Meest recent

    Boerkaverbod niet in strijd met mensenrechten

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ziet geen problemen met het boerkaverbod in België. Volgens het Hof is het verbod niet in strijd met het recht op privacy of godsdienstvrijheid en bemoeilijkt de boerka zelfs het samenleven.

    De felle juridische slag rond het boerkaverbod in ons land komt vandaag - voor een groot deel - ten einde. Ons land voerde op 1 juni 2011 een nieuwe wet door die het dragen van gezichtsbedekkende kleding in het openbaar verbiedt. En dat leidde tot wat protest bij een kleine minderheid moslims.

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat het bedekken van het gezicht het samenleven bemoeilijkt en dat er dus een objectieve en redelijke rechtvaardiging kan zijn voor een verbod. 

    Die uitspraak heeft betrekking tot twee individuele dossiers. In de eerste zaak draaide het rond twee vrouwen die in 2009 en 2011 een boete kregen voor het dragen van een boerka in Etterbeek en Molenbeek. In de tweede zaak ging het om een gemeentelijke verordening in Pepinster, Dison en Verviers die het dragen van een boerka op openbare plaatsen verbiedt.

    Volgens de vrouwen is het verbod een inbreuk op het recht op privacy, het recht op vrije meningsuiting én het recht op godsdienstvrijheid, drie fundamenten van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

    Maar het Hof in Straatsburg ziet dat anders en volgt grotendeels het standpunt van de Belgische staat. Het boerkaverbod is juridisch niet in strijd met de mensenrechten. Meer zelfs: je gezicht verbergen in de publieke ruimte maakt het "samenleven" moeilijk en een verbod om dat te doen is daarom een "proportionele" maatregel waarvan een democratische staat kan vinden dat ze "nodig" is om het samenleven mogelijk te maken. Het Hof in Straatsburg oordeelt dat er geen probleem van discriminatie is.

    Het arrest kan niet meteen worden gezien als een grote verrassing. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens sprak zich in 2014 ook al uit over het boerkaverbod in buurland Frankrijk. Maar ook in dat dossier werden de argumenten van de Franse staat gevolgd en besliste het Hof dat de boerka het "samenleven" bemoeilijkt en dat er dus een objectieve en redelijke rechtvaardiging is voor het verbod.

    Daarmee is het juridisch gekibbel rond het boerkaverbod voorlopig beslecht. Het arrest van het Hof is definitief.