Meest recent

    De boemerang van Tomorrowland voor jouw vrijheid

    Wat begon als een maatregel om veiligheid te garanderen op een festival, draait uit op een rechterlijke uitspraak die je vrijheid garandeert. Niemand mag je ongemotiveerd de toegang weigeren. De politie moet uitleggen welke redenen ze daar (niet) voor heeft.
    analyse
    Dirk Leestmans
    Dirk Leestmans is journalist bij VRT NWS bij de themacel Justitie.

    Drie geweigerde Tomorrowlandfestivalgangers kregen van de rechter toch toegang tot het festival. Een rechterlijke uitspraak die de grenzen aftast van (preventieve) politiecontrole in tijden van dreigingsniveau 3.

    Vorige week sprak de Brusselse kortgedingrechter zich uit in de zaak van drie geweigerde Tomorrowland­festivalgangers. De drie hadden, net zoals 34 anderen, van de politie te horen gekregen dat ze ‘een gevaar’ vormden en om die (wel erg vage) reden werd hen de toegang tot Tomorrowland geweigerd.

    De drie wilden weten waarop de politie zich baseerde om tot deze beslissing te komen, temeer omdat ze alle drie een blanco strafregister hebben. Maar de politie weigerde hen, op basis van hun beroepsgeheim, die informatie te geven.

    Ook al is het slechts een uitspraak in kort geding, toch loont het de moeite het vonnis van naderbij te bekijken. De rechter heeft erg uitvoerig gemotiveerd waarom de politie niet mocht handelen zoals ze gehandeld heeft.

    De gemeenten Rumst en Boom, de locatie waar het festival plaatsheeft, keurden in juni een wijziging in het intergemeentelijk reglement goed. Die wijziging werd geïnspireerd door het dreigingsniveau. De organisatoren werden verplicht de persoonsgegevens van alle medewerkers en bezoekers vooraf mee te delen aan de federale politie.

    Die screende vervolgens de namenlijst “in relevante en daartoe voor de politiediensten toegankelijke databanken (Algemene Nationale Gegevensbank, de stadionverboden en de dynamische databank Foreign Terrorist Fighters).” Voor een aantal geviseerden volgde nog een individuele en handmatige verificatie.

    De politie antwoordde één van hen: “We kunnen u met stellige zekerheid melden dat hierin geen mogelijke foute inschattingen zijn gebeurd.” De politie was dus blijkbaar erg zeker van haar zaak.

    Maar toch bleven de drie geweigerden erbij dat de beslissing ‘onrechtmatig en foutief’ was. Zij voelden zich aangetast in hun fundamentele rechten en vrijheden en wilden ook de weigeringsmotieven kennen.

    De rechter volgt hen daarin ondubbelzinnig.

    We kunnen u met stellige zekerheid melden dat hierin geen mogelijke foute inschattingen zijn gebeurd.

    “De gevolgde werkwijze heeft tot gevolg dat eisers (de drie geweigerden, DL), die een blanco strafregister hebben, de toegang wordt ontzegd tot het festival waarbij hen enkel wordt meegedeeld dat zulks gebeurt omdat zij volgens de federale politie de openbare veiligheid in gevaar kunnen brengen."

    "De betrokkene worden aldus geplaatst in een situatie die hun sociale identiteit aantast doordat zij t.o.v. van hun omgeving (familie, vrienden, zakenrelaties) moeten uitleggen waarom zij het festival waarvoor zij een ticket hadden bemachtigd, niet mogen bijwonen terwijl zij niet strafrechtelijk werden veroordeeld en kunnen genieten van het vermoeden van onschuld.”

    Privéleven

    De rechter vindt dit een te ver gaande inmenging in het privéleven van de betrokkenen.

    “Nu zijn de eisers (de drie geweigerden, DL) terechtgekomen in de uiterst vervelende situatie dat zij ervan op de hoogte zijn dat de federale politie hen beschouwt als een risico van de openbare veiligheid (en blijkens de verklaringen in de pers en in de Kamer zelfs veelplegers van zware criminele feiten, of personen concreet bekend voor terreurfeiten, drugsdealen of amokmakerij), zonder te weten waarom.”

    De rechter struikelt duidelijk over het stilzwijgen en het gebrek aan motivatie van de politie en keert de zaak als een boemerang terug naar hen.

    “Wanneer er goede redenen waren om eisers (de drie geweigerden, DL) te beschouwen als ernstige veiligheidsrisico’s terwijl dit niet blijkt uit de gegevens die aan de eisers zelf bekend kunnen zijn, lijkt het niet in het belang van de politie en de ordehandhaving in het algemeen te zijn dat aan de betrokkenen het geheim wordt prijsgegeven dat zij in de politionele databanken zijn opgenomen.”

    De rechter oordeelt dat de werkwijze van de politie stigmatiserend is en meer dan dat. Hij interpreteert de maatregel als een vorm van vrijheidsberoving.

    “De betrokkene mag immers niet gaan en staan waar hij wil, en meer precies mag hij niet gaan en staan op de plaats waar hij precies de bedoeling heeft om te gaan staan (...) omdat hij daarvoor een toegangsticket heeft gekocht.”

    Volgens de rechter moet de politie daarvoor goede redenen hebben en is het finaal aan een rechter om daarover te oordelen.

    “Ook een dergelijke beperking van de individuele vrijheid mag niet willekeurig gebeuren en in een rechtsstaat lijkt het noodzakelijk te zijn dat de mogelijkheid bestaat van rechterlijke controle.”

    De rechter aanvaardt evident dat er controle moet kunnen zijn bij massabijeenkomsten. Zeker in tijden van dreigingsniveau 3 is dat nodig en wenselijk. Maar dat moet dan wel gebeuren op een wettelijke basis.

    Dit is vrijheidsberoving in de ruime zin van het woord. De betrokkene mag immers niet gaan en staan waar hij wil.

    Voor de afterparty is het wachten tot het najaar

    En de rechter nodigt meteen ook de wetgevende macht uit een initiatief te nemen.

    “Zo het de wens zou zijn van de wetgever om de politie toe te laten preventieve identiteitscontroles (met inbegrip van screenings en profiling) uit te voeren van bezoekers van massa-evenementen zoals festivals, lijkt het aangewezen dat hiervoor een duidelijk wettelijk kader wordt ontwikkeld."

    "In die wet dienen dan de voorwaarden te worden bepaald die de inmenging in het privéleven mogelijk maken, waarbij dan gewaakt moet worden over de evenredigheid daarvan met de vrijwaring van de openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten.”

    Ook als dit slechts een uitspraak in kort geding en zal de zaak later nog ten gronde behandeld worden, het blijft een opmerkelijke vonnis waarbij het laatste woord weliswaar nog niet gezegd is maar de toon al wel gezet is.

    Om het in Tomorrowlandtermen te zeggen: de drie geweigerden hebben zich het voorbije weekend hopelijk goed geamuseerd. Voor de afterparty is het wachten tot het najaar.