Meest recent

    Op receptie met mijnheer de minister - Koen De Leus

    De belofte van minister van Werk Kris Peeters om ervoor te zorgen dat iedereen een job krijgt, blijft zorgen voor debat. Ook tijdens imaginaire recepties. "Met een kamerbrede glimlacht stapt hij op me af en drukt me stevig de hand." Bankeconoom Koen De Leus heeft werk voor de minister.
    opinie
    Opinie

    Koen De Leus is Chief Economist BNP Paribas Fortis. Twitter: @koendeleus. Zijn boek 'De Winnaarseconomie' is uitgegeven bij Lannoo.

    "Dat we goed bezig zijn, Koen. Netto 59 000 jobs gecreëerd in 2016. En voor 2017 en 2018 gaan de voorspellingen uit van, cumulatief voor beide jaren, nog eens tussen de 82 000 en 105 000 extra jobs. Jobs, jobs, jobs: dat is het motto van deze regering en het resultaat kan tellen.”

    Dit, zo beeld ik me in, zou minister Peeters me kunnen zeggen op zo'n receptie. Wat zou ik dan antwoorden?

    “Inderdaad niet slecht, mijnheer de minister. Die loonmatiging heeft zeker geholpen, net zoals zaken zoals de dienstencheques. Maar het blijft wel een feit dat we in vergelijking met de buurlanden nog altijd veel meer werkgelegenheid creëren in de overheid.”

    “Voorlopig nog wel. Maar wist je dat het aantal nieuwe opgerichte ondernemingen in 2016 met 100 000 op het hoogste niveau ligt in elf jaar. Ik zeg het u: mensen beginnen opnieuw te geloven in dit land. De werkloosheidsgraad is gedaald naar minder dan 7%! In Vlaanderen zitten we zelfs aan 4,1%. Dat zijn Duitse toestanden, man.”

    En met enkele vingertikken op de borst herhaalt hij: “Dat we goed bezig zijn, Koen!”

    “Een duidelijk positieve evolutie, mijnheer de minister. Maar als u me toestaat, zie ik toch nog enkele werven op de arbeidsmarkt die aangepakt moeten worden*.”

    “Wel, ben benieuwd. Ik kan altijd bijleren, nietwaar”, knipoogt hij terwijl hij een slok champagne neemt.

    “Wel, een eerste vaststelling is dat we, ondanks de mooie prestatie van de voorbije jaren, nog steeds maar aan een participatiegraad zitten van 67,6%. Daarmee laten we binnen de Europese Unie enkel Roemenië, Spanje, Italië, Kroatië en Griekenland achter ons. Die doelstelling van 73,2% tegen 2020, daar gaan we serieus voor uit onze pijp moeten komen.”

    “Baah, dat is de schuld van de Grote Recessie, hé”, antwoordt de minister terwijl hij even rondkijkt in de zaal.

    “Ik denk wel dat mits enkele gepaste maatregelen we dat percentage stevig kunnen optrekken”, ga ik verder. “En één daarvan is vrij eenvoudig: trek die pensioenleeftijd aanzienlijk sneller op naar 67 jaar in plaats van te wachten tot 2030. In de landen waar dat nu reeds het geval is, ligt de arbeidsparticipatie van de 60-plussers aanzienlijk hoger. En mensen die langer actief zijn, blijven doorgaans gezonder dan zij die voortijdig de arbeidsmarkt verlaten. Nog beter zou zijn de pensioenleeftijd te koppelen aan de levensverwachting.”

    “Daar ga je jezelf niet populair mee maken, hoor.”

    “Ach, als bankeconoom zitten we al reeds redelijk dicht bij de bodem. Maar de mensen moeten niet enkel langer aan het werk blijven. In het nieuwe digitale tijdperk waar alles voortdurend veranderend, wordt het cruciaal dat iedereen ook inzetbaar blijft. Levenslang werken voor dezelfde werkgever is voorbij. En dus wordt permanente vorming veel belangrijker. Daar schieten we in België écht wel schromelijk tekort in vergelijking met de buurlanden. Amper 7% van de 25- tot 64-jarigen participeert in België aan die permanente opleidingen. In Frankrijk en Nederland is dat bijna 20%. In de Scandinavische landen bijna 30%. Daar is een mentaliteitswijziging nodig bij de bedrijven als de overheid als op individueel vlak.”

    De minister knikt een beetje verveeld, kijkt over mijn schouder en wuift naar een ongetwijfeld leukere potentiële gesprekspartner.

    “En als ze hun werk verliezen, mijnheer de minister,” vervolg ik, “dan moeten we absoluut inzetten op activering in plaats van steunuitkeringen. Wist u dat bij ons 70% van de totale uitgaven inzake arbeidsmarktbeleid richting werkloosheidsuitkeringen en financiering van vervroegde-uitkeringsregelingen gaat? In Zweden is dat 30%. Daar gaat het overgrote deel naar activering met een participatiegraad van meer dan 80% tot gevolg."

    "Het percentage van werklozen dat snel opnieuw een job vindt, ligt daar meer dan dubbel zo hoog. Dus ik vind ook dat we goed bezig zijn, mijnheer de minister, maar er ligt toch nog heel wat werk op de planken.”

    “Interessant, interessant”, zegt de minister. “Ha daar seh, mijn goede vriend Jos”, en weg is hij.

    “Tot later, mijnheer de minister.”

    (* Hoge Raad voor de Werkgelegenheid: verslag 2017, http://www.werk.belgie.be/publicationDefault.aspx?id=46240)


     

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.