Meest recent

    "Gedetineerden maken te weinig gebruik van aanbod geestelijke gezondheidszorg"

    Twee op de drie gedetineerden in Vlaamse gevangenissen maakt zelden of nooit gebruik van het aanbod geestelijke gezondheidszorg in de Vlaamse strafinrichtingen. 39 procent van deze groep heeft nochtans een psychiatrische diagnose en 35,1 procent heeft ernstige psychische klachten. Dat blijkt uit onderzoek van de UGent.

    De onderzoekers van de UGent hebben tussen oktober 2015 en mei 2016 1.326 gedetineerden ondervraagd. 46,3 procent werd ooit formeel gediagnosticeerd met een psychiatrische stoornis. Bij de vrouwen liep dat percentage op tot 61 procent, bij de mannen was dat 44,8. 

    De vrouwelijke gedetineerden worden meer geconfronteerd met depressieve stoornissen en eetstoornissen dan mannen. Vier op de tien ondervraagde gedetineerden hebben een voorgeschiedenis van psychiatrische hulpverlening. 37,3 procent kampte de afgelopen maand met ernstige psychische klachten.

    Uit het onderzoek blijkt ook dat gedetineerden weinig hulp zoeken en dat ze de diensten voor psychiatrische hulpverlening zowel binnen als buiten de gevangenismuren onderbenutten. Belangrijk obstakel om hulp te zoeken blijkt niet op de hoogte zijn van het aanbod.

    Bovendien kan het gesloten karakter van de detentie extra drempels opwerpen om de stap naar zorg te zetten. Ook wantrouwen ten opzichte van professionals, vrees voor stigmatisering en het verlies van het zelfbeeld zijn belangrijke barrières binnen de gevangeniscultuur.

    "Een andere structurele barrière is zonder twijfel het gebrek aan diensten die instaan voor het verstrekken van geestelijke gezondheidszorg aan gedetineerden", aldus de onderzoekers. Ze pleiten dat dit een prioriteit blijft in het beleid en dat de barrières om hulp te zoeken gereduceerd worden.