Meest recent

    20 jaar geleden: noodlot treft airshow van Oostende

    Vandaag exact twintig jaar geleden trof het noodlot de airshow in Oostende: een piloot verloor de controle over zijn stuntvliegtuig en stortte neer in het publiek. Tien mensen lieten bij de ramp het leven. Het relaas van die zwarte zaterdag 26 juli 1997.

    Het moest een toeristische topper worden in Oostende, dat laatste juliweekend van 1997. Zo'n 50.000 mensen waren afgezakt naar de luchthaven van de badstad om er de jaarlijkse vliegshow bij te wonen. Overal te lande was er reclame voor gemaakt. Het zou echter de laatste airshow worden in de koningin der badsteden.

    (lees verder onder foto: affiche voor de airshow) 

    De Jordaanse piloot

    De show was rond 17 uur al enige tijd volop aan de gang, met tienduizenden toeschouwers langs het tarmac die zich vergaapten aan de stunts. Op het programma stond onder meer nog de "Nr. 17 solo Royal Jordanian 1 XTRA-300". Een stunt die zou worden uitgevoerd door de 28-jarige Omar Hani Bilal.

    Bilal was een relatief ervaren piloot van de Jordaanse luchtmacht. Hij maakte deel uit van het prestigieuze stuntteam de Royal Jordanian Falcons. Het team en Bilal zelf hadden in het verleden al verschillende prijzen gewonnen.

    (lees verder onder foto: Omar Bilal bij zijn stunttoestel in juni 1997 op een airshow in Duitsland) 

    De crash

    Rond 16.50 uur liep het echter mis. Piloot Bilal wou een looping maken met daarbij een daling loodrecht richting de startbaan, maar hij verloor de controle over zijn toestel en raakte - een laatste poging om zijn vliegtuig nog op te trekken ten spijt - niet meer uit de scherpe daling.

    Het stuntvliegtuig maakte een smak tegen de grond en vatte meteen vuur. De brandende brokstukken kwamen in de publiekszone terecht, een hulppost van het Rode Kruis werd vol geraakt. Op de eerste amateurbeelden - gemaakt door toeschouwers - is de verbijstering en paniek onder het publiek te zien en te horen. De show werd meteen stilgelegd.

    (lees verder onder video's: amateurbeelden van de crash) 

    "Mensen schreeuwden het uit van de pijn"

    Piloot Omar Bilal was op slag dood, net als acht mensen uit het publiek. Onder hen ook een Fransman en zijn dochtertje van een paar jaar oud die naar de tent van het Rode Kruis waren gekomen om een wondje te verzorgen. Een dag later bezweek ook nog een 19-jarige vrijwilliger van het Rode Kruis aan zijn verwondingen. Ruim 50 anderen raakten gewond, zij hadden vooral (zware) brandwonden.

    "Ik heb een jas over hen gelegd die echt verminkt waren. De meeste mensen waren verbrand, verminkt. Daar was ook een kindje bij van twee à drie jaar. Het was echt een chaos van mensen die hulp nodig hadden", verklaarde een ooggetuige. "Mensen stonden letterlijk in brand en schreeuwden het uit van de pijn."

    (lees verder onder video: een stand van zaken in Het Journaal van 26 augustus 1997 // video: gewonden doen hun verhaal)

    Koninklijk bezoek aan de slachtoffers

    Het noodplan trad snel in werking, ambulances reden af en aan naar de ziekenhuizen en ook de Seaking werd ingezet. De chaos maakte zich echter op sommige vlakken meester van de hulpverlening. Zo raakten de telefoonlijnen al vrij snel overbezet. "Elke telefonische communicatie was daardoor onmogelijk geworden. Heel snel zaten we in een bijna middeleeuwse situatie; we moesten briefjes schrijven en met motards van de politie wegbrengen", vertelde de toenmalige burgemeester Jean Vandecasteele achteraf.

    Even na zeven uur 's avonds waren uiteindelijk alle gewonden afgevoerd naar het ziekenhuis. Daar kregen ze diezelfde avond nog bezoek van koningin Fabiola. Koning Albert en koningin Paola onderbraken hun vakantie en kwamen de dodelijke slachtoffers groeten. De Jordaanse koningin Noor kwam enkele dagen later een bezoek brengen aan de slachtoffers.

    (lees verder onder foto: Albert en Paola groeten de doden // video: BRTN-journaal van 1 augustus 1997 vanaf 2'06" over begrafenis slachtoffers en bezoek koningin Noor)

    De lange nasleep

    Enkele uren na de crash werd beslist dat de show van de volgende dag niet meer zou doorgaan. Uiteindelijk zou er nooit meer een airshow plaatsvinden in Oostende. Maar voor de nabestaanden en de gewonden was de ellende daarmee nog lang niet voorbij, integendeel. Na het ongeval ontstond een procedureslag om de verantwoordelijke aan te wijzen.

    De vluchtdirecteur en de veiligheidswaarnemer van de organisator werden in mei 2003 uiteindelijk vrijgesproken. Daarna moest het proces worden overgedaan voor een burgerlijke rechtbank. In januari 2006 - goed acht jaar na het ongeval - oordeelde de rechter dat enkel het Vlaams Gewest, de uitbater van de Oostendse luchthaven, en drie verzekeringsmaatschappijen burgerlijk aansprakelijk waren voor de gevolgen van de crash. Uiteindelijk kende de rechtbank 700.000 euro schadevergoeding toe.

    De piloot zelf kon nooit vervolgd worden omdat hij bij het ongeluk was omgekomen. Toch was het voor het parket en de experts kennelijk vrij duidelijk: "risiconemer" Omar Bilal had een "stommiteit" begaan en zou bepaalde veiligheidsafspraken naast zich hebben neergelegd. Maar wat er op die noodlottige 26e juli 1997 precies is misgegaan in de cockpit van het Jordaanse stuntvliegtuig, zullen we allicht nooit exact te weten komen.