Meest recent

    Echtgenote Netanyahu ondervraagd in onderzoek naar fraude

    De Israëlische politie heeft gisteren de echtgenote van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu ondervraagd, die verdacht wordt van het verduisteren van overheidsgeld voor privé-uitgaven. Dat berichtten Israëlische media.

    Volgens de publieke radio werd Sara Netanyahu twee uur lang ondervraagd over de beschuldigingen dat ze publiek geld gebruikt zou hebben voor haar persoonlijke uitgaven in de privé- en de officiële woning van het koppel. Net als de vorige keren dat ze ondervraagd werd, gaf de politie ook deze keer geen commentaar bij de ondervraging.

    Premier Netanyahu is geen verdachte in de zaak, en ontkent ook dat zijn vrouw iets verkeerds doet. Toch was vooral hij woensdag voorpaginanieuws in Israël, omdat de Israëlische justitie dichtbij een akkoord zou staan met zijn vorige kabinetschef Ari Harow. Die zou bewijzen aanbrengen dat Netanyahu corruptie pleegde, in ruil voor immuniteit voor de misdaden waarvan hij zelf verdacht wordt.

    Al meer dan twee jaar lang loopt er een onderzoek naar Harow voor omkoping, misbruik van vertrouwen, belangenverstrengeling en fraude, meldde Ynetnews. Volgens de krant Haaretz zou hij onder meer kunnen aantonen dat Netanyahu illegale cadeaus kreeg van rijke prominenten, zoals de Australische miljardair James Packer en de Israëlische filmproducent Arnon Milchan. Ook zou hij informatie hebben over een - nooit afgeronde - deal die Netanyahu wilde sluiten met de krant Yediot of Ynetnews, die positief over hem zou berichten als de premier de concurrerende krant Israel Hayom zou verzwakken.

    De krant Jpost meldt donderdag dat Harow ook informatie heeft over de zogenaamde 'Submarine Case'. In tegenstelling tot de twee andere zaken is Netanyahu hier niet de verdachte.

    Het nieuws over de nakende deal leidde woensdag tot speculaties over een mogelijk ontslag van Netanyahu. De minister van Justitie Ayelet Shaked zei echter aan Ynetnews dat de premier juridisch niet verplicht is om af te treden als hij in staat van beschuldiging wordt gesteld.