Meest recent

    De zwijgzaamheid van het voedselagentschap

    De fipronilvervuiling in eieren verhit nu ook de politieke gemoederen. Wellicht komt de vertraging door de vakantie, maar ook door het feit dat er maar mondjesmaat informatie naar buiten komt. En vooral daar knelt het schoentje en kan je je afvragen of de lessen uit de dioxinecrisis dan niet zijn getrokken?

    opinie
    Siel Van der Donckt
    Siel Van der Donckt is gewezen journalist van VRT nieuws. Ze bracht in 1999 de dioxine-crisis aan het licht.

    Hoewel er veel verschillen zijn met de dioxine-/pcb-crisis van 1999, zijn er toch weer opvallende parallellen.

    1. De aanwezigheid van het verboden insecticide fipronil in consumptie-eieren is aan de overheid gesignaleerd door een privébedrijf dat aan ‘autocontrole’ deed.

    Met andere woorden, het eierbrekingsbedrijf in St-Niklaas dat de alarmbel luidde, was alerter dan het FAVV, het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.

    De vraag rijst dan onmiddellijk: hoe kan dat? Is er dan geen systematische screening op fipronil in eieren bij het FAVV?

    Ook bij de dioxinecrisis werden de pcb’s/dioxines ontdekt door een veevoederbedrijf dat leverde aan kippenkwekerijen en dat merkte dat er iets mis was met het aangekochte, gerecycleerde vet.
    In het geval van de pluimveesector is het probleem van bloedluisbestrijding een oud zeer; het was dus zeker aangewezen om daar regelmatig en systematisch te controleren op insecticiden die mogelijk illegaal gebruikt worden, zoals fipronil.

    2. Het crisismanagement gaat niet uit van het voorzorgsprincipe.

    Eerst wordt er niet gecommuniceerd en worden er allerlei stappen achter de schermen genomen. Pas weken later komt de eerste publieke interventie. In dit geval was de eerste melding begin juni 2017 en kwam de eerste blokkering er pas op 20 juli, datum waarop er ook een Europees alarm werd gegeven.

    Ook dat scenario lijkt bijzonder sterk op het dioxineverhaal: ‘zolang er niks zeker is, houden we het stil’, eerst analyses en data verzamelen, dan achterhalen hoe groot de schade is, en dan blokkeren, maar zeker niets eerder bekendmaken. Tot er ook in het buitenland besmettingen blijken te zijn, die hun oorsprong bij ons vinden, en je dus wel uitleg móét gaan geven.

    Het ís natuurlijk dansen op een slappe koord: je mag geen paniek zaaien en je moet ervoor zorgen dat er geen besmette producten langs achterdeuren verdwijnen. In dit geval schermt het FAVV ook nog met het argument ‘dat er een gerechtelijk onderzoek loopt dat je niet mag doorkruisen door informatie vrij te geven’.

    Maar het FAVV is er wel in de eerste plaats voor de ‘voedselveiligheid’, voor de bescherming van de consument, en dan lijkt het voorzorgsprincipe toch evident? Dan lijkt het alleszins meer vertrouwenwekkend als je deze volgorde hanteert: eerst bedrijven blokkeren en producten uit de winkelrekken halen, dan analyseren, en dan vrijgeven of vernietigen.

    Het FAVV, het Federale Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, is destijds naar aanleiding van de dioxinecrisis opgericht. Met de bedoeling de controle op ons voedsel en de traceerbaarheid ervan te verbeteren. Bovendien zou het Voedselagentschap vaste procedures uitwerken voor het beter beheersen en indijken van voedselcrisissen.

    Bij de dioxinecrisis is er achteraf beweerd dat er veel te veel en te snel is beslist om van alles uit de rekken te halen en te vernietigen.

    Dat zal voor een deel misschien wel kloppen, maar er is ook, in de eerste piekperiode van vervuiling, veel gepasseerd en opgegeten dat wél schadelijk was, door getalm en door de aarzeling om een en ander bekend te maken, vooral vanuit commerciële overwegingen.

    Het zal nog moeten blijken of dit hier in de fipronilaffaire ook het geval is geweest.

    In elk geval lijkt het er nu al op dat we nog lang niet alles weten: als het klopt dat de grootschalige import van het insecticide in ons land, door het betrokken bedrijf in Weelde, teruggaat tot 2014, dan rijst de vraag wat er in die drie jaar mee is gebeurd en in hoeverre het mogelijk al die tijd – onontdekt – is ingemengd in stalreinigingssmiddelen?

    Dit zal wellicht ook de discussie weer aanzwengelen of het wel zo’n goede zaak is dat het FAVV onder de paraplu van het ministerie van Landbouw zit en dat Volksgezondheid sinds de dioxinecrisis niet meer bevoegd is voor voedselveiligheid.

    3. De communicatie loopt mank.

    Als je consumenten inlicht in de trant van: ‘Er zit iets in de eieren dat er eigenlijk niet mag inzitten, maar het kan geen kwaad voor de volksgezondheid’, en je geeft verder géén details over de hoeveelheden die gevonden zijn, de hoogte van de overschrijdingen, enzovoort, dan kan je toch moeilijk verwachten dat alle burgers en consumenten dit braaf slikken en voor de rest ‘vertrouwen op onze overheid’. Dan lijkt het er juist op dat je iets te verbergen hebt.

    Als een gewetensvolle en terecht bezorgde wetenschapper als toxicoloog Jan Tytgat dan de vraag stelt naar de precieze cijfers, wordt het geweer van schouder veranderd en komt er toch meer informatie.

    De architect van het FAVV, Piet Vanthemsche, mag dan wel begrip en vertrouwen vragen, maar het kwaad is geschied.

    Bij deze nog een belangrijk pijnpunt: sinds de dioxinecrisis is alle informatie over voedselveiligheid gekanaliseerd via één ‘doorgeefluik’, namelijk de woordvoerder.

    Ambtenaren van hoog tot laag in de administratie hebben een absoluut spreekverbod gekregen – ondanks de wettelijke garanties voor ‘spreekrecht voor ambtenaren’ (cfr. omzendbrief 404 in 1994 en de Deontologische Code voor federale ambtenaren uit 2007, omzendbrief 573).

    Vroeger kon je als journalist bij wetenschappers in de overheidslabs terecht, bij inspecteurs te velde enz. om het hele verhaal te reconstrueren, met alle nuances en grijstinten. Als je een van hen wou interviewen, als deskundige, dan kon dat, mits zij of hij toestemming kreeg van het diensthoofd.

    Nu mogen ze zelfs ‘off the record’ niets meer zeggen, ze moeten doorverwijzen naar de woordvoerder, en die is getraind in het wegfilteren van precies die nuances en relevante details.

    Meer nog: in plaats van ‘doorgeefluik’ voor informatie aan de media en aan de burger, fungeren de meeste overheidswoordvoerders vooral als ‘stoplap’, als vinger in het lek in de dijk.

    En dat doet de transparantie van bestuur zeker geen goed.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.