Meest recent

    Afp or lincensors

    Eindelijk zijn de vrouwen verlost van het patattenveld

    Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke woensdag met zijn eigenzinnige blik naar mens en maatschappij. Deze week gaat hij 20 jaar terug in de tijd. Toen was vrouwenvoetbal nog niet de nieuwe blits.

    opinie
    Louis van Dievel
    Afp or lincensors

    Ik heb – uiteraard zou ik bijna zeggen – naar de finale van het Europese kampioenschap vrouwenvoetbal gekeken. Gezien mijn buitenlandse uithuizigheid moest dat via een obscure website op mijn laptop. De voertaal was Servo-Kroatisch (denk ik), en er verschenen voortdurend banners van een gokbedrijf op het scherm. Het was een aangenaam kijkstuk, ook al verloren de Deensen, voor wie ik supporterde, met 4-2 van de Hollandsen. Onze eigen Red Flames sneuvelden in de groepsfase, jammer maar helaas.

    Vrouwenvoetbal is de nieuwe blits. Duizenden supporters in het stadion. Zevenhonderdduizend kijkers op de VRT voor België-Nederland. Een kijkcijferkanon. Met zelfs een vrouwelijke co-commentator in de studio. Rik De Sadeleer moet zich hebben omgedraaid in zijn graf. Voetbal is een mannensport, nietwaar, en als vrouwen zich toch belachelijk willen maken, moeten ze dat maar op het B-veld doen. Ik kom daar nog op terug.

    “Stampt haar benen toch over!”

    Ik mag mijzelf een pionier noemen. Ik ging meer dan 20 jaar geleden al iedere zaterdag naar het vrouwenvoetbal kijken. Met name naar mijn toen acht- of negenjarige dochter die (enige tijd) als enig meisje meevoetbalde bij de Duiveltjes van FC Heibos. Ze rende net als de andere Messi's in spe blind achter iedere bal aan en struikelde geregeld over haar eigen voeten. Het samen met jongens douchen na de wedstrijd was (nog) geen probleem.

    Haar voetbalcarrière leek in de kiem te worden gesmoord toen ze met een blauw oog thuis kwam na een botsing op het veld. Ze had geen zin meer in voetballen met die ruwe jongens.

    Een paar jaar later begon FC Heibos met een meisjes- en damesploeg en stond mijn dochter opnieuw op het veld. Iedere woensdag training, iedere zaterdagochtend wedstrijd. Om negen uur ’s ochtends meestal. Ik had compassie als ze daar met nog prut in hun ogen en bibberend van de kou stonden te wachten op het fluitsignaal van de arbiter (als die er al was).

    Ik heb alle voetbalvelden van de provincie Antwerpen gezien in die jaren, een belevenis op zich. Ik maakte kennis met het fenomeen van de voetbalvaders en –moeders. Meestal waren dat mensen die enthousiast maar toch beschaafd voor hun dochter supporterden. Er waren er ook andere, helaas, fanatiekelingen die hun Wendy slapheid verweten (“Stampt haar benen toch over!”) of die alles beter wisten dan het arme kind op het veld (“Joke, ge moet niet passen, ge moet schieten, godverdomme!”) of die er een volstrekt eigen manier op nahielden om hun dochter aan te moedigen (“Tracy, ge staat in uwe neus te peuteren!”).

    Een echt patattenveld

    Nog eens jaren later werd het vrouwenvoetbal bij FC Heibos wegens gebrek aan nieuw bloed opgedoekt en verkasten de meeste meisjes die intussen jonge vrouwen waren geworden naar Achterbroek VV, waar het vrouwenvoetbal al een paar jaar groeide en bloeide.

    De eerste vrouwenploeg promoveerde jaar na jaar en speelde zelfs kort in de eerste klasse! Je had de gezichten bij de bezoekende ploegen van Anderlecht en Standard moeten zien als ze daar letterlijk tussen de koeien in de wei moesten komen spelen. De sfeer onder de supporters was relaxt. Er werd ook voor de tegenpartij geapplaudisseerd.

    Ik kreeg zelfs een keer een berisping omdat ik een tegenspeelster die mijn dochter onderuit had geschoffeld voor beenhouwster had uitgescholden. Maar ook bij Achterbroek VV was het vrouwenvoetbal – ondanks de successen - niet de grootste zorg van het bestuur. De mannen gingen voor. Die speelden immers in de toenmalige tweede provinciale afdeling! En dus moesten de vrouwen vaak op het B-veld spelen, een echt patattenveld, en op onmogelijke uren. De kampioenenploeg viel uiteen. De rest volgde.

    Maar wat ik zo bijzonder vind is dat de jonge vrouwen die bij Achterbroek speelden echte vriendinnen werden en waren én bleven. Ook toen ze vaste relaties kregen en trouwden en kinderen kochten. Het is niet evident. De vriendinnen spelen zaalvoetbal nu, daar moet je niet of amper voor trainen. Want daar hebben ze geen tijd voor en geen zin in. Voorlopig volstaan talent en techniek nog. Hun ploegje heet “Bobijn”, hun strijdkreet luidt “Den draad!” en ze hebben geweldig veel lol.

    VRT Nieuws wil op deredactie.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.