Meest recent

    Jongeren worden te weinig voorbereid op hoger onderwijs - Abdelkarim Bellafkih

    Er is een te groot cultuurverschil tussen het secundair onderwijs en een hogere opleiding. Jongeren worden hierop onvoldoende voorbereid, stelt de auteur. Een duidelijkere link tussen secundaire afstudeerrichtingen, hogere opleidingen en het werkveld is nodig.
    opinie
    Opinie

    Abdelkarim Bellafkih is projectingenieur, oprichter van Free Hand, een vereniging die jongeren wil ondersteunen, en voorzitter van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen.

    Het schooljaar zit er weer op, de grote vakantie is begonnen. Vele jongeren hebben leuke vooruitzichten, want de zomer brengt zon, zee, strand en - achteraf gezien - hele leuke herinneringen met zich mee. Toch zitten vele jongeren nog met een knoop die ze moeten doorhakken: wat nu, na het middelbaar?

    Nadenken over de eigen toekomst

    Ik wist zelf al vrij vroeg wat ik wou gaan studeren en heb mij in de derde graad van het secundair onderwijs al geheroriënteerd om een goede basis te hebben: ik wilde ingenieur worden. Maar niet alle jongeren weten het al zo vroeg, vaak is men onvoldoende voorbereid op wat komen zal. Jongeren weten wel hoe een hogere opleiding gestructureerd is (bachelor - masterstructuur).

    Ze weten meestal ook wat je effectief kan worden met een bepaald diploma. Ze weten echter niet wat ze zelf graag zouden willen doen, welke job ze zelf graag zouden willen uitoefenen. Reflecteren over de eigen toekomst, daar wordt men niet voldoende op voorbereid.

    De universiteiten en hogescholen proberen hun instromers te begeleiden om met een sterkere bagage aan hun eerste jaar te beginnen. Op de Karel De Grote Hogeschool in Antwerpen wordt een zomerschool georganiseerd en aan de Vrije Universiteit te Brussel kan je voor bepaalde studierichtingen al een voorkennistest afleggen om beter voorbereid te zijn aan de start van de hogere studies.

    Slaagkansen verhogen

    Het doel van deze initiatieven is om de slaagkans of doorstroom te verhogen. Dit is een nobel doel, maar het houdt te weinig rekening met de talenten en interesses van jongeren. Bovendien zorgt het vrijblijvend karakter van zo'n initiatieven dat een bepaalde doelgroep, laat ons zeggen toch wel een sterkere, er vooral baat bij heeft. Voor die andere groep is het eigenlijk dan al te laat.

    Deze initiatieven moeten zeker blijven bestaan en er mag nog meer op ingezet worden. Maar jongeren zouden vroeger, best vanaf het eerste jaar van de derde graad al moeten begeleid worden in hun oriëntatieproces.

    Door te leren vertrekken vanuit de eigen talenten en competenties en dit te linken aan “wat kan ik hiermee worden” en “voel ik mij daar goed bij”, kunnen jongeren vroeger beginnen met het bewust maken van een geïnformeerde beslissing. Het is niet zo dat iemand die zeer goed uit het hoofd kan leren, moet gaan voor een opleiding geneeskunde of rechten. Neen, makkelijk uit het hoofd kunnen leren is een talent en een troef maar vooral het willen werken als arts of advocaat moet de trigger zijn om voor die specifieke opleiding te gaan.

    Groot cultuurverschil

    Tijdens dit begeleidingsproces maken studenten best ook al kennis met de cultuur die er heerst binnen instellingen voor hogere opleidingen. De culturele kloof bij de overgang naar hogere studies is nu nog veel te groot. Van een structuur waarbij het handje nog te veel, te lang wordt vastgehouden en waar de leerkracht dicteert wat er in de agenda moet komen te staan, komt een student na drie maanden van ontspanning in een structuur waarbij hij/zij het zelf maar moet uitzoeken.

    Naast het niveauverschil en het tempo waarmee informatie verwerkt wordt, krijgt de student ook nog een pakketje leerkrediet mee. Als men tijdens de opleiding moeilijkheden moest ondervinden met een opleidingsonderdeel, geen nood want aan het begin van een hoger opleiding krijg je ook nog wat tolerantiepunten mee. Een student zou voor minder stresseren na het inschrijven aan en hogeschool of universiteit.

    Een duidelijkere link tussen secundaire afstudeerrichtingen, hogere opleidingen en het werkveld is nodig om van het in-, door- en uitstroomverhaal van hogere instellingen een succes te maken. Het flexibeler maken van de derde graad van het secundair onderwijs naar een systeem waarbij men ook al met studie- en tolerantiepunten werkt, zal de overgang voor heel wat studenten die willen verder studeren verkleinen. Met deze aanpassingen zouden meer studenten de zomervakantie kunnen invliegen met duidelijke(re) vooruitzichten naar wat komen zal.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.