Meest recent

    De Europese krachtmeting met Polen

    De Poolse regering zette steeds meer stappen die door de Europese Unie werden beschouwd als de ontmanteling van de rechtsstaat. Maar de Polen vinden dat Europa zich niet moet bemoeien met de manier waarop ze hun rechtssysteem organiseren.

    opinie
    Hendrik Vos
    Hendrik Vos en Rob Heirbaut schrijven om de twee weken beurtelings een opinietekst, respectievelijk analysetekst, over Europese politiek. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies. Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de EU.

    De Poolse regering werkt op de zenuwen van Frans Timmermans. Timmermans is ondervoorzitter van de Europese Commissie en onder meer bevoegd voor – hou u vast – rechtsstatelijkheid. Wat dat betekent, wordt nu stilaan duidelijk: lidstaten van de Europese Unie moeten een rechtstaat zijn, en dat houdt onder meer in dat ze onafhankelijke rechters horen te hebben. In Polen lijkt dat een probleem te worden: de greep van de politiek op de rechterlijke macht wordt er erg groot. Dus moet er worden opgetreden, en dat is een klus voor de Europese commissaris voor Rechtsstatelijkheid.

    Waar bemoeit Europa zich mee?

    Timmermans probeert al meer dan een jaar om het gesprek aan te gaan met de Poolse regering. Uit beleefdheid ontving die hem de voorbije periode geregeld in Warschau. Er werden handen geschud en er was koffie, maar een oplossing kwam niet dichterbij. Integendeel, de Poolse regering zette steeds meer stappen die door Timmermans werden beschouwd als de ontmanteling van de rechtsstaat.

    De Polen doen alsof hun neus bloedt: ze vinden dat de Europese Unie zich niet moet bemoeien met de manier waarop ze hun rechtssysteem organiseren. En bovendien, zo zeggen ze, zijn er nog wel landen in de Unie waar rechters door de politiek worden benoemd.

    Totale onderwerping

    De Europese Commissie ziet het anders. Er zijn inderdaad meerdere lidstaten waar de leden van het hoogste gerechtshof politiek benoemd worden, maar wat er nu in Polen gebeurt, gaat vele stappen verder.

    De regering wil de macht om op alle niveaus rechters te benoemen, en tegelijk ook om huidige rechters vlotjes te ontslaan of gepensioneerden willekeurig in dienst te houden. Bovendien zou het toezichtsorgaan op het juridische systeem eveneens door de regering worden aangesteld. Die combinatie van maatregelen is er in geen enkele andere lidstaat van de Unie, en komt neer op de totale onderwerping van de rechterlijke macht aan de Poolse regering. En daar moet de Unie wel degelijk tegen optreden, klinkt het bij de Commissie.

    Niet alleen omdat er geraakt wordt aan een fundamentele waarde waarop de Unie is gebaseerd, maar ook omdat Europese politiek in essentie bestaat uit een verzameling wetten en regels. Het zijn vooral de nationale rechtbanken die erop moeten toekijken dat die Europese regels consequent worden toegepast. Bij twijfel over een interpretatie kunnen ze eventueel de hulp inroepen van het Europese Hof van Justitie. Maar in elk geval moeten de lidstaten elkaar en hun rechterlijke machten kunnen vertrouwen. Omdat de Poolse regering nu de botte bijl zet in het juridische systeem verdwijnt dat vertrouwen. Die Poolse kwestie is daarom ook een Europees probleem.

    Meertrapsraket

    Het is dus tijd voor actie, klinkt het in Brussel. De Unie beschikt over een meertrapsraket. Er zijn namelijk verschillende middelen om de Polen tot de orde te roepen, het ene al drastischer dan het andere. Maar in de praktijk ligt het allemaal niet zo eenvoudig.

    Twee concrete pistes liggen nu op tafel. De ene is de zogenaamde nucleaire optie, het artikel zeven uit het Europees Verdrag. De andere piste is de meer klassieke manier om landen die Europese regels overtreden tot gehoorzaamheid te dwingen.

    Eerst dat fameuze artikel zeven. Als een land de waarden van de Unie naast zich neerlegt, dan kan het zijn stemrecht verliezen in de Raad. Dat zou concreet betekenen dat de Poolse minister van landbouw of milieu niet meer mee mag beslissen over landbouw- of milieuzaken. Europese wetten worden dan voortaan gemaakt zonder inbreng van de Polen, terwijl ze die wetten wel moeten blijven volgen. Dat zou vooral een sensationele politieke blamage zijn: je bent lid van een club, maar als er over de regels wordt beslist, vlieg je in de hoek.

    Verzanden in artikel zeven

    Artikel zeven is in essentie heel ‘politiek’ van aard: er komt geen rechtbank aan te pas. Het zijn de andere lidstaten die het heft in handen nemen. En daarmee zitten we bij een groot probleem: artikel zeven is moeilijk te activeren.

    Eerst moet vier vijfden van de lidstaten constateren dat de Europese waarden ‘in gevaar’ zijn. Misschien lukt dat nog, want er zijn flink wat landen die zich zorgen maken. Maar om verder te gaan in de procedure, moeten de Europese leiders vervolgens unaniem vaststellen dat de waarden ‘daadwerkelijk overtreden’ worden. Die unanimiteit wordt een probleem: de Poolse regering heeft nog wel wat vrienden en bondgenoten. Vooral de Hongaarse premier Viktor Orbán zal zijn Poolse collega niet laten vallen. Pas nadat er eensgezindheid is onder de leiders kan er, in een later stadium, over sancties beslist worden. Iedereen beseft het dus: het zal er niet van komen.

    Misschien wordt de procedure wel opgestart, maar ze zal op een dag verzanden. Daarom volgt de Commissie ook een ander pad, dat van de gewone inbreukprocedure.

    Het tweede spoor

    Als een land een gewone Europese wet overtreedt, dan kan het door het Hof van Justitie veroordeeld worden. Meestal is het de Commissie die de zaak opstart: als zij vermoedt dat er een probleem is, dan stuurt ze een vriendelijke brief naar de lidstaat waarin ze uitleg vraagt. Dat doet ze honderden keren per jaar, en geen enkele lidstaat ontsnapt eraan.

    Als het probleem daarmee niet opgelost raakt, komt er een meer formele brief, en vervolgens legt de Commissie de kwestie voor aan het Hof van Justitie. Ieder jaar moeten de rechters in Luxemburg tientallen oordelen vellen, en meestal wordt de lidstaat daarbij veroordeeld. De Europese wet moet dan snel worden toegepast, of anders komt er een boete.

    Het voordeel van dit tweede spoor is dat de beslissing onafhankelijk wordt genomen. Het probleem is echter dat de ‘Europese waarden’ die Polen overtreedt niet echt vastliggen in Europese wetten. Waarden zijn per definitie vager en moeilijker tastbaar. Maar de Commissie heeft een achterpoortje gevonden: er is wel een Europese wet die voorschrijft dat mannen en vrouwen bij hun pensioen gelijk behandeld moeten worden. En in Polen wil de regering vrouwelijke rechters op hun zestigste met pensioen sturen, terwijl mannelijke rechters nog vijf jaar langer kunnen blijven. Dat is discriminatie, zegt de Commissie, en hier wordt bijgevolg een specifieke Europese wet overtreden.

    De lange baan

    De hele kwestie aanpakken via artikel zeven is wat moeilijk, maar door op dit detail te focussen, hoopt de Commissie om de plannen van de Poolse regering te ontregelen. Het is alsof je de daders van de grote treinroof probeert te pakken omdat ze de wet op zwartrijden hebben overtreden door zonder kaartje op de trein te stappen.

    Het Europese verbod over discriminatie tussen mannen en vrouwen is duidelijk en finaal zal het Hof Polen veroordelen. De afloop is voorspelbaar, maar de procedure vraagt wel veel tijd. In 2013 werd België tot een boete veroordeeld omdat het een Europese wet over afvalwaterzuivering uit 1991 overtrad. De lidstaten hadden tot 1998 de tijd gekregen om de regels toe passen, maar pas vijftien jaar later konden rechters, advocaten, diplomaten en ambtenaren de kwestie afronden en België bestraffen.

    Als we er nu ook vijftien jaar bijtellen, dan zijn we 2032 vooraleer Polen tot een boete wordt veroordeeld. Op dat moment zal de huidige regering er natuurlijk al lang niet meer zijn.

    Praten en uitzweten

    Is het dan allemaal een maat voor niets? Met artikel zeven zal het niet lukken om Polen aan te pakken, en de gewone inbreukprocedure die nu is opgestart, vraagt erg veel tijd en draait slechts om een detail.

    Maar tegelijk schroeft de Commissie wel de druk op. En op de achtergrond wordt er intussen gepraat, gepraat en vooral gepraat. De indruk bestaat dat het een dovemansgesprek is, en tot op zekere hoogte is het dat ook. Maar de dialoog blijft wel gaande.

    De Poolse president weigerde intussen om zijn handtekening te zetten onder twee wetten die de regering heeft voorgesteld. Het protest in Polen zelf heeft daar wat mee te maken, maar zeker ook de druk van de Unie. De justitiehervorming begint dus vertraging op te lopen.

    In essentie hoopt Europa vooral dat het probleem zich geleidelijk vanzelf oplost, door een combinatie van dialoog en formele en minder formele druk. De voorloper van artikel zeven werd al eens gebruikt om Oostenrijk tot de orde te roepen. De extreem-rechtse partij van Jörg Haider was er toegetreden tot de regering en toenmalig Belgisch minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel riep op om er niet meer te gaan skieën. Ook de rest van de Unie was bezorgd en het afnemen van het stemrecht werd openlijk besproken. Maar de Oostenrijkse regering viel, er kwamen nieuwe verkiezingen, en extreem-rechts leed een zware nederlaag. De kwestie was van de baan nog vooraleer de nucleaire optie gebruikt moest worden.

    Daar hoopt Timmermans nu ook op. Hij zal deze regering moeten uitzweten, maar intussen steekt hij stokken in de Poolse wielen. De Unie beschikt niet over de instrumenten om met gezag en kracht de Poolse regering meteen terug te fluiten. Maar op subtiele en minder subtiele wijze wordt er geprobeerd om in Warschau verdeeldheid te zaaien, de president tegen de regering op te zetten, te mikken op vertragingen, op uitstel, en finaal op afstel.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.