Meest recent

    Roetfilterfraude: wie is er verantwoordelijk?

    Dat er iets foutloopt in deze zaak rond de roetfilter, is duidelijk. Maar wie is nu echt schuldig? We sommen alle partijen op en bekijken wie wat mispeutert. En we ontdekken dat niemand echt vrijuit gaat.

    Wij

    In de eerste instantie zijn het wij, de eigenaars van de dieselauto’s, die verantwoordelijk zijn voor dit misbruik. Wij zelf vragen om de roetfilters weg te halen uit onze auto’s. Omdat alternatieven te veel kosten. En over de gevolgen voor onze gezondheid niet wakker liggen. En dus organiseren we onze eigen kleine dieselgate. Sluipend, overal verborgen in alle Europese lidstaten. Maar als je alles bij elkaar telt kom je aan een verrassend cijfer van ruim een miljoen gemanipuleerde of slecht diesels. En dat terwijl fijnstof en roet tekenen voor jaarlijks 2.500 voortijdige overlijdens in ons land en meer dan 450.000 in Europa.

    De garages en constructeurs

    Maar ook de garages die de service aanbieden, hebben natuurlijk een zware verantwoordelijkheid: ze lokken klanten met lage prijzen, soms misleidende informatie, en laten het vaak blauw-blauw of een roetfilter nu wel zo goed is tegen de luchtvervuiling. Ook de constructeurs hebben een verantwoordelijkheid: waarom is een nieuwe roetfilter zo duur? Waarom wordt schoonmaken niet meer gepromoot? De officiële dealers zullen nooit sjoemelen, maar kiezen nogal es voor nieuwe dure filters. Een argument dat de sjoemelende garages wat graag uitspelen. Vooral omdat de keuring gewoon het verschil niet ziet tussen een peperdure nieuwe filter en geen filter.

    De keuring

    Want tot nog toe heeft onze keuring niets concreets kunnen doen om deze fraude aan te pakken. Hoewel ze wel zouden willen. Volgens experts loopt de keuring 16 tot 17 jaar achterop. Zelf erkennen ze dat dat minstens 10 jaar is.

    En niet alleen bij ons is dat zo: in zowat alle andere Europese landen blijft het wachten op concrete acties. Nochtans zijn de keuringsinstanties perfect op de hoogte van het misbruik én zijn ze dus vragende partij om de achterhaalde roettest te verscherpen. Twee jaar geleden, in september 2015, publiceerden keuringsinstanties uit 6 Europese landen, waaronder ook GOCA België, een uitgebreide studie over hun falende roettesten, het zogenaamde SET-rapport (omschreven als het grootste emissie-project voor voertuigen in Europa: meer dan 3000 auto’s werden getest, waaronder 1654 diesels).

    Ze erkenden dat ze jaren achterop liepen, stelden aan Europa voor om tot 7,5 maal scherper te mogen meten en de boordcomputers systematisch uit te lezen, zodat ze in staat zouden zijn tenminste toch de uitstoot van auto’s van tien jaar (10!) oud correct te meten.

    In de SET-studie komen ook de misbruiken aan bod. Eén van die wijdverbreide misbruiken die in alle zes landen werd vastgesteld is… het verwijderen van roetfilters. Het eindrapport beschrijft exact de praktijken die wij hebben gezien: openslijpen van de behuizing, weghalen van de roetfilters, dichtlassen en herprogrammeren van de computers. Het rapport werd vlak voor het dieselgate-schandaal voorgesteld aan Europa.

    Europa

    Maar de Europese instanties hebben tot nog toe niets gedaan met het SET-rapport. Europa is in heel het verhaal opvallend afwezig. Zo is het merkwaardig dat het wijdverbreide misbruik van het weghalen van roetfilters totaal is ontsnapt aan de Europese dieselgatecommissie: in haar eindrapport van ca. 100 bladzijden staat het woord roetfilter (of dpf: diesel particle filter) exact 2 maal vermeld. 2 maal. Om uit te leggen wat zo’n filter doet. Maar over manipulaties of weghalen van filters: geen woord.

    Sterker nog: de Europese wetgeving laat het blijkbaar zelfs toe dat roetfilters worden weggehaald want die is “technologieneutraal: de roetfilter is niet verplicht, maar is de facto enige manier waarop autoconstructeurs de Euro-normen kunnen halen voor dieselwagens. Een roetfilter verwijderen is dus niet in strijd met Europese wet. Maar: het gemanipuleerde voertuig “beantwoordt dan niet meer aan de “typegoedkeuring” die werd afgeleverd. En het zijn de lidstaten die bevoegd zijn om te controleren of auto’s die rondrijden nog beantwoorden aan de kenmerken van de typegoedkeuring.”

    Simpel gezegd: een roetfilter weghalen mag van Europa. Maar de modernere dieselauto’s (in praktijk sinds 2011) halen dan de scherpere Europese uitstootnormen niet meer. Auto’s met een verwijderde roetfilter stoten namelijk tot 90, 95% meer roet en fijnstof uit dan de niet-gemanipuleerde auto’s. En zij voldoen ook niet meer aan de technische goedkeuring die de lidstaten geven. Europa kaatst de bal met andere woorden gewoon terug naar de lidstaten.

    De lidstaten, onze gewesten, Vlaanderen

    Maar de individuele lidstaten geven bijna nooit thuis. Sommige (vooral in Oost-Europa) sluiten zelfs gewoon de ogen voor het probleem. Want de meeste keuringsinstanties zijn dus wel degelijk vragende partij om scherper te mogen controleren. Maar bijna geen enkele overheid heeft daar tot nog toe iets concreets aan veranderd. Er is gewoon geen wetgevend kader. Onze eigen Vlaamse overheid is een mooi voorbeeld: er is nooit een ingreep gedaan om de roettest te verscherpen. Dat leidt tot ronduit absurde toestanden. Zo is het duidelijk hoorbaar wanneer een roetfilter is weggehaald: even kloppen op de behuizing en je hoort dat die hol klinkt. Maar zelfs als de inspectie dat zou doen is ze blijkbaar niet in staat om in te grijpen, omdat er geen wetgevend kader is om het gesjoemel met roetfilters aan te pakken.

    Maar in de ons omringende landen is het niet veel beter. Bij de meeste lidstaten blijft het bij ronkende verklaringen: we zullen de keuring verscherpen. Maar hoe ze dat gaan doen, is nergens duidelijk. In Nederland bijvoorbeeld, waar de overheid echt wel probeert iets aan het misbruik te doen, zit het dossier momenteel muurvast. De Nederlandse keuringsinstanties stelden vast dat ze niet in staat waren de sjoemelende dieseleigenaars op te sporen. Het wettelijke verbod op het verwijderen van roetfilters kon niet worden gecontroleerd of gehandhaafd. En dus werd het verbod door de Nederlandse overheid gewoon… afgeschaft. De Nederlandse overheid wilde namelijk schoon schip maken in het kluwen aan niet-afdwingbare wetten die in de loop der tijden waren ontstaan. En dus gooide ze een hele hoop van die wetten weg. Daarbij per ongeluk ook de bestraffing voor het verwijderen van roetfilters. Die bestraffing en dat verbod kunnen alleen maar opnieuw ingevoerd worden als ze ook effectief kunnen worden gecontroleerd, met nieuwere technologie. Maar de Nederlandse keuringsinstanties zitten met de handen in het haar: ze beschikken niet over de apparatuur om de sjoemelaars op te sporen. De Nederlandse keuring leest -in tegenstelling tot Belgische- ook de boordcomputers van de auto’s uit. Maar ze heeft intussen ontdekt dat de sjoemelaars ook de software manipuleren. Waardoor het onmogelijk wordt om op de boordcomputers te zien of er met de roetfilters is geprutst. Dat kan eigenlijk alleen met emissiemeters. En die zijn er dus niet. Dus is het weghalen van roetfilters in Nederland tot nader order een wettelijk toegelaten praktijk

    Maar het kan nog erger: er zijn ook lidstaten waar het gesjoemel met de roetfilters helemaal niet door de overheid is opgemerkt, geen onderwerp is van een publiek debat en er dus ook geen urgentie bestaat om iets te doen. Jammer genoeg behoren Vlaanderen, Brussel en Wallonië tot die laatste groep. De inspectie van auto’s is namelijk een bevoegdheid van de gewesten. En uitlezen van computers is er in Vlaanderen, Wallonië en Brussel bij de gewone inspectie helemaal niet bij. Het blijft voorlopig bij een totaal achterhaalde roettest, die al minimaal tien jaar niet meer in staat is de almaar strengere Europese uitstootnormen te meten.

    Het is op te lossen

    Er is eigenlijk maar één echte oplossing om een weggehaalde roetfilter te ontdekken: een uitstoottest die écht het aantal roetdeeltjes kan meten. Momenteel onderzoekt onze keuring of ze hypermoderne, snelle en heel krachtige roetpartikelmeters of emissiemeters kan inzetten. Die tellen effectief het aantal uitgestoten roetdeeltjes per m³ lucht. Deze apparaten zijn het ultieme middel om te controleren of er roetfilters zijn weggehaald en de dieselauto’s echt nog aan hun uitstootnormen voldoen. Maar die metertjes zijn helaas nog niet op de markt. Dus blijft het voorlopig behelpen met de huidige test. Die meet geen roet, maar is gewoon optisch. Hij ziet hoe zwart de uitgestoten roetwolk van de geteste auto is. En alleen wanneer die rook heel erg zwart is, wordt je auto afgekeurd en moet je nog eens terugkomen voor een herkeuring. De oplossing is meestal vrij eenvoudig: eens stevig gas geven bij een hoog toerental, zodat de meeste vastgekoekte roet wordt uitgespuwd. Of een additief aan je diesel toevoegen zodat de rook gewoon witter wordt. Je stoot dan niet één roetdeeltje minder uit. Maar de keuring ziet het gewoon niet.

    Het blijft dus wachten op performante en goedkope meetapparatuur. Want de nieuwe emissiemeters zullen de roettest duurder maken. Die kost momenteel 11,70 euro. Hoeveel er zou bijkomen is niet bekend. Maar de keuringsinstanties argumenteren dat de baten de kosten ruimschoots zullen overschrijden. Als we té vervuilende diesels of diesels zonder roetfilter effectief van de weg zouden kunnen halen, zou dat 8 tot 13 maal meer winst opleveren voor de samenleving dan de investering in betere tests. Een andere optie zijn onverwachte controles waarbij mobiele teams auto’s willekeurig van de weg halen en hun uitstoot meten. Het plan lag op tafel bij de Europese dieselgatecommissie, maar is uiteindelijk afgevoerd.

    En dus blijft het hele Europese beleid en dat van de lidstaten rond de roet- en fijnstofuitstoot van dieselauto’s tot nader order een papieren tijger: veel eisen en beloften op schrift, maar in de praktijk geen enkele controle meer. Het is alsof een overheid zegt: “Vanaf nu mag u nog maximaal 120 kilometer per uur op onze autowegen rijden. Maar weet wel dat we dat onmogelijk kunnen controleren. Want onze meetapparatuur is tien jaar verouderd en flitst u pas als u meer dan 220 kilometer per uur rijdt.” Wat doen we dan? Juist. We geven gas. Tot we stikken in de smog.