Meest recent

    Peter Adriaenssens doet oproep om vermoorde minderjarigen juridisch een stem te geven

    Jeugdpsychiater Peter Adriaenssens heeft in De Standaard een oproep gedaan om een verdwenen of vermoorde minderjarige automatisch een advocaat toe te kennen. Die oproep kent bijval van Francis Herbert, voormalig voorzitter van Vereniging van Verongelukte Kinderen. Zelf verloor hij zijn dochter in een verkeersongeval. "Over het leed van het kind dat zijn leven verloren heeft, wordt niet meer gesproken."
    Peter Adriaenssens is kinderpsychiater en werkt in het UZ Leuven.

    Adriaenssens schrijft in een open brief om jongeren te beschermen. "Wie beschermt een jongere die er niet meer is? Kan dat zomaar dat gelijk wat gepubliceerd wordt? Zo ja, dan vraag ik het  kinderrechtencommissariaat hier initiatief voor te nemen, dat een verdwenen of vermoorde minderjarige automatisch een advocaat krijgt die de integriteit beschermt", luidt het letterlijk.

    Adriaenssens doet de oproep naar aanleiding van het gezinsdrama in Leuven waarbij een meisje van 14 om het leven werd gebracht. De tiener was een patiënte bij de jeugdpsychiater en hij vertelt in de brief een aantal zaken over haar. "Hierover zwijgen omwille van ons beroepsgeheim komt neer op schuldig verzuim", stelt Adriaenssens.

    Kinderrechtencommissaris: "Belangrijk om integriteit minderjarige slachtoffers beter te beschermen"

    Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen sluit zich aan bij de oproep van Adriaenssens om meer aandacht te vragen voor de kwetsbaarheid van minderjarige slachtoffers. "Het is belangrijk om de integriteit van minderjarige slachtoffers veel beter te beschermen. Of dat via de piste van een advocaat moet, moeten we verder bekijken."

    Wat Vanobbergen vooral wil aankaarten is dat er een groter bewustzijn gecreëerd moet worden rond de berichtgeving over minderjarige slachtoffers. "Als een kind slachtoffer wordt van een drama - dat kan gaan over moord, maar even goed over een verkeersongeval of pestgedrag - wordt er veel informatie gegeven, informatie die de waardigheid van het slachtoffer aantast. Bij het kinderrechtencommissariaat krijgen we af en toe signalen dat er foto's van kinderen gepubliceerd worden, wat niets bijbrengt aan de discussie. Integendeel, het vergroot de kwetsbaarheid van kinderen en jongeren."

    Hij wil dat media beter nadenken over de impact op de omgeving van het slachtoffer of op de kinderen zelf. Twee jaar geleden werd er een richtlijn over de omgang van de pers met minderjarigen door de Raad voor de Journalistiek goedgekeurd en ook het commissariaat zelf heeft aanbevelingen. "Maar tot op vandaag zijn er grote verschillen: sommige redacties zijn er heel alert voor, anderen doen dat nog veel te weinig." 

    Hij wil dan ook dat journalisten zich houden aan wat het gerecht als informatie geeft. Iets waar Pieter Knapen, secretaris-generaal van de Raad voor de Journalistiek, het niet mee eens is. Hij heeft begrip voor de bekommernis om de menselijke waardigheid van een slachtoffers, maar "naast het parket kunnen ook andere bronnen gehoord worden. Checken en dubbelchecken blijft wel een elementaire taak van de journalist." Volgens Knapen is de open brief van Adriaenssens overigens wellicht niet enkel een vingerwijzing naar de pers, maar ook naar andere partijen, bijvoorbeeld advocaten. 

    Herbert: "Iemand die overleden heeft, heeft geen rechten of plichten meer"

    Ook Francis Herbert, voormalig voorzitter van de Vereniging voor Verongelukte Kinderen, treedt de oproep van Adriaenssens volledig bij. Hij spreekt uit ervaring, want jaren geleden verloor hij zijn dochter in een verkeersongeval. "Als papa is het enorm frustrerend dat de enige manier om onze stem - dus niet eens de stem van de overleden kinderen - te laten horen was door een schadevergoeding te vragen."

    Iemand die overleden is, heeft geen rechten of plichten meer vertelt hij. "Over het leed van het kind dat zijn leven verloren heeft, wordt niet meer gesproken. Het Openbaar Ministerie treedt op in het belang van de gemeenschap, niet in het belang van het slachtoffer."

    Nét daarom pleitte Herbert er een twintigtal jaar geleden al voor om overleden kinderen toch nog een stem te geven. "Ik denk dat het psychologisch een enorme impact heeft. Naar de families maar ook naar de dader."

    De grote vraag is voor hem "hoe"? Hoe vertegenwoordig je een kind dat er niet meer is? Hij ziet twee manieren: "Door afspraken te maken en eerbied te tonen voor het gestorven kind en zijn privacy - en daarin heeft de pers een grote rol. Maar ook op een juridische manier. Je moet hopen op ethisch gedrag, maar als dat er niet is, moet je het toch vroeg of laat juridiseren."