Meest recent

    Stank voor dank - Louis van Dievel

    Louis van Dievel, schrijver en gewezen journalist bij VRT Nieuws, kijkt elke woensdagnamiddag met zijn eigenzinnige blik naar mens en maatschappij.

    Ik zat op de trein met een groepje jongelieden die op de terugweg waren van Rock Werchter. Dat viel niet alleen op te maken uit de polsbandjes, de slaap- en rugzakken, de slordig opgevouwen tentjes en de modderschoenen, maar vooral uit de geur die uit de jongens en meisjes opsteeg, een onmiskenbare festivalgeur.

    Een boeket van lijfgeur, vuile kleren, vocht, schimmel, alcoholische dranken, frituurvet en diverse substanties van duidelijke en minder duidelijke herkomst. Het gezelschap was vermoeid, er werd amper gesproken. Meer nog, na drie stopplaatsen waren mijn jonge medereizigers tegen elkaar leunend in slaap gevallen. De jongste onder hen - een meisje van zestien, zeventien, denk ik, maar wat weet ik nog van leeftijden - produceerde een on-meisjesachtig gesnurk dat grote hilariteit veroorzaakte bij de andere reizigers in de treincoupé, voornamelijk jongbejaarden zoals ikzelf.

    Lelijke hemden en soepjurken

    Ik had luidop willen vragen wie van hen ooit Rock Werchter, of nog verder in de tijd, Rock Torhout-Werchter of zelfs het Woodland Festival had bijgewoond, in zijn of haar jeugd. Een blik op de kale hoofden, de buiken, de vetplooien en de oud-modische zomerkleren weerhield mij. Ze zagen er eerder uit als braderijbezoekers.

    Hoewel, ik heb geleerd om nooit - of zo weinig mogelijk - af te gaan op het uiterlijk van mensen. First impressions often lie, zeggen de Engelsen. Op een concert van de legendarische groep Yes in het Antwerpse sportpaleis wemelde het jaren geleden van de lelijke hemden en fout gestreepte polo's, van de soepjurken en de terlenka broeken, terwijl de dragers ervan tijdens het concert vervaarlijk uit de bol gingen.

    Rock in het radionieuws

    Op Facebook verschenen deze dagen foto's van de line-up van het rockfestival in 1977, en van de toegangskaartjes uit die verre tijd, vergezeld van luid digitaal borstgeklop: "Ik was er toen al bij! En gij?" Onder meer Dr. Feelgood, Jan Akkerman en Philip Catherine maakten toen het mooie weer in Torhout en Werchter. Mijn eerste bezoek dateert pas van 1980, toen de Kinks Rock Werchter tijdens een geweldig onweer het festival op fantastische wijze afsloten. Ik hield er een bronchitis aan over, naast veel goede herinneringen.

    En in 1984 - ik werkte toen al enkele jaren bij de radioredactie - slaagde ik erin het rockfestival in het radionieuws binnen te smokkelen, én er te houden. Wat niet voor de hand lag want de oudere generatie journalisten keek neer op rockmuziek en jeugdcultuur. Kijk nu. Ik hield ermee op na 1990, toen ik bij televisie werkte, en ik te maken kreeg met de grillen van sterren en managers en organisatoren. Het plezier was er af.

    Met de kroost naar Rock Werchter

    Maar alles komt terug. En dus wilde ook mijn kroost naar Rock Werchter, dat inmiddels Torhout als een leproos had verstoten. De eerste keer ging ik nog mee met dochterlief naar Werchter, viel op de wei in slaap tijdens het concert van Tori Amos en werd wakker met een vuurrood verbrand gezicht. Wijselijk beperkte ik mijn rol van bezorgde vader de volgende jaren tot het wegbrengen van kroost & friends naar de festivalcamping, want Rock Werchter was inmiddels uitgegroeid tot een meerdaags festival. En ik probeerde mij geen zorgen te maken over wat er zich allemaal in en rond die tentjes afspeelde. Dat was moeilijk, ik geef het grif toe.

    Kletsnat en doorweekt

    Mijn laatste wapenfeit dateert inmiddels van vele jaren geleden. Ik was aan het werk op de redactie in Brussel. Mijn telefoon ging. Het was dochterlief. Of ik haar en haar vriendin asjeblief wilde komen halen want het had dagen na elkaar geregend en alles was kletsnat, de kleren, de spullen, de tent, alles was doorweekt.

    Het duurde even voor ik alle nadarafsluitingen richting camping 4 kon passeren en ik moest ook tegen de stroom vertrekkers inrijden, stapvoets, wel te verstaan. En daar stonden ze mij zo nat als natte kiekens en miserabel kijkend op te wachten. We pakten de tent bij de hoeken vast, vouwden ze slordig op met alles wat er nog in zat en deponeerden het stoffelijk overschot in de autokoffer. De meisjes namen plaats op de achterbank. Algauw verspreidde zich een odeur met een boeket van lijfgeur, vuile kleren, vocht, schimmel, alcoholische dranken, frituurvet en diverse substanties van duidelijke en minder duidelijke herkomst.

    Het duurde geen half uur of de gesprekken op de achterbank vielen stil en in de achteruitkijkspiegel zag ik hoe de twee festivalgangers tegen elkaar geleund in slaap waren gevallen. Of er ook gesnurkt werd, kan ik me niet meer herinneren.

    lees ook