Meest recent

    Carolyn Steel: "Ons eten zou weer veel duurder moeten worden"

    Van Oostende tot Genk: overal in Vlaanderen vind je tegenwoordig dakboerderijen, boerenmarktjes en aquaponicsprojecten. Stadslandbouw is een hype. Maar is het ook meer dan dat? En valt landbouw wel echt te verzoenen met de stad? Jawel, vindt de Britse architecte Carolyn Steel, die er een boek over schreef, "Hungry city". Er is net altijd een heel organische band geweest tussen stad en platteland. Alleen zijn wij die kwijtgeraakt. Stadslandbouw kan helpen om die band te herstellen.
    Nicolas Maeterlinck

    Haar boek "Hungry city" dateert alweer van een aantal jaar geleden. Maar de relatie tussen stad en platteland, en dan vooral hoe die bepaalt hoe we met voedsel omgaan, blijft Carolyn Steel fascineren. Onlangs was ze in Antwerpen, voor een lezing bij stadslandbouwproject PAKT in Berchem.

    Landbouw in de stad, het blijft wat klinken als skiën in de Sahara: leuk gevonden, maar het hoort er niet thuis. Toch? Carolyn Steel moet lachen: “Integendeel. Er is net een heel sterke relatie tussen stad en platteland, altijd geweest.”

    Steden zijn oorspronkelijk zelfs ontstaan als distributiecentra voor voedsel, in de tijd dat de landbouw opkwam. De stad betrok haar voedsel uit de regio rondom de stad, en boeren kwamen naar de markt in de stad om hun waren te verkopen. Kijk maar naar de straatnamen in steden: de Veemarkt, de Graanmarkt, de Vismarkt,… die herinneren ons nog aan die dagen.

    “Als stadsbewoner kende je de boer waarvan je je groenten kocht misschien persoonlijk, en je biefstuk was ’s ochtends onder je raam voorbijgelopen. Maar nu hebben we een geïndustrialiseerd voedselsysteem, waardoor het economisch interessant is om boontjes te importeren uit Kenia. In de supermarkt liggen duizenden producten op ons te wachten, maar we vragen ons niet meer af waar het vandaan komt. Dat is de grote verandering die heeft plaatsgehad.”

    (lees voort onder de foto)

    (foto: permanente tentoonstelling MAS)

    Industriële Revolutie

    Steel situeert dat keerpunt bij de Industriële Revolutie, in de 19e eeuw. Toen werd het mogelijk om ook voedselproductie te industrialiseren, je kreeg spoorwegen om voedsel van veel verder aan te voeren, en je kreeg voedselverwerkende fabrieken buiten de stad. Gevolg: we hebben volop toegang tot voedsel, maar we zijn er vervreemd van geraakt.

    “Wat de industrialisatie ook gedaan heeft, is de illusie creëren van goedkoop voedsel. We besteden nu minder geld aan ons eten dan ooit tevoren. We waarderen het niet meer echt. En tegelijk worden de kosten van een heleboel andere zaken niet doorberekend in ons voedsel: dat enorme stukken land uitgeput raken door monoproductie, dat we 70% van het zoet water in de wereld gebruiken in de landbouw. Dat de landbouw – vooral de veeteelt – bijdraagt aan de klimaatopwarming. Dat we 10 calorieën energie verbruiken voor elke voedselcalorie die we produceren: die kosten worden allemaal niet doorgerekend. Maar die kosten komen toch wel een keer op ons bord te liggen, alleen op een rampzalige manier.”

    Eten zou eigenlijk weer duurder moeten worden, vindt Steel. Alleen vergt dat een aanpassing van ons hele economische systeem, want het is natuurlijk wel de bedoeling dat iedereen zich kwalitatief voedsel kan veroorloven.

    Steel verwijst naar de toenemende ongelijkheid: “We hebben een meer gelijke samenleving nodig, waarin iedereen een fatsoenlijk loon verdient en zich daardoor kan permitteren om de echte kostprijs van voeding te betalen.”

    Handen vuil maken

    Dat zal nog niet voor morgen zijn, dat realiseert ze zich ook wel, zegt Steel. Maar tegelijk ziet ze heel wat bewegen. Ze wijst rondom zich, naar de fruitboompjes en de tomatenplanten in de dakboerderij van PAKT.

    “Dit is een plek waar mensen hun eten kunnen zien groeien, waar ze zelf hun handen vuil kunnen maken. Stadsbewoners leren hun voedsel weer beter kennen en waarderen, en dat is ontzettend belangrijk. Het is niet dé oplossing – je kunt niet al het voedsel voor een stad in die stad kweken, want dan heb je geen stad meer – maar het is een stukje van de oplossing. De verbinding herstellen.”

    Een nieuwe manier van voedselproductie in steden is verticale landbouw: groenten en kruiden die in lagen gekweekt worden op substraten, met behulp van LED-verlichting. Het is een hoogtechnologische teeltwijze, en die houdt net daardoor voor- en nadelen in, vindt Carolyn Steel.

    “Wat geweldig is, is dat je minder pesticiden nodig hebt en dat je je voedselkilometers flink reduceert. Alleen kost het heel erg veel, en granen – basisvoedsel – kun je er niet in kweken. Tegelijk doet het ook vragen rijzen: van wie is dat eten, en de rechten erop? Want als het een kwestie wordt van Goldman Sachs-types en van dure patenten op complexe teeltsystemen, dan zijn we nog verder van huis.”

    Technologie én natuur

    Als je haar zo bezig hoort, dan lijkt het wel alsof de industrialisatie alleen maar nadelen heeft. Tegelijk stelt die ons wel in staat om miljarden mensen te voeden. Het is ook helemaal niet haar bedoeling om de klok zomaar terug te draaien, verzekert Steel.

    “Ik denk dat we moeten teruggrijpen naar een aantal principes van biologische landbouw, want dat is de enige echt duurzame teeltwijze. Tegelijk moeten we ook moderne technologie omarmen: met satellieten kun je de bodem analyseren, kijken waar er water en meststoffen nodig zijn. En waarom zouden we niet selectief gebruik maken van genetische modificatie van planten? Zolang ze niet het exclusieve eigendom worden van sommige bedrijven tenminste. Maar ik denk dat we een brede, slimme aanpak nodig hebben, die onze voedselproductie weer menselijker maakt en weer meer in harmonie met de natuur. We moeten mét de natuur werken, niet ertegen.”

    Sitopia

    Carolyn Steel heeft daar een naam voor bedacht: Sitopia. Dat komt van het woord 'sitos': Grieks voor 'voedsel' en 'topos', ‘plaats’. Het woord doet onvermijdelijk denken aan Utopia, dat is het nu net niet, zegt ze: Utopia gaat uit van een perfecte wereld, en die komt er toch nooit.

    “Je moet geen perfecte wereld zitten fantaseren, je moet manieren zoeken om de wereld hier en nu beter te maken. En voeding is daarvoor een goede manier, want we moeten allemaal eten. Door kleine stapjes te zetten, bijvoorbeeld door zo’n stadsboerderij op te richten, kun je toch impact creëren. Want je verandert de manier waarop we denken en eten. Uiteindelijk komt het allemaal neer op de vraag: wat is een goed leven, en hoe kunnen we beter leven?”

    De hele zomer kijkt het programma "Bonus" naar wat er beweegt in de landbouwsector. "Bonus" is in de zomer elke zaterdag te beluisteren van 7 tot 9 uur of te herbeluisteren via de website van Radio 1.

    Bekijk hier de TED-toespraak van Carolyn Steel