Meest recent

    Herkent u deze onherkenbare man?

    Op de één van een krant, met grote foto: "Charles M. uit W. en werkend in Brussel, vermoedelijke dader van ..." Volgens de journalistieke deontologie moet hij onherkenbaar zijn. Herkent u hem? Volgens Leo Neels zijn er "dramaqueens op sensatieredacties".
    opinie
    Leo Neels
    Leo Neels was hoogleraar media- en communicatierecht KU Leuven en UAntwerpen.

    Wat is nieuws? De verdrinking van een scoutsjongen die met zijn groep op kamp was is zeker nieuws, zijn leeftijd allicht ook. Maar moet het publiek zijn naam, zijn gemeente van herkomst, zijn leeftijd of zijn stoornis kennen? Ongetwijfeld waren sommige van die elementen belangrijk voor het opsporingsbericht, maar de vermelding van een autismespectrumstoornis is ook in een opsporingsbericht eigenaardig.

    Op zaterdag 22 juli werd de verdwijning van een Vlaamse scoutsjongen aan het meer van Bütgenbach nieuws, op zondag 23 juli meldt het radionieuws dat zijn stoffelijk overschot is teruggevonden in het meer. Op de nieuwssites van verschillende kranten zien we bij  zijn foto:

    “Sebastiaan Vandommele, 15 jaar, autist” staat erbij op hln.be – ook gisteren nog.

    Die gegevens komen nog uit het opsporingsbericht van de politie van de avond voordien. Andere nieuwssites geven de foto niet of niet meer, of vermelden de naam niet of de afkomst, en al zeker niet de verwijzing naar een stoornis. Daar wordt blijkbaar beter nagedacht over privacy en deontologie.

    Journalistieke deontologie

    Blijven elementen die de politie voor een opsporingsbericht gebruikt, behoren tot het publiek domein, vermits ze dan toch al eens gepubliceerd zijn?

    Daaraan kan toch getwijfeld worden: voor de informatie van het publiek over het nieuwsfeit van een verdrinking zijn zulke elementen zonder belang. Het is niet in te zien welk belangrijk maatschappelijk belang de inbreuk op de privacy van deze jongen en zijn familie zou rechtvaardigen.

    Dan is het een inbreuk op de rechten van de jongen en van zijn familie, zo zijn de deontologische beginselen, samengevat in de Code van de Raad voor Journalistiek.

    Soms wordt geoordeeld dat wat bekend geworden is, nu eenmaal tot het publiek domein behoort en dat dat ook zo blijft.

    Daar staat het inzicht tegenover dat wat, mogelijk, bekendmaking van sommige details rechtvaardigde tijdens een opsporingsfase van een ‘onrustwekkende verdwijning’, er niet meer toe doet na de vaststelling van een overlijden, en derhalve niet meer hernomen wordt in latere actualiteitsverslaggeving.

    Die laatste stelling ligt aan de basis van de bepalingen van de deontologische Code van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek die voor dergelijke situaties gelden. Ze verwijst, indirect, naar het zgn. ‘recht op vergetelheid’, het recht om weer uit de publieke aandacht te verdwijnen.

    De identificeerbaarheid van betrokkenen die slachtoffer waren van een ramp of misdrijf, en a fortiori van minderjarigen in die situatie, is niet nodig om verslag te kunnen uitbrengen van het nieuwsfeit dat de ramp of het misdrijf fataal altijd is.

    Fair play is de norm

    Hier speelt het zgn. fairplaybeginsel ten aanzien van minderjarigen, slachtoffers van rampen en ongevallen en hun familie. Dat vergt dat journalisten het belang van de minderjarige voor ogen houden, en aandacht hebben voor zijn recht op bescherming; dat recht blijft ook postuum bestaan.

    Hij/zij wordt maar herkenbaar in beeld gebracht mits toestemming; er is een uitzondering voor overname van herkenbare beelden die door officiële instanties werden verspreid, maar het zou verkieslijk zijn geweest om de foto, na het terugvinden van het stoffelijk overschot, en dus zodra het opsporingsbericht met de foto voorbijgestreefd was, niet meer weer te geven.

    Dat is de draagwijdte van de bepaling in de toelichting bij de Code, dat journalisten altijd moeten overwegen om minderjarigen onherkenbaar te maken bij de weergave van beelden.

    Herkenbare onherkenbaarheid

    In dezelfde week werd in grote opmaak bericht over de zelfdoding van een man van 40, die zijn beide minderjarige kinderen van 6 en 9 samen met zichzelf om het leven bracht (HLN 20 juli). Over een halve pagina werd een fotocollage afgedrukt van de man en, groter nog, van de beide kinderen.

    Met blokjes werden hun ogen, neus en mond aan het beeld onttrokken – maar je kan moeilijk beweren dat vader en dochtertjes niet meer herkenbaar waren.

    We lezen in welke gemeente de man woonde, en opdat we ons niet zouden vergissen, wordt een foto van zijn huurhuis bij het artikel geplaatst. Het artikel vermeldt ook het beroep van de moeder van de vermoorde kindjes en de plaats van haar tewerkstelling.

    Onherkenbaar?

    De weergave van deze details is niet nodig om over het actualiteitsfeit van een familiedrama te berichten, daarvoor zijn het overbodige details. Het effect is dat de familie vrij herkenbaar wordt voorgesteld, zeker in de eigen omgeving.

    Bijzondere omzichtigheid in kwetsbare situaties

    Art. 23 van de Journalistieke Code vergt nochtans respect voor het privéleven van personen, en legt op dat journalisten in het bijzonder omzichtig omgaan met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen of slachtoffers van criminaliteit en rampen. Herkenbaarheid moet de uitzondering blijven.

    Is het zo moeilijk om zo'n eenvoudig beginsel te respecteren? Stop toch met de flauwekul om kinderen op zulke foto’s alsnog herkenbaar af te beelden, door doordacht voldoende elementen van herkenbaarheid te vrijwaren buiten de beperkte ruimte waarin de foto wordt “gescrambeld”.

    Op 25 juli was het weer prijs (HLN 25 juli). Op de één wordt de foto van een op haar buitenlandse huwelijksreis vermoorde dame afgebeeld, met de gekende truc van te weinig “scrambling”, zodat ze goed herkenbaar in beeld wordt gebracht, en op p. 3 treffen we een liefdevolle foto aan waar haar man – nu volgens de berichtgeving ook haar moordenaar – haar kust. Blokje voor de ogen, maar beiden zijn perfect herkenbaar.

    Toestemming gevraagd en gekregen?

    Behalve dat zulke foto’s niet herkenbaar mogen zijn, is er ook toestemming voor nodig om ze te mogen afdrukken. Zou de redactie over die toestemming beschikken, of zijn ze gewoon gekopieerd van “sociale media”, waar de betrokkenen ze eerder zelf hadden gepubliceerd?

    Is er enig “gewichtig maatschappelijk belang”, zoals de journalistieke Code dat vergt, om deze foto’s te publiceren?

    Er is bijzondere terughoudendheid vereist, aldus de Code, wanneer informatie of beeldmateriaal wordt gebruikt dat in een totaal andere context of met een totaal andere bedoeling op het net werd geplaatst dan die van de nieuwsfeiten waarover wordt bericht. En de beginselen wegen nog zwaarder door bij personen in een maatschappelijk kwetsbare positie, zoals… slachtoffers van criminaliteit.

    En nog ...

    26 juli, zelfde krant, p. 1: “Ex-lief steekt meisje (17) en grootouders dood”. Op blz. 4 een grote huwelijksfoto. Identieke problematiek: bewust enkele te kleine blokjes op de ogen plaatsen, zodat de herkenbaarheid verzekerd blijkt. Slachtoffer van een moord? Minderjarige?

    Nog eens op een foto op 27 juli, van het slachtoffer en de dader. Slachtoffer herkenbaar “onherkenbaar”, naar goede gewoonte, de dader eerder onherkenbaar; maar dat zwakke punt werd goedgemaakt in de reuzegrote foto van de dader naast de eerste.

    In dezelfde krant (HLN 27 juli) prijkt ook een grote foto van de Leuvense neurochirurge die is opgepakt op vermoeden van moord op haar dochter. Obligate blokjes voor de ogen, goed herkenbaar toch. Als mogelijke dader toch een persoon in een maatschappelijk kwetsbare positie.

    Bij aanhouding verplicht de politiewet aan politiefunctionarissen om ervoor te zorgen dat deze personen niet herkenbaar worden voorgeleid. Hier gaat het mogelijk om een foto van sociale media, die mag men niet zomaar gebruiken. Zou er toestemming voor gevraagd zijn en bekomen? Voegt de herkenbare foto toe aan de verslaggeving van het gruwelijke feit? Nee toch!

    Dramaqueens van de sensatieredacties

    Foert, de helden van de krant publiceren deze foto’s op deze manier. Brutale inbreuk op de journalistieke deontologie ten opzichte van personen in een maatschappelijk kwetsbare situatie. Dat gebeurt bewust, met volharding en bij herhaling.

    Zouden hoofdredacties daar eens niet naar moeten kijken? Dit is journalistiek hooliganisme, en ook een grootpubliekskrant heeft dat niet nodig.

    Goede journalistiek heeft geen inbreuken op het privéleven nodig, en slaagt erin op waardige wijze verslag te brengen van verschrikkelijke levensdelicten, zonder de privacy van de slachtoffers te grabbel te gooien en zonder het leed van de nabestaanden te vergroten.

    Dat wordt aangetoond door websites van media – andere kranten en omroepen - die sober blijven in de selectie van foto’s en de berichtgeving over drama’s. Verdrinking, zelfdoding en moord zijn voldoende tragisch. Daar hoeven de dramaqueens van sensatieredacties echt niets aan toe te voegen.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.