Meest recent

    Ouders gaan met ziek kind beter wél naar de huisarts - Bert Aertgeerts

    Wij betreuren dat de huisarts alweer kop van Jut is, en dat dit bovendien gebeurt op een erg onwetenschappelijke basis. Dat zegt hoogleraar Bert Aertgeerts, die de wetenschap bovenhaalt om aan te tonen dat ouders met een ziek kind beter wél eerst naar de huisarts stappen.
    opinie
    Opinie

    Bert Aertgeerts is diensthoofd van het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde en hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is ook voorzitter van het Centrum voor Evidence-Based Medicine (CEBAM).

    De zorg voor het acuut zieke kind gebeurt sinds jaren op de eerstelijn. Deze eerstelijn wordt in België ingevuld door huisartsen en pediaters. De meeste consulten met een ziek kind gebeuren nog altijd bij een huisarts of een pediater die werkt op de eerste lijn.

    De laatste tien jaar is het aantal contacten van mensen die met hun ziek kind naar een dienst spoedgevallen gaan wel gestegen met 40%. Dit heeft geresulteerd in een toename van het aantal ziekenhuisopnames met bijna 30%.

    Dit staat in schril contrast met het feit dat slechts 1% van de kinderen die een arts consulteert ernstig ziek is en een ziekenhuisopname nodig heeft. Van die 1% heeft 4/5 een longontsteking, gevolgd door een urineweginfectie, een maagdarmontsteking of een levensbedreigende aandoening zoals een hersenvliesontsteking. Met andere woorden, een overgrote meerderheid van de zieke kinderen (99%) heeft een banale aandoening of een aandoening die geen ziekenhuisopname behoeft.

    Deze cijfers komen uit internationale literatuur en verschillende proefschriften van huisartsen (Ann Van den Bruel, Jan Verbakel, Marieke Lemiengre). Dit onderzoek werd uitgevoerd onder leiding van huisartsen en pediaters in een internationale context (Vlaanderen, Oxford, Rotterdam) en gepubliceerd in toptijdschriften zoals de Lancet en de BMJ.

    "Huisartsen zijn getraind om ernstige problemen adequaat te detecteren"

     Huisartsen die werken op de eerstelijn werken in een laag prevalente setting. Dit wil zeggen dat ze heel veel banale aandoeningen zien, maar erop getraind zijn om kinderen met een onderliggend ernstig probleem wel adequaat te detecteren. Vermits in dit stadium het nog niet altijd duidelijk is wie wel en niet ernstig ziek is, sturen we ook kinderen door die op het einde van de rit (gelukkig) niet ernstig ziek zijn.

    Op de tweede lijn is het de taak van de pediater om alles uit de kast te halen om de juiste diagnose te stellen en ervoor te zorgen dat ook zeer zeldzame en levensbedreigende aandoeningen zoals een meningitis op tijd en correct behandeld worden. Pediaters op de tweede lijn krijgen door de eerste selectie bij de huisarts een hogere prevalentie van ernstige aandoeningen waarbij ook de symptomen beter herkend worden.

    Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek leren we aan alle Vlaamse universiteiten onze huisartsen hoe ze deze kinderen moeten onderzoeken en wat de alarmtekens of rode vlaggen zijn. Een kind dat er ziek uit ziet, waarbij de ouders erg ongerust zijn, veel te snel ademt, een verminderd bewustzijn heeft of manifeste tekens van een hersenvliesontsteking vertoont, moet zonder uitzondering naar een pediater in een ziekenhuis worden gestuurd.

    Een goede uitleg aan de ouders van zieke kinderen over de alarmsymptomen (safety netting) zorgt ervoor dat ook ouders weten wanneer ze alarm moeten slaan of een huisarts raadplegen. Ten slotte vereist de Europese wetgeving een zes maanden durende ziekenhuisopleiding voor jonge huisartsen. Een deel hiervan kunnen volbrengen in een dienst pediatrie zou een goed voorstel kunnen zijn.

    Landen met een goed uitgebouwde eerstelijnszorg hebben volgens de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) een gezondere bevolking aan een lagere kostprijs Competente huisartsen en pediaters die elkaar versterken voor de opvang van zieke kinderen zorgen dus voor een kwaliteitsvolle zorg die betaalbaar blijft en waarbij elk kind de zorg krijgt die het verdient.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.