Meest recent

    Del Ponte geeft het op: "VN-veiligheidsraad wil geen gerechtigheid voor Syrië"

    Carla Del Ponte stapt uit de VN-commissie die mensenrechten in Syrië moet onderzoeken. Het is genoeg geweest, zegt ze. De VN-Veiligheidsraad wil simpelweg geen tribunaal om de Syrische oorlogsmisdadigers te berechten. En dus gooit ze de handdoek in de ring.

    De oorlog in Syrië was nog maar enkele maanden aan de gang, toen de VN-mensenrechtenraad - in de zomer van 2011 - een onafhankelijke onderzoekscommissie oprichtte die de mensenrechtenschendingen moest documenteren. De ervaren en toen al vermaarde aanklaagster Carla Del Ponte kwam er een jaartje later bij. Del Ponte had haar sporen verdiend in het Joegoslavië-tribunaal, later ook in dat voor Rwanda. Voorheen had ze, als Zwitserse procureur, meegewerkt aan fraude- en maffia-onderzoeken; ooit ontsnapte ze ternauwernood aan een bomaanslag door Cosa Nostra.

    Alibi-onderzoekers

    Del Ponte is dus van geen kleintje vervaard en laat zich niet makkelijk uit het lood slaan. Toch gooit ze nu de handdoek in de ring. Dat heeft ze verklaard aan de Zwitserse krant Blick, in de marge van het filmfestival in Locarno. Del Ponte noemt de Syrië-commissie een “alibi-commissie zonder politieke ondersteuning”. De onderzoekers moeten hun rapporten schrijven op basis van getuigenissen die ze verzamelen buiten Syrië. Een bezoek aan het oorlogstoneel ter plaatse was nooit mogelijk. Maar wat haar vooral dwars zit, is dat de bevindingen van de commissie totaal zonder gevolg blijven.

    Elk voorstel voor de oprichting van een Syrië-tribunaal wordt geblokkeerd in de VN-Veiligheidsraad.
    “De landen in de VN-Veiligheidsraad willen geen gerechtigheid", zo citeert Blick Del Ponte. “Ik geef het op. ”De VN-commissie voor Syrië heeft het nieuws intussen bevestigd; ze was al in juni door Del Ponte op de hoogte gebracht.

    Geen goeden en slechten meer

    De nu 70-jarige Zwitserse aanklaagster heeft ook elke illusie laten varen dat er in het Syrische wespennest nog sprake kan zijn van moreel goed en kwaad.

    “Aanvankelijk had je de goeden en de slechten: de oppositie als de goeden, de regering in de rol van de slechten.” Zes jaar ziet ze dat anders. “Alle partijen in Syrië zijn slecht. De regering Assad, die verschrikkelijke misdaden tegen de menselijkheid begaat en chemische wapens inzet. En de oppositie, die enkel nog uit terroristen en extremisten bestaat.”

    Del Ponte heeft zich verdiept in de gruwel van voormalig Joegoslavië en de genocide in Rwanda. Toch is ze geschokt door wat ze over Syrië verneemt. “Geloof mij: misdaden zoals in Syrië, heb ik in Joegoslavië of Rwanda zelfs niet gezien.”

    Alarmsignaal

    Carla Del Ponte was in het verleden niet onbesproken. In de dossiers die ze als aanklaagster onder de loep neemt, loopt ze niet altijd in de pas met haar collega-onderzoekers. Bij het Rwanda-tribunaal probeerde ze ook de rol van het huidige Rwandese regime van Paul Kagame te onderzoeken, wat niet door alle VN-lidstaten en - instanties in dank werd afgenomen. In de Syrië-commissie wees ze, in 2013, al Syrische rebellen met de vinger voor het gebruik van sarin; een beschuldiging waar de commissie als zodanig afstand van nam.

    Ondanks (of misschien zelfs dankzij) dat eigengereide en koppige imago, is haar vertrek voor de internationale gemeenschap een signaal van formaat. De wereld laat betijen, en straffeloosheid in het Syrische conflict is veel meer norm dan uitzondering.

    De redenen daarvoor zijn niet louter van technisch-juridische aard - ook al lijkt het haast onbegonnen werk om in de huidige omstandigheden goed onderbouwde dossiers aan te leggen en te documenteren. De belangrijkste verklaring is politiek: de grootmachten steunen elk hun pionnen in het Syrische conflict. En omdat alle partijen boter op het hoofd hebben, heeft niemand er belang bij om de gruwel uitvoerig te laten bloot leggen.

    Daar komt bij dat de VS zich er zelfs de facto lijken bij neer te leggen dat oorlogsmisdadiger Assad - tenminste in de nabije toekomst - in het zadel zal blijven. Ondanks de gespannen relaties met Moskou, is de verstandhouding van Amerikanen en Russen in het Syrische theater weer wat verbeterd. Geleidelijk aan herstelt Assad in steeds grotere delen van het land zijn gezag. De radicaalste jiihad-groep IS - de groep die het meest een bedreiging leek te vormen voor het westen - wordt intussen steeds meer in het nauw gedreven. In die omstandigheden vinden weinig grootmachten het opportuun om van ‘gerechtigheid’ een dringende prioriteit te maken.