Meest recent

    De A-bom: "de vernietiger van werelden"

    72 jaar geleden verwoestte één atoombom de Japanse stad Hiroshima. Enkele dagen later gebeurde hetzelfde in Nagasaki. Oorlogvoering zou nooit meer hetzelfde zijn en de mensheid moest leren leven met de mogelijkheid van totale verwoesting van leven, een mogelijkheid die geopperd werd in het oude hindoeverhaal Bhagavad Gita.
    AP1997

    Begin de jaren 30 was de fysica in een stroomversnelling gekomen met het onderzoek naar nucleair materiaal. In 1932 ontdekte de Hongaar Leó Szilárd -onthou die naam- het principe van de "kettingreactie" die op gang zou komen als zware elementen zoals uranium beschoten zouden worden met neutronen. 

    Dat uranium zou dan uiteenvallen, waarbij veel energie zou vrijkomen, maar ook nieuwe neutronen, die dan weer andere uraniumatomen zouden doen uiteenvallen, de kettingreactie dus. Szilárd ontdekte ook dat dat alleen kon werken als er een "kritische massa", een minimumhoeveelheid uranium was, waardoor er alsmaar meer atomen uit elkaar zouden vallen.

    De Hongaarse fysicus van Joodse afkomst besefte meteen ook het gevaar van zijn ontdekking, mocht de enorme hoeveelheid energie die vrijkomt bij kernsplitsing van uranium of plutonium gebruikt worden bij oorlogsvoering. Het aan de macht komen van Adolf Hitler in dezelfde periode deed Szilárd besluiten om de resultaten van zijn onderzoek over te maken aan de Britse regering, die er daarna weinig mee deed, tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak in september 1939.

    Amerika start het "Manhattan Project"

    Nu was Szilárd niet de enige die kernonderzoek verrichtte; met name in Duitsland waren topgeleerden zoals Otto Hahn, Lise Meitner en Werner Heisenberg met gelijkaardig kernonderzoek bezig. Szilárd -die intussen naar de VS was verhuisd- vreesde dat nazi-Duitsland als eerste een kernbom zou ontwikkelen en Hitler zou er geen enkele scrupule over hebben om die ook te gebruiken.

    Szilárd haalde de beroemde geleerde Albert Einstein (foto) er dan ook toe over om op 11 oktober 1939 die bezorgdheid in een brief mee te delen aan de Amerikaanse president Franklin Roosevelt. Die aarzelde, maar na de Japanse aanval op Pearl Harbor eind 1941 gooide Roosevelt zijn gewicht achter het geheime "Manhattan Project". 

    In totaal zouden 130.000 mensen -geleerden en militairen- op diverse plaatsen aan het onderzoek naar een kernbom werken. In huidige termen bedroeg de kostprijs 25 miljard dollar. Amerika gooide brein en kapitaal samen in de race naar de ultieme bom, waarvan niemand wist of die ook zou werken.

    In Duitsland schoot het nucleair onderzoek echter niet echt op, ook al omdat er slechts een beperkte hoeveelheid nucleair materiaal beschikbaar was. Na de oorlog lieten een aantal Duitse wetenschappers echter doorschemeren dat ze opzettelijk getalmd hadden met hun werk om Hitler geen kernbom in handen te geven.

    Van "Trinity" naar Hiroshima

    Het onderzoek in de VS verliep met veel vallen en opstaan en vooral met veel geruzie tussen wetenschappers onderling en met de militairen. Wel kwam er vaart in, nadat generaal Lesley Groves en de wetenschapper Robert Oppenheimer (foto) aan het hoofd van het project waren gesteld.

    Eerst werd 1.250 ton uranium aangekocht uit Belgisch Congo en er werd een speciale fabriek gebouwd om dat materiaal te verrijken. In 1942 startte Enrico Fermi in Chicago de eerste werkbare kernreactor op. Het onderzoek was nu niet enkel theoretisch meer.

    Begin 1945 kwam de ontwikkeling in een stroomversnelling terecht en werden drie atoombommen gemaakt: twee op basis van plutonium, één met uranium.

    Op 16 juli 1945 kwam het moment van de waarheid: "Trinity" (foto boven) of de test van de eerste plutoniumbom in de woestijn van Alamogordo in New Mexico. Voor het eerst waren Oppenheimer en zijn collega's getuige van een hevige lichtflits, gevolgd door een hevige explosie en schokgolf, waarna een paddenstoel van stof en puin opsteeg.

    "It worked", mompelde Oppenheimer, alsof hij er tot dan toe zelf over getwijfeld had. Later sprak de wetenschapper -die dol was op oude Sanskrit-literatuur uit Indië- het fameuze citaat "I have become Death, the destroyer of worlds" uit de Bhagavad Gita ("Lied van de Heer"), een van de heilige werken uit het hindoeïsme. De precieze vertaling luidt echter: "Ik ben de verschrikkelijke tijd, de vernietiger van alle wezens in alle werelden".

    Hoe werkt dat?

    Er zijn twee soorten atoombommen: die met kernsplitsing en met kernfusie. Bij kernsplitsing worden zware atomen zoals uranium-235 of plutonium-239 beschoten met neutronen, waardoor die uit elkaar vallen in lichtere elementen en nieuwe neutronen die dan op hun beurt weer andere atomen splitsen. Die reactie wordt op gang gebracht door de ontploffing van conventionele explosieven die rond de atoombom zitten, die samendrukken en zo een kettingreactie op gang brengen.

    Bij kernfusie gebeurt het omgekeerde: isotopen van het erg lichte waterstof zoals deuterium en tritium worden samengevoegd tot het iets minder lichte helium, waardoor enorm veel energie vrijkomt, volgens hetzelfde principe als binnen in sterren gebeurt. Via kernfusie ontwikkelde Edward Teller in 1952 de eerste waterstofbom met een kracht van 10 megaton. Eén megaton is het equivalent van één miljoen ton conventionele explosieven. Ter vergelijking: de eerste atoombom had een kracht van "slechts" 20 kiloton of twintigduizend ton gewone TNT.