Meest recent

    Etnisch bloedbad in de Congolese provincie Kasaï

    Volgens een nieuw VN-rapport zit Centraal-Congo in een spiraal van etnisch geweld. 251 doden zijn er de voorbije maanden geteld, van wie 62 kinderen. De overheid is medeplichtig, zegt de VN.
    Een vrouw toont haar geamputeerde arm.

    Onderzoekers van de VN zijn gaan praten met 96 gevluchte inwoners van de provincie Kasaï, in vluchtelingenkampen in Angola en in ziekenhuizen daar. Zo kwamen ze aan een balans van minstens 250 dodelijke slachtoffers tussen maart en juni alleen, bij aanvallen op dorpen en gerichte moordpartijen.

    Het geweld brak een jaar geleden uit. Toen kwam de militie Kwamina Nsapu in opstand na de dood van haar traditionele hoofdman. Sinds dit voorjaar heeft ook een militie van rivaliserende etnische groepen de wapens opgenomen. In juli sprak de Katholieke Kerk al van meer dan 3.300 doden op een jaar tijd. Meer dan 1 miljoen mensen is op de vlucht geslagen. Het geweld heeft een bijzonder gruwelijk en etnisch getint karakter gekregen, zegt de VN-rapporteur Scott Campbell.

    Afgehakte ledematen

    De VN-rapporteurs baseren zich op getuigenissen van de overlevenden. Ze zagen ook zelf mensen die ernstig waren toegetakeld, onder wie een 7-jarige jongen van wie de vingers waren afgesneden en het gezicht helemaal verminkt.

    "Overlevenden zeiden dat ze het geschreeuw hoorden van mensen die levend werden verbrand. Ze zagen hoe hun geliefden werden achternagezeten en in stukken werden gehakt. De gruwel is des te erger omdat we zien dat mensen steeds meer worden geviseerd vanwege hun bevolkingsgroep", zegt de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Zeid Ra’ad Al Hussein.

    Lamama-meisjes drinken bloed

    Het geweld begon toen leden van de Luba- en Lulua-gemeenschappen met de militie Kwamina Nsapu gerichte aanvallen begonnen uit te voeren, ook tegen het leger, politie en ambtenaren. In hun rangen zijn veel kindsoldaten, jongens en meisjes tussen 7 en 12 zelfs, die gedwongen werden om te vechten, of geïndoctrineerd door traditionele praktijken. De getuigen hadden het over meisjes, de zogenoemde “Lamama”, die in het kielzog van de militie optrokken en het bloed dronken van de slachtoffers, als een magisch ritueel dat hen onoverwinnelijk zou maken.

    Maar de Bana Mura-militie, die aanleunt bij de regering, gebruikt al even wreedaardige tactieken als brandstichting, onthoofding en verminking. Haar strijders behoren tot de etnische groepen Tshokwe, Pende en Tetela. De onderzoekers hoorden onder meer over een aanval op het dorp Cinq. Daar zouden 90 patiënten van een ziekenhuis en anderen die er hun toevlucht hadden gezocht, zijn vermoord, of zijn omgekomen toen de chirurgische afdeling in brand werd gestoken.

    Overheid medeplichtig

    Het is al maanden bekend dat de Congolese overheid liever geen pottenkijkers op het terrein heeft. Twee VN-medewerkers werden in maart vermoord op het terrein. De VN opende in juni een nieuw onderzoek. Congo stemde daarmee in, maar zei dat de Congolese justitie zelf het onderzoek in handen moest nemen. Begin juli ontdekten VN-onderzoekers samen met Congolese militaire speurders 38 massagraven in Centraal-Kasaï, dat bracht het totaal al op 80. Congo beweerde dat er slachtoffers lagen van de Kwamina Nsapu, de VN twijfelde aan die versie.

    In dit rapport sluit het net zich rond de Congolese overheid. Volgens de gevluchte getuigen in Angola waren plaatselijke ordediensten en ambtenaren medeplichtig. Ze zouden de etnische aanvallen hebben aangestoken, militieleden hebben bewapend en soms zelfs zelf hebben mee uitgevoerd.

    Geweld komt regering goed uit

    Het was al met zoveel woorden gezegd, maar nu staat het zwart op wit in het VN-rapport. De VN-onderzoekers zijn bezorgd dat de Congolese regering het geweld in Kasaï ‘manipuleert’ om de al uitgestelde verkiezingen nog meer op de lange baan te schuiven of in de provincie zelfs geen verkiezingen te laten doorgaan.

    Het volledige rapport van de VN vindt  u hier.