Meest recent

    De laatste stuiptrekking van het Russische leger

    Op 1 juli 1917 ging het Russische leger voor het eerst sinds de revolutie en de val van de tsaar in de aanval. Het offensief leek even een succes, maar werd snel een fiasco. Het was het begin van het einde voor de voorlopige regering en opende de weg voor machtsovername door de Bolsjevieken. Ook Belgische troepen maakten het debacle mee.

    Eind mei 1917 rijdt een beveiligde wagen ‘s nachts naar de stad Tarnopol, thans in westelijk Oekraïne. In de wagen overleggen Alexander Kerenski en generaal Broesilov. Kerenski is nog maar pas minister van Oorlog in de Voorlopige Regering van Rusland. Hij heeft de zeer gereputeerde generaal Broesilov pas benoemd tot opperbevelhebber van het Russisch leger.

    Dat leger is oorlogsmoe en dreigt uiteen te vallen door revolutionaire agitatie in de Petrogradse sovjet en aan het front. Kerenski wil het tij doen keren met een nieuw offensief, het eerste sinds de revolutie en de val van de tsaar . Hij heeft de voorbije dagen overal de troepen toegesproken en opgeroepen om opnieuw te vechten, om het land en de revolutie te verdedigen. De woorden van de charismatische Kerenski lijken overal indruk te hebben gemaakt, maar hoe lang zal dat duren?

    Broesilov heeft grote twijfels en denkt dat hij onvoldoende betrouwbare troepen heeft om een offensief te beginnen. Maar Kerenski zet door: een succesvol offensief kan het tij doen keren en het moreel van de troepen herstellen. En Rusland heeft ook beloofd aan de Geallieerden om aan te vallen en zo de Duitsers te dwingen troepen aan het Oostfront te houden.
     

    Russische en Oostenrijks-Hongaarse soldaten verbroederen, april 1917. Een scene die na de revolutie zeer gewoon was geworden. Duitse propaganda probeerde voortdurend de Russen te overtuigen te stoppen met de oorlog. De Duitsers voerden bewust geen aanvallen uit, zelfs al waren de Russische loopgraven vaak niet meer bemand en de chaos aan het front compleet. Beginfoto: Russische soldaten, krijgsgevangen door het Duitse leger

    Tijdens de lange junidagen van 1917 werkt generaal Broesilov zijn plan uit voor de aanval aan het zuidwestelijk front in Galicië. Die zal de geschiedenis ingaan als het Kerenski-offensief.

    Het Achtste Leger onder generaal Kornilov moet een doorbraak forceren in de zuidelijke frontsector . In het centrum van de aaval gaan de sterkste Russische troepen van het Zevende Leger de Duitse Südarmee terugdringen en het Russische Elfde Leger zal in de noordelijke sector de Oostenrijkers overrompelen.

    De kanonnen, die de Britten via Archangelsk en de Japanners en Amerikanen via Vladivostok hebben geleverd, zijn naar het front vervoerd en de Russen hebben zware artillerie met een enorme vuurkracht in stelling gebracht.

    Kerenski wordt toegejuicht tijdens zijn bezoek aan het front, eind mei 1917

    Via luchtfoto’s en overlopers weet de Duitse generale staf echter wat er gaat gebeuren en voert extra divisies aan voor de Südarmee. De versterkingen worden weggehaald van het front in België en Frankrijk. Ze worden overgebracht naar Galicië voor een tegenaanval richting Tarnopol (vandaag een stad in het westen van Oekraïne) .

    Dat is in de frontsector van het Russische Elfde Leger, waar ook het Belgische ACM-korps positie heeft ingenomen . Het korps, dat uitgerust is met pantserwagens, is sinds 1915 in Rusland actief.

    Naast de Belgen is er ook een Tsjechische brigade. Het bestaat uit mannen die, nadat ze krijgsgevangen waren genomen, beslisten met de Russen te vechten. Ze willen onafhankelijkheid krijgen voor hun land, dat deel is van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk.

    Kaarten van het front. De volle blauwe lijn geeft het front aan begin juli, de stippellijn de situatie eind juli.

    In de nacht van 28 op 29 juni barst het Russisch bombardement los op de Duits-Oostenrijkse linies. Het is het hevigste en het langst durende artillerievuur dat tijdens de hele oorlog aan het oostfront is ontketend. De Russische boerensoldaten liggen als verdoofd in de loopgraven, zo’n inferno hebben ze nog nooit meegemaakt.

    Het regent de morgen van de eerste juli 1917, wanneer het Russische grondoffensief begint. De Belgische luitenant Van der Donckt kijkt toe: ‘De leden van de sovjet van het Elfde leger marcheerden voor de eenheden uit, die immense rode vlaggen meedroegen.’

    De mannen van de Tsjechische brigade vormen de speerpunt van de aanval en in de namiddag van de volgende dag planten ze de rode vlag op de heuvels ten westen van Zborov. Er is een bres in de Oostenrijkse stellingen geslagen en de 2de juli zal later in de onafhankelijke republiek Tsjecho-Slowakije worden gevierd als de Dag van het Leger.

    Kerenski, de "ziel van de Russische revolutie, die de burgers oproept de wapens op te nemen", op de voorpagina van het Franse 'Le Rire Rouge' van 29 juni 1917

    De eerste juli 1917 wordt er ook hevig gevochten in de Konjoechi-sector ten zuiden van Zborov. De Russische regimenten rukken op in het door bomexplosies omgewoelde heuvel-land en overrompelen drie Oostenrijkse linies. Konjoechi is een langgerekt dorp van boeren-hutten in een smalle vallei.

    De Oostenrijkers hebben zich teruggetrokken en hun artillerie opgesteld op de hoogten achter het dorp. Dat is het terrein waar Belgen van het ACM-korps de tweede dag van het offensief gaan opereren. In het holst van de nacht rukken ze met een gevechtsbatterij van drie pantserauto’s en een aantal cyclisten op naar Konjoechi om er steun te geven aan de Russische infanterie die het dorp heeft bezet.

    Als de Belgen aankomen in Konjoechi, blijkt dat de Russen zijn verdwenen. De Belgen zitten geïsoleerd zonder dekking en wachten af. In de vroege namiddag krijgen ze bericht van de Russische divisiestaf dat hun pantserwagens samen met nieuw aangevoerde Russische infanterie moeten oprukken.

    Als de Russen aanvallen, begint de Oostenrijkse artillerie boven Konjoechi het dorp te bombarderen om de Russische opmars te stoppen. De Belgische pantserwagens worden getroffen door hevige explosies. Van de 12 bemanningsleden van de drie pantserauto’s sneuvelen er twee ter plekke, de meeste anderen zijn zwaargewond. Konjoechi 2 juli 1917 is het zwaarste debacle voor het ACM-korps tijdens zijn tweejarige campagne aan het Galicisch front.

    ©Jan Van de Vel

    Belgische ACM-batterij uitgeschakeld door de Oostenrijkse artillerie in Konjoechi op 2 juli 1917

    De vroege ochtend van 6 juni 1917 gaat een andere gevechtbatterij van het ACM in de aanval in de Konjoechi-sector. De bekendste ACM-Belg, worstelkampioen Constant le Marin, rukt op in een kolossale Russische Fiat-pantserwagen.

    Hij breekt door het prikkeldraad voor de vijandelijke stelling, maar de Russische pantserplaat is niet bestand tegen het Oostenrijks mitrailleurvuur.

    ACM-chauffeur Godefroid blijft dodelijk getroffen achter in de wagen. Constant le Marin kan nog een eind wegkruipen. Met veel moeite slepen enkele ter hulp gesnelde ACM’ers de zwaargewonde worstelkampioen, die 120 kilo weegt en vijf kogels in zijn lijf heeft, naar de Russische loopgraaf.

    Hij zal het overleven, maar voor hem is de oorlog voorbij, begin januari 1918 wordt hij na revalidatie in Kiev gerepatrieerd

    Constant le Marin en collega's bij een Russische pantserwagen

    Het Kerenski-offensief is op een catastrofe uitgedraaid. In de zuidelijke frontsector aan de voet van de Karpaten heeft het Russische Achtste Leger onder generaal Kornilov de eerste dagen van juli een belangrijke doorbraak geforceerd in de Oostenrijkse linies.

    Die opmars van Kornilov haalt niets uit omdat het Duitse Südarmee in de centrale frontsector standhoudt en de vooruitgeschoven Russische troepen ingesloten dreigen te raken.

    Kornilov is een officier van de oude tsaristische stempel. Hij heeft op 18 juli Broesilov vervangen als opperbevel-hebber en dringt er bij Kerenski op aan dat de discipline in het leger wordt hersteld. Desnoods door het fusilleren van deserteurs en rode agitatoren.

    Russische troepen slaan massaal op de vlucht

    Maar de vijandelijke opmars is niet tegen te houden. Op 21 juli, de Belgische nationale feestdag, is er groot alarm in Tarnopol, de vijand rukt op naar de stad.

    Een Belgische gevechtsbatterij onder luitenant Van der Donckt krijgt het bevel zich aan te sluiten bij Russische troepen die de aftocht moeten dekken. Hij heeft ook het bevel meegekregen te schieten op Russische deserteurs.Dat gaat de Belgische luitenant te ver: er zijn duizenden deserteurs, het grootste deel van het Russische leger is op de vlucht.

    Van der Donckt ziet dat de ruiters, de kozakken, van de Wilde Divisie wél zonder pardon deserteurs executeren. Die vervaarlijke cavaleristen in Russische dienst zijn o.a. Tsjetsjeense huurlingen uit de Kaukasus, die Joodse dorpen plunderen en uitmoorden tijdens de chaotische terugtocht van het Russisch leger.

    Een ACM-Belg tussen kozakken van de Wilde Divisie tijdens de terugtocht, juli 1917

    De 21ste juli zijn Konjoechi en Zborov gevallen, Duitse vliegtuigen gooien brandbommen op Tarnopol. Daar breekt paniek uit. De ACM-Belgen, die in de stad zijn gelegerd, kijken verbijsterd toe hoe Russische stafoffcieren meteen op de vlucht slaan. Ook de ACM-colonne begeeft zich op weg naar het oosten.

    Het is terug naar af, ook voor het Galicische oorlogsfront. Na drie jaar massaslachting met honderdduizenden doden loopt de frontlijn opnieuw langs de rivier Zbroetsj, de oude vooroorlogse Russisch-Oostenrijkse grens.

    Het Kerensky-offensief in de zomer van 1917 was de laatste stuiptrekking van het Russisch leger onder de Voorlopige Regering. De hete herfst die volgt, brengt het sovjetregime aan de macht na de staatsgreep van Lenins bolsjewieken, de zogenaamde Oktoberrevolutie.

    Het Duitse leger trekt Tarnopol binnen, eind juli 1917

    Duitse troepen paraderen in Tarnopol voor de Oostenrijks-Hongaarse keizer Karel 1 op 30 juli 1917

    De blik van Weense satirische tijdschriften op Kerenski. Rechts moedigen de Geallieerden hem aan om toch maar uit de loopgraaf te kijken, al kijkt hij bezorgd achteruit op de tsaar, die over de oorlog is gestruikeld (Kikeriki, 15 juli 1917). Links prijst de Britse premier Lloyd George Kerenski tijdens het offensief: "Je hebt het goed gedaan, morgen krijg je geld en een nieuw voorschot"  (Wiener Caricaturen, 20 juli 1917)