Meest recent

    Wat is de link tussen Bart De Wever en protest in Marokko?

    Je zou het niet vermoeden, maar volgens Khalid El Jafoufi is er voor de derdegeneratie-Marokkanen in ons land een verband tussen het aanhoudende protest in het Rifgebied en een uitspraak van Bart De Wever (N-VA) over Berbers in Antwerpen.
    opinie
    Dieter Telemans
    Khalid El Jafoufi
    Khalid El Jafoufi is voorzitter van de islamitisch geïnspireerde studentenvereniging Mahara.

    Khalid El Jafoufi is voorzitter van de islamitisch geïnspireerde studentenvereniging Mahara.

    Elke toerist die het land al eens bezocht zal het beamen. Marokko is een prachtige vakantiebestemming voor al wie op zoek is naar een evenwicht tussen authenticiteit, cultuur en het zuiderse zon-zee-strand. Ook heel wat ‘Wereld-Marokkanen’ trekken in de zomervakantie voor een aantal weken naar het land van de couscous en muntthee.

    Maar voor hen heeft Marokko echter ook een minder fraai gelaat. Want ondanks zijn natuurlijke en culturele pracht en praal is Marokko bovenal een quasi-parlementaire monarchie waar de lokale bevolking, ondanks de gestage economische groei, vooral kreunt onder de vastgeroeste corruptie en machtsmisbruik van de overheid.

    Achtergestelde Rif

    Voor de Berbers die hun familie bezoeken in de verpauperde Rif, is de situatie nóg minder fraai te noemen. Het gebied werd onder het bewind van de vorige koning, Hassan II, decennialang achtergesteld, onderdrukt en vernederd. Dat resulteerde in een door de overheid verwaarloosd gebied dat op alle vlakken achterophinkt op de Arabischtalige grootsteden.

    Onder de huidige koning is de algemene armoede tussen 2007 en 2014 weliswaar gehalveerd en zijn enkele symbolische maatregelen genomen, waaronder de verharding van de hoofdwegen in de Rif en een eerste erkenning van de Berbertaal. Maar echte noemenswaardige welvaartsverhoging en welzijnsverbetering is er nog lang niet gekomen, laat staan een volwaardige erkenning van de Berberbevolking.

    Loze beloftes

    Na ettelijke decennia van loze beloftes stijgen de argwaan en onvrede. Vooral tijdens de Arabische Lente en de bijbehorende opflakkeringen in het land bewoog de Marokkaanse overheid hemel en aarde om onder druk van de ’20 februari-beweging’ uit te komen.

    Ze beloofde verandering te brengen met structurele hervormingen die aan de verzuchtingen van de lokale bevolking zouden tegemoetkomen. Vooral de verstikkende corruptie die het land in haar wurggreep houdt, zou eindelijk worden beteugeld. Niets bleek echter minder waar.

    De beloofde structurele hervormingen en investeringen blijven tot op heden uit. Van de hoop van weleer blijft – vooral bij de jongeren – bijgevolg nog nauwelijks iets over.

    De dood van Mouhcine Fikri

    De dood van Mouhcine Fikri was de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. Mouhcine, een visverkoper uit Imzouren, een dorpje uit de provincie Al Hoceima, kwam op een mensonterende wijze om het leven. Nadat de politie Mouhcines vislading had geconfisqueerd – bij gebrek aan een vergunning – en de vis bedorven had laten verklaren, ging Mouhcine uit protest op een nabijgelegen vuilniswagen staan.

    Toen de persmechanismen van de vuilniswagen werden aangezet, gleed Mouhcine uit en werd hij volledig vermorzeld. Een tragische dood die de lont in het kruit stak.

    Sindsdien zijn er aanhoudende protesten in de havenstad Al Hoceima. Dat de protesten geen separatistische doeleinden hebben, maar wel een strijd inhouden voor mensenrechten en tegen de corruptie, verklaart ook de brede steun van Arabischtalige Marokkanen in de rest van Marokko.

    Op twintig juli vond de ‘miljoenenmars’ plaats die was aangekondigd door Nasser Zafzafi, het gezicht van de protestbeweging ‘al-Hirak’.

    Die beweging eist een verbetering van de gezondheidszorg, economie en sociale voorzieningen. Nasser zelf is al sinds 29 mei aangehouden voor het verstoren van een politiek geïnspireerde vrijdagpreek. En naast hem zijn er ook tientallen demonstranten opgepakt, waardoor de hoofdeis van het protest inmiddels is verschoven naar de onmiddellijke vrijlating van alle vreedzame demonstranten.

    Daarop lijkt de koning een eerste belangrijke stap te hebben gezet. In zijn troonrede aan de vooravond van de nationale feestdag van 30 juli toonde de koning begrip voor de bekommernissen van de Riffijnen. Hij hekelde daarbij het gebrek aan verantwoordelijkheid van de politiek en van de Marokkaanse administratie.

    Tegelijk verleende hij gratie aan een zestigtal demonstranten, waarmee hij lijkt te anticiperen op de stijgende volkswoede. Maar echt onder de indruk lijkt de lokale bevolking niet te zijn. Met de vrijlating van slechts een vijfde van de betogers nemen de Riffijnen allerminst genoegen. En dus gaan de protesten gewoon door.

    Europese solidariteit

    De aanwezigheid van de Marokkanen uit de diaspora is in die zin welgekomen. Vanwege de blijvende affiniteit met hun roots willen duizenden Europese Riffijnen maar wat graag hun solidariteit betuigen met hun bloedverwanten.

    In België zelf zijn het echter voornamelijk de eerste en tweede generatie Marokkaanse Europeanen die comités oprichten om de boodschap van al-Hirak te verspreiden. Dat heeft niets met een verschil in empathie en medeleven te maken, maar alles met de verschillende leefwereld van de jongste generatie Europeanen met Berberse roots.

    De afnemende kennis van het Tamazight (Berbers) bij de jongeren, als gevolg van een steeds verdere omarming van de lokale taal, zorgt bijgevolg ook voor een beperktere toegang tot informatie.

    Veel harder en duidelijker was daarom de verontwaardiging van die jongeren op de schofferende uitspraken van Antwerps burgemeester Bart De Wever t.a.v. de ‘Berbergemeenschap’ uit zijn stad. Hij bestempelde hen als een uiterst problematische en wantrouwige bevolkingsgroep ten aanzien van de overheid.

    Een uitspraak die kwaad bloed zette en die hem kennelijk werd ingefluisterd door de Marokkaanse ambassadeur. (Met de constellatie in de Rif in het achterhoofd nogal cynisch.)

    Door de directere betrokkenheid met de lokale politiek berokkenen de uitspraken van een Antwerpse burgemeester daarom mogelijk veel meer schade bij die duizenden Vlaamse jongeren met Berberse roots. Misschien valt het dan toch nog reuze mee, met die ‘mislukte’ integratie?