Meest recent

    Waarom worstelen de VS en China om de "Zuid-Chinese Zee"?

    De voorbije maanden zijn er steeds meer incidenten tussen vliegtuigen en schepen van de Verenigde Staten en China in de Zuid-Chinese Zee toegenomen. Ook de oeverstaten en Japan, Australië en zelfs India lijken zich te mengen in een dispuut over wat niet meer zijn dan atollen en riffen die een beetje boven het water uitsteken. En toch zijn die belangrijk.

    "Het conflict in de Zuid-Chinese Zee is het grootste geopolitieke risico van onze tijd", zo schreef de economist Nuriel Roubini enkele jaren geleden. Roubini kent u misschien als de man die de financiële crisis van 2008 voorspelde; het gaat dus over meer dan toogpraat.

    1. Meer dan atollen, riffen en lijnen op kaarten

    Vreemd, want de discussie gaat over nauwelijks of niet bewoonbare eilandjes, atollen en riffen die soms slechts enkele meter boven zee uitsteken. Historisch vond niemand ze de moeite waard om ze te claimen. Pas de voorbije decennia werd dat een probleem toen de pas onafhankelijke staten zich in de regio profileerden. 

    Strikt genomen gaat het om twee grote groepen van eilandjes en atollen. De eerste, de Paraceleilanden, behoorden tot 1974 toe aan Zuid-Vietnam. In de nadagen van de oorlog in Vietnam veroverde China die eilanden, tot grote woede van "bondgenoot", het communistische Noord-Vietnam, dat kort daarop heel Vietnam herenigde, maar de Paraceleilanden niet terug kreeg.

    De andere groep, de Spratlys, liggen meer naar het zuiden tot vlak voor de kusten van de Filipijnen, Maleisië, het sultanaat Brunei en ook Vietnam eist er een aantal van op. Over die Spratlys draait het conflict veelal, want China heeft er daar sinds de jaren 90 een aantal van ingenomen en heeft er vliegvelden, gebouwen en structuren aangelegd, veelal nadat de eilanden door baggeraars waren opgespoten om ze boven het water uit te krijgen. 

    2. De hamvraag: van wie zijn die eilandjes?

    China claimt al die eilandjes op basis van een kaart uit 1947, toen nog opgesteld onder de nationalistische president Chiang Kai-shek. Als mede-overwinnaar van de Tweede Wereldoorlog hoopte die toen om een groot deel van het verloren Japanse koloniale imperium in de Stille Oceaan en Zuidoost-Azië in te pikken. Net daarom eist ook Taiwan die eilandjes op. Taiwan heeft er zelfs één van, Itu Taba, militair versterkt.

    Communistisch China maakte die claims eerst niet hard, maar sinds de jaren 90 doet Peking dat wel en met steeds meer machtsvertoon. Het probleem is dat die Chinese "grenslijn" tot vlak voor de kust van de Filipijnen, Brunei en Maleisië loopt en dus de rechten van die landen schendt. Net als Vietnam eisen die landen een groot deel van die zee en de eilandjes erin op.

    3. Internationaal zeerecht botst met Chinese claims

    Vorig jaar boekten de Filipijnen voor een VN-gerechtshof in Den Haag een belangrijke overwinning toen dat hof de Chinese claims op de "Zuid-Chinese Zee" of "West-Filipijnse Zee" -hoe u het bekijkt- totaal afwees. 

    Dat hof baseerde zich op UNCLOS (United Nations Convention on the Laws of the Sea), de zeerechtconventie van de VN uit 1982 die ook door China ondertekend werd. Die conventie geeft oeverstaten het recht op een "exclusieve economische zone" of EEZ tot maximaal 200 zeemijl in zee. Dat geldt op het ontginnen van bodemrijkdommen zoals gas, olie of mineralen in de zeebodem. Ook Vietnam, Brunei en Maleisië beroepen zich op de UNCLOS om hun eisen volkenrechtelijk kracht bij te zetten. Opvallend daarbij is dat het Chinese vasteland wel veel verder van de Spratlys liggen dan de andere oeverstaten. (Lees verder onder de kaart).

    4. Waarom is de Zuid-Chinese Zee zo belangrijk?

    Wie de eilandjes kan claimen, kan volgens de VN-zeerechtconventie dus ook de onderzeese bodemrijkdommen in de omgeving opeisen. Opvallend daarbij is dat het Chinese vasteland veel verder van de Spratly-eilandjes ligt dan de kustlijn van de andere oeverstaten. Omdat Peking vindt dat het die eilandjes bezit, zou dat argument dan wegvallen en zou China zijn invloed veel verder zuidwaarts kunnen projecteren.

    Nog belangrijker: door de Zuid-Chinese Zee en omliggende zeestraten lopen sommige van de belangrijkste scheepvaart- en handelsroutes ter wereld. De levenslijn met olie en gas vanuit het Midden-Oosten naar industriemachten als Japan, Zuid-Korea en China gaat via de Straat van Malakka door die zee. Hetzelfde geldt voor de scheepvaart tussen de Indische en de Stille Oceaan en het handelsverkeer tussen Noordoost-Azië en die andere industriële en grondstoffengrootmacht Australië. 

    Nog iets: als je weet dat Zuidoost-Azië de economisch snelst groeiende regio ter wereld is, dan is die regio op zich al belangrijk genoeg om er invloed uit te oefenen, zeker nu veel productie zich vanuit China verplaatst naar die landen die veelal goedkoper werken.

    5. Waarom mengen de VS en andere grootmachten zich?

    Enkel en alleen vormen de landen van Zuidoost-Azië geen partij voor China, ook al omdat ze er soms economisch erg afhankelijk van zijn. Toch weten die landen dat ze niet alleen staan.

    De Verenigde Staten zijn al sinds 1945 militair aanwezig in de regio en dat is ook na de Vietnamoorlog niet veranderd. Officieel moeit de VS zich niet in het conflict, maar in de praktijk counteren VS-vliegtuigen en marineschepen de Chinese aanwezigheid. De VS staan al eeuwen op het oude principe van "vrije doorvaart voor de scheepvaart", iets waar Washington -ongeacht welke president- een conflict voor over heeft.

    De VS doet dat van oudsher samen met Australië, maar ook Japan is de voorbije jaren uitdrukkelijk alsmaar meer militair aanwezig in de Zuid-Chinese Zee. Samen vormen die drie en opsteker tegen Chinese bemoeienis, zeker nu ook India af en toe de neus aan het raam komt steken, want ook Delhi heeft grote en oude belangen in Zuidoost-Azië.

    6. Kans op een oorlog? Volgens Thucydides wel

    Een conflict is nog geen oorlog, maar de belangen zijn wel erg hoog en het Chinese regime zet ook hoog in, onder meer door met propaganda de nationale trots en het "patriottisme" bij de bevolking op te kloppen.

    China is een groeiende militaire macht, maar wie op een kaart kijkt, ziet dat die vooral op het vasteland zit en om zee wat ingesloten lijkt door -van noord naar zuid- Japan met Okinawa, Taiwan, de Filipijnen, Maleisië en Indonesië. De toegang voor de Chinese marine naar de Stille Oceaan en de Indische Oceaan is erg nauw en Chinese atoomonderzeeërs -die een basis hebben op het zuidelijke eiland Hainan- moeten dan door nauwe en ondiepe zeestraten manoevreren wat hen kwetsbaar maakt in geval van oorlog.

    De enige en zelfs nog beperkte uitweg is via de diepere Zuid-Chinese Zee in het zuiden, een omweg die ook vlak naast de Filipijnen moet gebeuren. Vijandelijke zeemachten zouden China zou vast kunnen zetten of tenminste flink hinderen. Dat geografisch nadeel zou de as VS-Japan-Australië een stevige troefkaart geven.

    Hoe dan ook vrezen velen voor de "val van Thucydides", de Griekse historicus die de Peloponesische Oorlog beschreef. Zijn stelling dat de opkomst van een nieuwe grootmacht meestal leidt tot een oorlog met de bestaande hegemoon, (China tegenover de VS in dit geval) lijkt weinig hoopgevend, maar de geschiedenis leert dat dat niet altijd het geval hoeft te zijn. Kwestie van het hoofd koel te houden in Washington en in Peking.