Tienduizend politieagenten zijn op de been om de veiligheid te handhaven, op sleutelplekken in de stad staan hoge barricades, er is een algemeen verbod op het ophangen van spandoeken. Hongkong lijkt wel Beijing, is een opmerking op Twitter.

    Dat niet iedereen zo blij is met de toenemende invloed van Peking in Hongkong werd pijnlijk duidelijk tijdens de zogenoemde "paraplu protesten" in 2014. Tienduizenden mensen kwamen op straat om democratische hervormingen te eisen. Studenten, sommigen piepjong nog, bezetten wekenlang belangrijke kruispunten en eisten onafhankelijkheid. Ze voelden zich "Hongkonger" zeiden ze, en geen "Chinees". In Peking stonden ze perplex. De politie beantwoordde de protesten met traangas en arrestaties.

    Repressie, het antwoord van Peking

    Maar er is meer aan de hand. In de voorbije 20 jaar zijn er in China zelf een veelvoud aan wolkenkrabbers opgerezen. Steden als Shenzhen, net over de grens, zien er moderner en welvarender uit dan Hongkong. De beurs van Sjanghai haalde de beurs van Hongkong in. Rijke Chinese ondernemers hebben massaal geïnvesteerd in onroerend goed over de grens. De prijzen voor appartementen en huizen in Hongkong rijzen almaar meer de pan uit. Voor veel middenklassegezinnen wordt wonen onbetaalbaar. Ze houden een wrang gevoel over aan de "terugkeer naar China".

    Het antwoord van Peking op die onvrede heet meer repressie. Er wordt geknabbeld aan de persvrijheid, aan de onafhankelijkheid van het gerecht. De nieuwe leider van Hongkong, Carrie Lam, is een vertrouwelinge van Peking en niet verkozen door de bevolking. Als het van Peking afhangt komt er in alle scholen een "patriottische opvoeding", waarin ook de Hongkongers vanaf de kleuterklas wordt ingepeperd dat de communistische partij de enige is die China kan besturen en dat alle Chinezen de plicht hebben om van hun moederland te houden.

    Maar zoals een 21-jarige student zei aan een journalist van de Financial Times: “China is zoals je biologische moeder die je pas ontmoet hebt. Veel liefde voel je daar niet voor.”