Meest recent

    De Tour even in ons land: het circus, de gekken, de helden

    Drie dagen Tour. Drie dagen circus. Drie dagen renners, al heb ik hen amper gezien. Té veraf en té snel voorbijgeflitst. Drie dagen kijklustigen. Met hopen. Of het nu Duitsland is, of België of Frankrijk zelf, de Tour blijft een magneet, een hit, een voltreffer.

    Düsseldorf

    Stad in Nordrhein-Westfalen, het westen van Duitsland, niet eens zo ver van ons land. Niet de meest sexy stad van de planeet, enkele moderniteiten en grote hallen, een grote boulevard, de Königsallee. Ze vergelijken het graag met de Champs Elysées, laat ons zeggen dat het inderdaad een uit de kluiten gewassen winkelstraat is.

    De individuele tijdrit, waarmee de Tour opent, loopt onder meer langs hier. Vanuit het noorden, aan de Messe, de expohallen, zeg maar, komen de renners. Zoevend en in volle vaart, langs de Rijn, de moderne stad in, de al bij al gezellige Altstadt vermijdend en zo terug. Regen, miezer en koude wind, het pijnigt lijf en leden van renners en toeschouwers. Gerraint Thomas wint.

    De Duitsers keken toe, maar echt wild leken ze me niet te worden, op enkele passages van landgenoten na. Het Duitse wielrennen is post-Ullrich bezwaard geraakt en klautert uit het dal. Dankzij Tony Martin, Marcel Kittel en André Greipel. Stilaan. Beetje bij beetje. Umsonst. Maar de hervonden liefde is pril.

    Düsseldorf sloot af met de plaatselijke helden: de heren van Kraftwerk speelden in Ehrenhof, het park aan de Rijn. Elektro, bliepjes en synthesizerklank, voor een uitverkocht park. Die vier gaan langer in de herinnering blijven dan de Tour. Al heeft “La Grande Boucle” wel degelijk zieltjes gewonnen.

    (Lees verder onder de foto's)

    Luik

    Vurige stede. Eerder al vaker gaststad van de Tour. Anders dan rond het klassieke Parc d’Avroy is het nu aan de boorden van de Maas te doen. De Quai des Ardennes. Lang, rechtlijnig, al bij al, de ideale laatste anderhalve kilometer voor een opgefokt peloton dat de winst najaagt. Vijf uur voor de aankomst staan het al vol koersliefhebbers, veel Vlamingen trouwens, die Gilbert, Van Avermaet of wie weet zelfs nog liever Sagan willen zien winnen.

    Luik wordt pas laat wakker eigenlijk, maar langzaamaan stroomt de stad, de kaai, de rechte lijn, de zone van de waarheid vol. Kittel springt, bromt, gromt en buffelt zich naar voor. Klopt de andere favorieten, onder wie Sagan die zich wat knullig liet insluiten. De Tour was er weer. De reclamekaravaan heeft de petjes, de pennen, de snoepjes en de koekjes uitgedeeld. Grijpgrage en graaiende vingers. Even willend en gewillig als de koersfans die de Tour als een zoete nectar hebben geproefd en ingelepeld. Meer dan 1 miljoen koppen langs het parcours, wordt gezegd en geteld. Geen kleine koers, die Tour.

    (Lees verder onder de foto's)

    Verviers

    Stad aan de Vesder, verloren gegane textielglorie, ingedommeld en wat grauw. Helaas vooral bekend door een inval twee jaar geleden waarbij twee IS-sympathisanten werden neergeknald. Zonder pardon. In de stationsbuurt. Diezelfde buurt waar nu de Tour start.

    De reclamekaravaan maakt kabaal en raast door de oren, een carnavalstoet in de Oostkantons is niet veraf. Ook hier weer graaien armen naar wat de karavaan uitkotst. Commerce als glijmiddel, tijdverdrijf vooraleer de helden van de fiets zich vertonen. Om dan weg te stuiven, richting Spa-Franchorchamps, richting Vielsalm, richting Luxemburg, richting Frankrijk. Weg van België, weg van de eerste dagen. Ook zonder pardon.

    Ik heb show gezien. Circus. Nu en dan eens een renner. Veel enthousiasme. Veel volk. De Tour blijft lokken en verlokken. Zoals Gentenaar Guy me in de straten van Verviers -kort door de bocht- zei: “Hoe meer doping ze nemen, hoe meer volk erop af komt.” En nog: “Vijf uur wachten aan de meet, ze doen dat. Helemaal gek, maar ze zijn getikketakt om het te doen”. De Tour is gek. Dol. Crazy. Fou. Opium voor het volk bijna. En het moet eigenlijk nog allemaal écht beginnen.