Meest recent

    70 jaar na de afvaart van de "Exodus" naar Palestina

    Vanochtend wordt in de Zuid-Franse vissershaven Sète herdacht dat daar 70 jaar geleden een schip met meer dan 4.500 Joodse vluchtelingen vertrok naar het Britse mandaatgebied Palestina. De Britten onderschepten het schip, maar na zware internationale druk belandden de meeste van de opvarenden in wat ondertussen Israël was geworden.
    AP1947

    Na de Tweede Wereldoorlog kampte Europa met een grote vluchtelingencrisis toen miljoenen ontheemden doorheen het continent trokken op de vlucht voor oorlog, de nazi's of de communisten. Onder hen waren veel Joodse overlevenden van de holocaust.

    Velen van die mensen weken uit naar de Verenigde Staten, maar anderen probeerden Palestina te bereiken. Dat gebied stond toen onder Britse controle en werd steeds meer een slagveld van gevechten tussen de Arabische bevolking en Joodse zionistische milities die er een eigen staat probeerden te stichten en zo veel mogelijk Joodse immigratie probeerden aan te moedigen.

    De belangrijkste van die milities was de linkse Haganah, die later de speerpunt van het Israëlische leger zou vormen. Die groep organiseerde toen clandestien de immigratie van Joden uit Europa naar Palestina.

    De Britse overheid zat erg verveeld met die situatie en had een migratiestop afgekondigd onder druk van de Arabische bevolking. Na de holocaust viel dat evenwel slecht bij de internationale publieke opinie, onder meer bij de bondgenoot de Verenigde Staten.

    Exodus naar het "beloofde land"?

    De Haganah organiseerde in die jaren tal van overtochten met schepen, maar de meesten van hen werden door de Britse marine onderschept en de opvarenden werden opgevangen in kampen op Cyprus, dat ook onder Brits gezag stond.

    In de ochtend van 11 juli 1947 verliet de Amerikaanse pakketboot "President Warfield" onder Hondurese vlag de Zuid-Franse haven van Sète. Aan boord waren meer dan 4.500 opvarenden, de meesten Joodse overlevenden van nazi-vernietigingskampen. Eens op zee werd het schip -dat door de Haganah gecharterd was- omgedoopt tot "Exodus", een verwijzing naar de bijbelse uittocht van Joden uit Egypte.

    Op 17 juli bereikte de Exodus de kust van Palestina nabij Haifa. Britse troepen enterden het schip en het kwam tot urenlange gevechten waarbij drie Joden gedood werden. De opvarenden werden echter overmeesterd en met andere schepen terug naar Frankrijk gebracht, waar de meesten asiel weigerden, en daarna naar kampen in de Britse bezettingszone in Noord-Duitsland.

    Via Duitse kampen naar Israël

    Die laatste beslissing was een gigantische blunder: het terugbrengen van overlevenden van de holocaust naar Duitse kampen leverde Londen wereldwijd enorme verontwaardiging op. Toch weigerde de Britse regering te capituleren; op dat ogenblik woedde al een burgeroorlog in Palestina en voerden zowel Arabische als Joodse milities terreuraanslagen uit tegen Britse doelwitten daar. 

    Tenslotte werden de Joodse gevangenen in oktober 1947 vrijgelaten, na zware Amerikaanse druk. De meesten probeerden daarop opnieuw naar Palestina te gaan, wat velen onder hen ook lukte. Anderen konden slechts na mei 1948 vertrekken of zelfs later toen de staat Israël was opgericht en erkend door de Britse regering.

    Het verhaal van de Exodus werd stof voor een boek en in 1960 ook voor een bekende film met onder meer acteur Paul Newman in de hoofdrol. Het schip zelf bleef liggen voor de kust van Haïfa, maar de jonge staat Israël moest toen honderdduizenden Joden -dit keer uit de Arabische wereld- absorberen en raakte vergeten en er was geen geld voor plannen om van de Exodus een museum te maken. In 1952 brak er brand uit aan van het schip dat in 1964 gezonken is.

    Op een ogenblik dat er opnieuw een crisis met bootvluchtelingen in de Middellandse Zee is, is de herdenking van de tocht van de Exodus opnieuw verrassend actueel.