Meest recent

    Europees gevechtsvliegtuig kwam moeizaam van de grond

    De aankondiging dat Frankrijk en Duitsland samen een nieuw Europees gevechtsvliegtuig gaan bouwen, komt een beetje als een verrassing. In het verleden liep de Europese samenwerking voor gevechtsvliegtuigen niet altijd van een leien dakje. Vooral Frankrijk met Dassault vloog lange tijd liever op eigen kracht, inzake militaire toestellen dan toch.
    AP2014

    Nochtans is de Europese luchtvaartgroep Airbus een gevolg van Frans-Duitse samenwerking waarbij zich bedrijven uit andere Europese landen hebben aangesloten. Airbus is de voorbije decennia uitgegroeid tot een wereldspeler en is inzake passagiersvliegtuigen een geduchte concurrent voor het Amerikaanse Boeing.

    Dat Airbus is echter ook actief op de militaire markt. Dan gaat het vooral over de afdeling Eurocopter die gevechtshelikopters zoals de Tiger produceert, iets waar Berlijn en Parijs nu verder op door willen gaan. Het militaire vrachtvliegtuig A400M zou een opvolger moeten worden voor de meer bekende C130 Hercules van Amerikaanse makelij, maar de productie van dat Europese toestel loopt vertraging op. 

    Daarnaast is Europa ook succesvol in de ruimte met Arianespace, een afdeling van Airbus dat zich toelegt op de ontwikkeling en lancering van raketten voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

    Een Tornado steekt de kop op

    Inzake gevechtsvliegtuigen heeft Europa ook een lange traditie, maar samenwerking over de grenzen verliep minder vlot dan die voor passagiersvliegtuigen en ruimtevaart. Veel West-Europese landen kozen tijdens de Koude Oorlog vooral voor Amerikaanse makelij, zoals de F-104 Starfighter.

    De Britten hadden in de jaren 60 tot 90 hun verticaal opstijgende Harriers, de Fransen waren dan erg trots op hun Mirages en Super Etendards, Zweden produceert onder het merk Saab nog altijd het "discount" gevechtsvliegtuig Gripen. België heeft Amerikaanse F-16's in dienst.

    Pas in 1969 leken de geesten in West-Europa rijp voor een eigen gevechtsvliegtuig. British Aerospace, het Duitse DASA en het Italiaanse Alenia richtten toen het consortium Panavia op, dat in 1974 het eerste paneuropese gevechtsvliegtuig Tornado van de grond kreeg. 

    De Tornado (foto in tekst) is geschikt voor zowel luchtgevechten als bombardementen en is sindsdien in verschillende versies in gebruik bij de Britse, Duitse, Italiaanse en Saudische luchtmachten. Hij speelde onder meer een belangrijke rol bij de Golfoorlog om Koeweit in 1991.  

    Geen huwelijk tussen Typhoon en Rafale

    Een opvallende afwezige in het verhaal is tot nu toe de Franse luchtvaartgroep Dassault, maar die stapte wel in het volgende project: dat van de Eurofighter Typhoon (foto in tekst), waarbij ook de Duitsers, Britten en Italianen en de Spaanse groep CASA betrokken waren.

    Midden de jaren 80 haakte de Franse groep Dassault echter af. De anderen gingen door en lieten midden de jaren 90 de Eurofighter Typhoon opstijgen. Die is nu in gebruik bij de luchtmachten van Groot-Brittannië, Duitsland, Spanje en Oostenrijk en werd ook verkocht in het Midden-Oosten, met name in Saudi-Arabië, Koeweit en Oman.

    Dassault wou echter een eigen type dat vooral vanop vliegdekschepen kon gebruikt worden en ontwikkelde de Rafale, nu het standaardgevechtsvliegtuig voor Frankrijk. Dassault heeft dat vrij moderne toestel intussen ook kunnen verkopen aan Egypte, Qatar en India. 

    Zowel de Eurofighter Typhoon als de Rafale zijn kandidaat voor de vervanging van de intussen wat oudere Belgische F-16's, maar ze zullen het dan wel moeten opnemen tegen de duurdere, maar moderne "stealth" (onzichtbaar op radar zijde) F-35 of Joint Strike Fighter. Nu willen Frankrijk en Duitsland dus zelf een nieuw toestel zoals de F-35 ontwikkelen, maar wellicht komt wat laat voor de Belgische keuze.

    De ontwikkeling van een eigen gevechtsvliegtuig is duur, maar het past wel in de plannen van Berlijn en Parijs om meer op de eigen defensie te vertrouwen. Bovendien opent dat ook mogelijkheden voor de eigen industrie, maar om commercieel een succes te zijn, moeten die toestellen ook wel buiten het eigen continent verkocht kunnen worden. Op dat vlak is er steeds meer concurrentie van de Amerikaanse groepen Lockheed Martin en Boeing, maar ook van het Russische Soechoj (Su-34), de "Golden Eagle" van het Zuid-Koreaanse KAI en de F-2 en F-3 van de Japanse groep Mitsubishi Heavy. Het wordt druk in de lucht.