Meest recent

    Ministerraad keurt gemengd pensioen goed en langer dan 45 jaar werken zal straks lonen

    Het contractuele overheidspersoneel krijgt een nieuwe pensioenregeling. Een voorontwerp van wet van minister van Pensioenen Daniël Bacquelaine (MR) over de invoering van het "gemengd" pensioen voor die groep werknemers is in tweede lezing goedgekeurd in de ministerraad. De ministerraad keurde ook goed dat een langere loopbaan dan 45 jaar tot een hoger pensioen leidt.

    Wie bij de overheid werkt, maar niet benoemd is, kreeg tot nog toe een gewoon werknemerspensioen. Vastbenoemde ambtenaren kregen een -hoger- overheidspensioen. Tot nu toe kregen ambtenaren zo'n overheidspensioen voor hun hele loopbaan, ook voor de jaren dat ze contractueel in dienst waren. Dat verandert nu met de invoering van het "gemengd pensioen". Wie na december benoemd wordt, krijgt voor de jaren als contractueel een werknemerspensioen, voor de jaren als vastbenoemde een overheidspensioen.

    De ministerraad veralgemeende tegelijkertijd de regeling voor aanvullend pensioen, zodat contractuelen daar vanaf nu ook recht op hebben. De vakbonden ijveren er al jaren voor dat de invoering van een gemengd pensioen gepaard moet gaan met die veralgemening van het aanvullend pensioen.

    Op federaal niveau wordt het aanvullend pensioen voor contractuelen dit jaar al ingevoerd, zegt het kabinet-Bacquelaine. De minister heeft hiervoor een budget van 32 miljoen euro vrijgemaakt. Voor de andere overheden en de lokale besturen is er nog geen duidelijkheid, al komt er voor die laatsten wel een extra stimulans: de helft van de kosten van de gestorte premies zouden onder bepaalde voorwaarden worden afgetrokken van de bijdragen aan het pensioenfonds voor de lokale besturen.

    Langer werken = hoger pensioen

    De ministerraad keurde nog een belangrijke pensioenmaatregel goed. Voor mensen die vanaf 2019 met pensioen gaan, zullen de effectief gewerkte jaren meetellen voor het pensioen, zelfs al hebben ze op dat moment al meer dan 45 jaar gewerkt.

    Werknemers of zelfstandigen die na een volledige loopbaan van 45 jaar beslissen om toch nog even verder te werken, plukten daarvan tot nog toe geen vruchten in de berekening van zijn of haar pensioen. Pensioenrechten werden opgebouwd tot en met 45 werkjaren, de jaren die men erna nog presteerde, telden niet meer mee.

    Daar past minister Bacquelaine nu een mouw aan. Voor wie vanaf 1 januari 2019 met pensioen gaat, zullen alle gewerkte jaren meetellen in de pensioenberekening. Werknemers en zelfstandigen die langer werken dan 45 jaar, krijgen vanaf dan dus ook een hoger pensioen.