Meest recent

    De club van 99% - Peter Verlinden

    Met zijn eclatante overwinning in deze presidentsverkiezingen, officieel 98,63 %, maakt de Rwandese president Paul Kagame voortaan deel uit van wat in Angelsaksische publicaties wel eens de ‘99%-club’ genoemd wordt, de club van de 99%, de supertop van de ‘verkozen’ alleenheersers. De geschiedenis leert wel dat een dergelijk verkiezingsresultaat geen enkele garantie biedt voor de politieke toekomst van de betrokken leider. En in ieder geval geen weergave is van wat er echt leeft bij de betrokken bevolking.
    analyse
    Analyse

    Peter Verlinden volgt het Gebied van de Grote Meren in Centraal-Afrika al sinds 1989, eerst voor de Belgische minister van Ontwikkelingssamenwerking, sinds 1991 voor VRT-Nieuws.

    Illustere voorgangers

    Het meest recente voorbeeld is wellicht de Syrische president Bashar al-Assad. In 2007 won hij nog met 97,62%. Toegegeven, geen 99%, maar toch wel een “unanieme bevolking die achter haar president” stond, zoals de Syrische staatsmedia dat toen verkondigden. Vier jaar later begon de burgeroorlog in Syrië, waardoor het land intussen uiteengespat is, miljoenen burgers op de vlucht geslagen, honderdduizenden omgekomen, en tientallen milities en legers die de macht betwisten.

    Enkele jaren eerder, in 2002, had de Iraakse president Saddam Hoessein het nog ‘beter’ gedaan. Hij behaalde volgens zijn staatsmedia de volle 100% bij een “eerlijke en correcte” volksraadpleging, waardoor hij volstrekt wettelijk nog zeven jaar aan de macht kon blijven. Amper enkele maanden later begon de oorlog en was het afgelopen voor Saddam Hoessein. Van de 100% steun van zijn bevolking was niet veel meer te merken.

    In Zaïre/Congo deed Mobutu Sese Seko het in 1984 bij zijn laatste presidentsverkiezingen ook ‘bijzonder overtuigend’: een overwinning met 99%, en zo werd hij een volwaardig lid van de ‘99%-club’. Toch zou zelfs dat resultaat voor ‘de luipaard van Afrika’ geen toekomstperspectieven bieden. Amper zes jaar later moest hij onder internationale druk zijn eenheidspartij afschaffen en kwam het Zaïre van toen terecht in een opbod van tientallen politieke partijen. De macht van Mobutu kalfde helemaal af. Van die eensgezinde bevolking achter één ‘chef’ bleef niets meer over met uiteindelijk de gevolgen die we kennen: verschillende oorlogen met mogelijk miljoenen doden.

    En zelfs uit de geschiedenis van zijn eigen Rwanda zou Paul Kagame wat lessen kunnen trekken.

    In 1988 werd president Juvénal Habyarimana daar herverkozen met 99,98% van de stemmen. Toegegeven, dat is toch nog een fractie ‘beter’ dan Paul Kagame vandaag. Twee jaar later begon de oorlog met de inval van het Patriottisch Front van … Paul Kagame. Enkele maanden tevoren was de democratisering van het land afgekondigd en in amper enkele jaren raakte de macht helemaal versnipperd over verschillende partijen. Van de zo goed als totale eensgezindheid achter president Habyarimana bleef niets meer over.

    De weg naar 99%

    Het recept in al deze gevallen om aan die 99% te geraken, met alle risico’s van dien zoals de geschiedenis leert, blijkt wel bijzonder eensluidend.

    Belangrijk is eerst en vooral om geleidelijk alle ernstige oppositie uit te schakelen. De meeste alleenheersers, zo ook Paul Kagame, zijn gestart in een min of meer democratische omgeving. Maar stap voor stap hebben zij elke tegenstem uit de weg geruimd, gewoon fysiek, moord dus, of door hen in de gevangenis te stoppen, gewoonlijk na een schijnproces, of door de opposanten zodanig te terroriseren dat ze uiteindelijk uit lijfsbehoud ervoor gekozen hebben om het land te verlaten.

    Wat Rwanda betreft is Paul Kagame daar meteen in 1994 al mee begonnen, toen hij na een oorlog die bijna vier jaar had geduurd het land veroverd had in de nasleep van de genocide op de Tutsi’s, de bevolkingsgroep waartoe hij zelf behoort. In december van datzelfde jaar getuigde de toenmalige minister van Justitie al doodsbang over de massamoorden die Kagame en zijn mannen aanrichtten onder de Hutu-bevolking die collectief beticht werd van deelname aan de genocide. Uiteraard zonder enige vorm van proces werden vooral de Hutu-mannen uitgemoord of in de gevangenis gestopt. Het angstklimaat dat daardoor ontstond, ook bij wie volstrekt onschuldig was, verlamde elke kritische stem. Dat was nog maar een begin van twee decennia terreur. Ook de afgelopen maanden zijn alweer opposanten omgebracht of verdwenen. Uiteraard zegt het regime dat het daar niets mee te maken heeft. Maar een ernstig onderzoek naar dergelijke verdwijningen volgt er nooit.

    Dat klimaat van angst, bevestigd in een recent rapport van Amnesty International, maar bij de kenners al lang bekend, leidt ook tot een fatalistische houding bij het overgrote deel van de ooit kritische Rwandezen. “Welke zin heeft het dat ik mijn leven en dat van mijn familie op het spel zet door tegen Kagame te stemmen?”, vertellen de meeste vluchtelingen die de afgelopen jaren in België aangekomen zijn als ze eindelijk weer wat vrij kunnen spreken. Het klinkt als een echo van de Syriërs, Irakezen en Congolezen die ooit ook voor hun leiders hebben gestemd toen die nog almachtig waren.

    Want in al die dictaturen werd of wordt de bevolking strikt gecontroleerd, naar het model van de Stasi destijds in Oost-Duitsland en de Securitate in Roemenië. Zo is ook het huidige Rwanda strikt hiërarchisch georganiseerd, overigens precies zoals onder president Habyarimana in de jaren zeventig en tachtig, de man van 99,98% in 1988 … Het regime, in dit geval het RPF, het Rwandees Patriottisch Front van Paul Kagame, weet alles. Zeker analfabete Rwandezen maar ook vele anderen zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat de machthebbers altijd kunnen achterhalen voor wie ze gestemd hebben, ook al omdat de duimafdruk, zoals op het stembiljet, op dezelfde manier gebruikt wordt voor officiële papieren zoals de aangifte van een geboorte.

    Daar bovenop komt de regelrechte kiesfraude. Stembiljetten die massaal onder toezicht ingevuld worden vooral de stembureaus open gaan, fraude bij het samenvoegen van de resultaten, en andere technieken. Zeker bij de verkiezingen in 2003, waar ik zelf nog bij kon zijn, is dat gebeurd. Mogelijk hoefde dat nu niet meer omdat de andere ingrepen al volstonden.

    Tenslotte, dat moet absoluut gezegd, heeft een alleenheerser, zo ook Paul Kagame, altijd wel een echte aanhang. Alleen is het bijzonder moeilijk om te weten hoe groot die werkelijk is. In het geval van dit Rwanda gaat dat alvast om een deel van zijn eigen bevolkingsgroep, en zeker diegenen die precies zoals hij als vluchteling in het buitenland geleefd heeft, vooral in Oeganda, en dankzij de overwinning in 1994, terug naar Rwanda kon komen en daar alle kansen krijgt. Wellicht is er ook een deel van de bevolking die kiest voor de stabiliteit en de rust die Kagame uiteindelijk gebracht heeft, zelfs al is dat in een repressief en onvrij klimaat. En de economische vooruitgang, hoe ongelijk verdeeld ook, komt hoe dan ook altijd iemand ten goede. Wie erop vooruit gegaan is de afgelopen twintig jaar kan inderdaad een goede reden hebben om voor Paul Kagame te stemmen, zelfs al moet hij of zij verder zwijgen.

    Overigens is die economische vooruitgang waar dit regime zo graag mee uitpakt in grote mate gebaseerd op giften uit het buitenland, ontwikkelingssamenwerking bijvoorbeeld, ook uit ons land. Traditioneel werd en wordt het ontwikkelingsgeld in Rwanda goed beheerd en levert het tastbare resultaten op, zeker in vergelijking met een land als Congo. Dat was zo al onder president Juvénal Habyarimana (tussen 1973 en 1994) toen Rwanda ook al een ‘donor darling’ was, een lieveling bij de Westerse donoren, omdat de ontwikkelingsprojecten een grotere kans op slagen hadden dan waar ook. Maar destijds leidde die economische groei tot meer welvaart voor een veel groter deel van de bevolking, tot diep in de heuvels. Sinds de machtsovername door Paul Kagame in 1994 is de ongelijkheid alleen maar toegenomen. Er is inderdaad economische groei, dankzij de buitenlandse hulp, maar lang niet voor iedereen, wel integendeel.

    Maar dat hoeft een regime niet te beletten om de opperste machthebber te belonen met bijna 99% van de stemmen en hem zo nog eens zeven jaar aan de macht te houden, na geslaagde ‘verkiezingen’.