Meest recent

    Ouderen in serviceflats kunnen voortaan thuis nazorg krijgen

    Ouderen die in een serviceflat wonen en na een ziekenhuisopname nog nazorg nodig hebben, hoeven niet meer tijdelijk naar het rusthuis. Ze kunnen in hun eigen flat voor een kortere periode intensieve hulp krijgen. Dat heeft minister van welzijn Vandeurzen beslist na enkele succesvolle proefprojecten.

    Ouderen moeten na een ziekte of ongeval vaak snel het ziekenhuis verlaten voor ze helemaal genezen zijn. Ze zijn niet zelfstandig genoeg en hebben "nazorg" nodig. Die nazorg konden ze tot nog toe niet krijgen in hun assistentiewoning of serviceflat. Ze moesten dus noodgedwongen overschakelen naar kortverblijf in het rusthuis, maar daar zijn ze vaak bang voor.

    Voortaan kunnen ze wel vragen om die nazorg bij hen thuis (in de assistentiewoning) te krijgen. Dat systeem is eerst uitgeprobeerd met pilootprojecten en wordt nu de nieuwe regel. Meestal zullen de ouderen hulp krijgen vanuit een nabijgelegen woonzorgcentrum.

    Het verhaal van Rie en Karel

    Rie Vandevoorde had de kans om deel te nemen aan het pilootproject. Ze woonde samen met haar man Karel in een serviceflat. In de zomer van 2014 kreeg Karel een hersenbloeding. Na enkele maanden ziekenhuis had hij nog veel zorg nodig, maar die kreeg hij dankzij het proefproject in zijn eigen flat. Het personeel van het nabijgelegen woonzorgcentrum Pelikaan kwam minstens drie keer per dag langs bij hen langs:

    “Ze kwamen ’s morgens vroeg al om hem te wassen, aan te kleden en aan de ontbijttafel te zetten. Hij kon moeilijk naar het toilet gaan, dus daarvoor mocht ik ook altijd bellen en dan kwamen ze hem meteen helpen. ’s Middags kwam er standaard nog een verpleegster of hulpverpleegster langs om te kijken hoe het met hem ging. En ’s avonds kwamen ze vaak met 2 om hem uit te kleden en in bed te leggen”.

    “Ik vond dat echt fantastisch: we waren samen thuis”

    Karel is ondertussen overleden, maar Rie beklaagt zich hun laatste maanden samen absoluut niet: “Ik vond dat echt fantastisch: we waren samen thuis. In een woonzorgcentrum is de sfeer toch anders, je bent er op een vreemde plek. Ik had liever dat Karel thuis was, en hij was daar zelf ook heel blij mee. Hoewel hij dacht dat het te zwaar ging zijn voor mij. Maar dat was het eigenlijk niet. Het was een hele fijne tijd.”

    Verder is Rie ook zeer tevreden over de kwaliteit van de nazorg. Het personeel van woonzorgcentrum Pelikaan stond altijd voor hen klaar: “Of het nu dag was of nacht, we mochten altijd bellen en dan kwamen ze meteen. Karel is een paar keer gevallen, en ik had nauwelijks gebeld of ze stonden al aan de deur. Ze hadden de sleutel van onze flat, dus ze konden altijd meteen binnen. We voelden ons zeker veilig”.